VORMING VAN DE VERENIGDE STATEN
DE AMERIKAANSE REVOLUTIE of ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG
Aan het einde van de 18e eeuw waren aan de oostkust al 13 Engelse kolonies gevestigd.
De Engelse kolonisten aan de oostkust van Amerika hadden in 1762 de laatste slag van de Zevenjarige Oorlog tegen de Fransen gewonnen, en ze voelden zich stilaan een eigen gemeenschap. Maar een ander probleem doemde op. Sommige diepgaande verschillen tussen de Engelse regering en de emigranten leidden tot een afzonderlijk eigen karakter van de Amerikanen (lees: Britse kolonisten). Behalve allerlei wetten die aan de kolonisten werden opgelegd, wat de verhoudingen geen goed deed, dienden volgens Groot-Brittannië de Britse koloniën ook belastingen aan het moederland te betalen. Het had namelijk grote bedragen uitgegeven om de vele oorlogen te bekostigen. Een paar voorbeelden van de diverse heffingen en belastingen:
- 1764: SUGAR ACT
Een wet die door het Britse parlement werd aangenomen en die invoerrechten oplegde op de import van suiker en melasse uit niet-Britse Caribische bronnen naar de Amerikaanse koloniën. Het was bedoeld om smokkel tegen te gaan, inkomsten te genereren om de oorlogsschulden na de Frans-Indiase oorlogen te dekken en de Britse koloniale economie te stroomlijnen;
- 1765: STAMP ACT
Dit was de eerste directe last voor de Amerikaanse kolonisten. Een door het Britse parlement opgelegde directe belasting op de Amerikaanse koloniën, waarbij elk papieren document (kranten, juridische documenten, speelkaarten) voorzien moest zijn van een fiscaal stempel. Het doel was om de schulden uit de Zevenjarige Oorlog af te betalen. Dit leidde tot massaal protest onder het motto "no taxation without representation", wat de stap naar de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog versnelde;
- 1767: TOWNSHEND ACTS
Een reeks Britse wetten die invoerrechten oplegden op geïmporteerd glas, lood, verf, papier en thee in de Amerikaanse koloniën om inkomsten te genereren, salarissen van koloniale ambtenaren te betalen en de naleving van handelsvoorschriften te versterken. Deze wetten, beschreven in Britannica, leidden tot wijdverspreide protesten, boycots en geweld, wat resulteerde in een verhoogde Britse troepenmacht en uiteindelijk intrekking in 1770, met uitzondering van de belasting op thee;
- 1773: TEA ACT
Het doel was om de noodlijdende Britse Oost-Indische Compagnie te redden door haar toe te staan thee rechtstreeks naar Noord-Amerika te verschepen, waardoor handelaren in de koloniën werden omzeild en een monopolie werd gecreëerd voor de Compagnie.
De kolonisten wilden inspraak. Hun leus was: "No taxation without representation!" (vertaald: "Geen belasting zonder vertegenwoordiging"). In de dertien koloniën ontstond een grote weerstand tegen Britse thee.
Deze weerstand tegen de Britse overheid zou culmineren in de zgn. Boston Tea Party op 16 december 1773 in Boston. Het is een van de belangrijkste gebeurtenissen in het ontstaan van de Verenigde Staten en een centraal punt in de Amerikaanse Revolutie, waarbij hele scheepsladingen thee in de haven van Boston werden vernietigd.
Het economische leven, in het bijzonder de theehandel, viel stil. De Engelse regering stuurde troepen en op 19 april 1775 begon de AMERIKAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG tegen Groot-Brittannië.
FOUNDING FATHERS
De Founding Fathers van de Verenigde Staten, door Amerikanen ook wel de Founding Fathers of Founders genoemd, waren een groep Amerikaanse revolutionaire leiders uit de late achttiende eeuw die de Dertien Koloniën verenigden, de Onafhankelijkheidsoorlog tegen Groot-Brittannië leidden, de Verenigde Staten van Amerika stichtten en een regeringsstructuur voor de nieuwe natie ontwierpen. Tot de Founding Fathers behoren degenen die de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten, de Artikelen van de Confederatie en de Grondwet van de Verenigde Staten schreven en ondertekenden, bepaalde militairen die vochten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, en anderen die een grote bijdrage leverden aan de vorming van de natie. De persoon die het meest wordt gezien als de 'vader van de Verenigde Staten' is George Washington, opperbevelhebber in de Amerikaanse Revolutie en de eerste president van het land. In 1973 identificeerde historicus Richard B. Morris zeven figuren als belangrijke grondleggers, gebaseerd op wat hij de "drievoudige toets" noemde: leiderschap, levensduur en staatsmanschap. Hieronder alle zeven op een postkaart: John Adams, Benjamin Franklin, Alexander Hamilton, John Jay, Thomas Jefferson, James Madison en Washington.
De meeste Founding Fathers hadden voorouders die terug te voeren waren op Engeland. Hoewel velen familiewortels hadden die zich uitstrekten over andere regio's van de Britse Eilanden: Schotland, Wales, het Caribisch gebied en Ierland. Daarnaast konden sommigen hun afstamming terugvoeren op de vroege Nederlandse kolonisten van New York (Nieuw-Amsterdam) tijdens het koloniale tijdperk, terwijl anderen afstammelingen waren van Franse hugenoten die zich in de Britse Dertien Koloniën vestigden, op de vlucht voor religieuze vervolging in Frankrijk. Velen van hen waren rijke kooplieden, advocaten en landeigenaren.
INDEPENDENCE DAY
Op 2 juli 1776 kwamen de afgevaardigden van de 13 koloniën samen in Philadelphia. Het Continentale Congres verklaarde de "Verenigde Staten" onafhankelijk van het Koninkrijk Groot-Brittannië, de zgn. Independence Day. Hoewel de daadwerkelijke stemming voor onafhankelijkheid op 2 juli 1776 plaatsvond, wordt 4 juli nog jaarlijks gevierd als de geboortedag van de VS, omdat op die dag de definitieve tekst van de verklaring werd goedgekeurd.
Het schilderij 'Declaration of Independence' (1818) van John Trumbull toont de vijfkoppige opstellingscommissie van de Onafhankelijkheidsverklaring die hun werk aan het Congres presenteert. Het schilderij staat op de achterkant van het Amerikaanse biljet van 2 dollar. Het origineel hangt in de rotonde van het Capitool. Het beeldt geen echte ceremonie uit; de afgebeelde personen bevonden zich nooit tegelijkertijd in dezelfde ruimte.
De Onafhankelijkheidsverklaring en de eerste Amerikaanse Grondwet werden ondertekend in het Pennsylvania State House, gelegen aan 520 Chestnut Street, tussen 5th en 6th Street in Philadelphia, de eerste hoofdstad van de koloniale provincie Pennsylvania. Het is gebouwd in de periode 1732-1753 en werd zelfs toen al beschouwd als "het grootste sieraad van de stad". Het gebouw werd een symbool van vrijheid, democratie en de stichting van de Verenigde Staten. Vanwege zijn cruciale rol in de Amerikaanse geschiedenis staat het gebouw op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
De gezant Benjamin Franklin, van 1778-1785 gevolmachtigd minister van de Verenigde Staten in Frankrijk, bracht een bondgenootschap tot stand tussen de Amerikaanse republiek en het Franse koninklijke hof. De VS probeerden vervolgens de sympathie te verkrijgen op het Europese vasteland. Van Frankrijk kreeg het zelfs geldelijke steun.
VREDE VAN PARIJS
Op 30 november 1782 waren er al voorlopige vredesverdragen getekend in Parijs. Maar het duurde tot 19 april 1783 voordat de Britten definitief hun verlies erkenden en zich begonnen terug te trekken uit de Verenigde Staten. Met het tekenen van de Vrede van Parijs op 3 september 1783 (soms ook Vredesverdrag van Versailles genoemd) kwam er formeel een einde aan de oorlog. Het Koninkrijk Groot-Brittannië erkende de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika. De laatste Britse troepen vertrokken op 25 november 1783.
Het ondertekende vredesverdrag van Parijs werd geratificeerd door het Congres van de Verenigde Staten op 14 januari 1784. Op de afbeelding hieronder staan de ondertekenaars van het verdrag afgebeeld: v.l.n.r. John Jay, John Adams, Benjamin Franklin, Henry Laurens en William Temple Franklin, op een schilderij van Benjamin West. De Britse onderhandelaar David Hartley (foto beneden), lid van het Britse Lagerhuis en ondertekenaar van het Verdrag van Parijs namens Engeland, weigerde te poseren, waardoor het schilderij nooit werd voltooid. Aan het rijtje Amerikaanse onderhandelaars moeten overigens Henry Laurens en William Temple Franklin worden toegevoegd.
Op 20 december 1777 was Marokko het eerste land dat de rebellerende koloniën erkende als onafhankelijke staat. Frankrijk volgde op 6 februari 1778. De eerste Nederlandse erkenning kwam van Friesland op 26 februari 1782, gevolgd door de andere Nederlandse gewesten op 19 april van dat jaar. Het verdrag zou tot 1812 standhouden (zie verderop onder de kop Washington D.C. en het Witte Huis). Op de foto beneden staat het gebouw op 56 Rue Jacob in Parijs, waar de ondertekening plaatsvond. De vertaalde tekst op het bord aan de gevel luidt:
"In dit gebouw, het voormalige Hotel van York, hebben op 3 september 1783 David Hartley, in naam van de koning van Engeland, en Benjamin Franklin, John Jay en John Adams, in naam van de Verenigde Staten van Amerika, het definitieve vredesverdrag ondertekend waarmee de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten werd erkend."
Tegenwoordig is er in het gebouw een grafisch bedrijf gevestigd.
WASHINGTON D.C. EN HET WITTE HUIS
In 1790 werd het District of Columbia (DC) gecreëerd. President George Washington wees samen met planoloog Pierre L'Enfant de locatie aan van de nog te bouwen presidentiële ambtswoning. De Ier James Hoban kreeg na een competitie tussen negen personen de opdracht om het Executive Mansion (de eerste naam van het huidige Witte Huis) te gaan bouwen. Tijdens de bouw stond het Leinster House in Dublin (Ierland) model. Daarin is vandaag de dag het Ierse parlement gehuisvest.
De bouwwerkzaamheden werden gestart op 13 oktober 1792. Acht jaar later betrokken president John Adams en zijn vrouw Abigail in 1800 het onafgemaakte huis. De bouw van het Witte Huis was op 1 november 1800 afgerond. De kosten bedroegen $ 232.371 (gelijk aan $ 5.974.833 miljoen dollar in 2025). John Adams, advocaat van beroep en een Amerikaanse politicus van de Federalistische Partij, was de 2e president van de Verenigde Staten (1797 tot 1801) en de eerste president die met zijn vrouw het Witte Huis betrok.
LEWIS EN CLARK-EXPEDITIE
Na de kolonisatie van Amerika en uiteindelijk de oprichting in 1776 van de Verenigde Staten, was het land vooral gericht op uitbreiding met nog meer staten (zogenaamde expansiedrift). Het hele continent Noord-Amerika moest verenigd worden tot één grote en machtige natie. In 1803 zonden de VS de expeditie van Meriwether Lewis en William Clark (1803–1806, Lewis and Clark Expedition genoemd) uit om een route te vinden door het continent tot aan de Stille Oceaan. President Thomas Jefferson (Amerikaanse staatsman, filosoof, architect, slavenhouder en archeoloog) was de 3e president van de Verenigde Staten, namens de Democratisch-Republikeinse Partij. Hij wilde een bevaarbare waterroute (de zogeheten “Northwest Passage”) door het continent ontdekken voor handel. Maar het had meerdere doelen:
- Een doorgang naar de Stille Oceaan vinden;
- Het nieuwe gebied verkennen. Na de "Louisiana Purchase" was het territorium van de VS enorm vergroot. De expeditie moest dit onbekende land in kaart brengen (rivieren, bergen, routes);
- Wetenschappelijk onderzoek. Ze verzamelden informatie over planten, dieren, klimaat en geografie — belangrijk voor wetenschap en kennis van het continent;
- Contact leggen met inheemse volkeren. Ze ontmoetten en beschreven vele Native American-stammen, probeerden handelsrelaties op te bouwen en Amerikaanse invloed te versterken;
- Economische en strategische doelen. De VS wilde haar positie versterken tegenover Europese machten zoals Groot-Brittannië en Spanje, en nieuwe handelsmogelijkheden openen (bijvoorbeeld in bont).
De expeditie was dus een mix van ontdekking, wetenschap, handel en geopolitiek - een cruciale stap in de westwaartse expansiedrift van de Verenigde Staten. De expeditie deed verslag van onbekende natuurlijke rijkdommen die nieuwe immigranten lokten. Het was de eerste overlandse tocht door het westen van de Verenigde Staten van Amerika die leidde naar de kust van de Grote Oceaan aan de monding van de rivier Columbia in de huidige staat Washington.
De expeditie legde de grondslag voor de expansie van de VS naar het westen. Er werd veel kennis vergaard over de nog onverkende gebieden in het hart van het Noord-Amerikaanse continent. Veel bontjagers, handelaren, soldaten, goudzoekers en boeren traden dan ook in de voetsporen van Lewis en Clark.
**********
SCHENDING VAN HET VREDESVERDRAG
Het Vredesverdrag van Parijs van 1783 bleek geen garantie voor de toekomst. In 1812 kruisten de Britten en de VS opnieuw de wapens. Dit keer ging het om de commerciële en territoriale controle over Noord-Amerika, en deels was het een vergelding voor de Amerikaanse aanvallen door de kolonisten op het Canadese York (het huidige Toronto) en andere Britse posities in Canada.
De Britten wilden een krachtige boodschap sturen en het Amerikaanse moreel ondermijnen. Door Washington D.C. aan te vallen, hoopten de Britten de Verenigde Staten een gevoel van kwetsbaarheid te geven. Uit wraak staken de Engelse troepen onder leiding van admiraal David Milne gebouwen in Washington in brand, waaronder het Capitool (het gebouw van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging, waarvan in 1811 de bouw was afgerond) en het Executive Mansion (de ambtswoning van de president, het latere Witte Huis). Dit gebeurde in de nacht van 24 op 25 augustus 1814. De brand had een verwoestende impact op de infrastructuur, liet een blijvende indruk op de Amerikaanse psyche achter en droeg bij aan het groeiende nationalisme in de Verenigde Staten.
Dat leidde uiteindelijk tot een hergroepering van Amerikaanse troepen, wat weer resulteerde in de herovering van Washington enkele maanden later. De gebeurtenis blijft een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten en de relaties tussen de VS en het VK. James Hoban werd (opnieuw) aangesteld om het huis te herbouwen en president James Monroe nam er, als 5e president van de VS, in 1817 zijn intrek. Monroe was de laatste Founding Father die president werd.
Theodore Roosevelt was een Amerikaanse politicus van de Republikeinse Partij. Hij was van 1901 tot 1909 de 26e president van de Verenigde Staten. Roosevelt gaf het Witte Huis in 1901 officieel zijn huidige naam. De legende is dat het pand overleefde en opnieuw geverfd moest worden om de brandplekken te verbergen. Gekozen zou zijn voor de kleur wit, waarna het pand zijn nieuwe naam, Witte Huis, kreeg. Aangezien het eerste bewijs voor de term 'Het Witte Huis' reeds stamt uit 1811, is het onwaarschijnlijk dat dit pas de eerste keer was dat het huis wit geschilderd werd.