VORMING VAN DE VERENIGDE STATEN
DE AMERIKAANSE REVOLUTIE of ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG
Aan het einde van de 18e eeuw waren er aan de oostkust van Amerika al 13 Engelse kolonies gevestigd. Maine was in 1775 nog geen aparte kolonie, maar onderdeel van Massachusetts. Het later benoemde Vermont was toen nog betwist gebied tussen New York en New Hampshire.
De kolonisten hadden met Groot-Brittannië in 1762 de laatste slag van de Zevenjarige Oorlog tegen de Fransen gewonnen, en ze voelden zich stilaan een eigen gemeenschap. Maar een ander probleem doemde op. Sommige diepgaande verschillen tussen de Engelse regering en de kolonisten leidden tot een afzonderlijk eigen karakter van de Amerikanen.
Behalve allerlei wetten die aan de kolonisten werden opgelegd, wat de verhoudingen geen goed deed, werd aan de kolonies een beperking opgelegd inzake verdere expansie naar het westen, waar het Britse Rijk grote gebieden onder beheer had. Dit was de zognaamde Proclamatielijn (1963). Ook dienden volgens Groot-Brittannië de Britse kolonies belastingen aan het moederland te betalen. Het land had namelijk grote bedragen uitgegeven om de vele oorlogen te bekostigen. Een paar voorbeelden van de diverse heffingen en belastingen:
- 1764: SUGAR ACT. Een wet die door het Britse parlement werd aangenomen en die invoerrechten oplegde op de import van suiker en melasse uit niet-Britse Caribische bronnen naar de Amerikaanse kolonies. Het was bedoeld om smokkel tegen te gaan, inkomsten te genereren om de oorlogsschulden na de Frans-Indiase oorlogen te dekken en de Britse koloniale economie te stroomlijnen;
- 1765: STAMP ACT. Dit was de eerste directe last voor de Amerikaanse kolonisten. Een door het Britse parlement opgelegde directe belasting op de Amerikaanse kolonies, waarbij elk papieren document (kranten, juridische documenten, speelkaarten) voorzien moest zijn van een fiscaal stempel;
- 1767: TOWNSHEND ACTS. Een reeks Britse wetten die invoerrechten oplegden op geïmporteerd glas, lood, verf, papier en thee in de Amerikaanse kolonies om inkomsten te genereren, salarissen van koloniale ambtenaren te betalen en de naleving van handelsvoorschriften te versterken.
De kolonisten in Boston, van hoog tot laag, verenigden zich in de protestbeweging 'Sons of Liberty' met als leus: "No taxation without representation!" (vertaald: "Geen belasting zonder vertegenwoordiging"). Hun protesten en boycots spreidden zich uit over steeds meer kolonies en werden geweldadiger. Het resulteerde in een verhoogde Britse troepenmacht in 1768. Boston stroomde vol met beroepssoldaten (zogenaamde 'roodrokken') van het Britse leger, met als doel de opstand de kop in te drukken. Uiteindelijk bestond het inwonersaantal van Boston voor 20% uit Britse soldaten, wat natuurlijk intimiderend werkte en tot nog meer spanningen leidde.
Op 5 maart 1770 escaleerde de situatie toen een Britse officier een plaatselijke kapperszaak verliet zonder te betalen. Een bediende van de kapper achtervolgde hem, maar werd bij het plaatselijke douanekantoor neergeslagen door een Britse soldaat. Het nieuws ging snel rond, en honderden mensen verzamelden zich bij het kantoor. Ze hadden het gemunt op de 8 Britse wachters. Die werden met van alles, waaronder stenen, bekogeld. Het geweld en geschreeuw werden luider en luider, en de soldaten werden banger en banger. Tot een van hen het eerste schot loste, en de rest volgde. Er vielen 5 doden en diverse gewonden.
De soldaten moesten terechtstaan voor moord en werden verdedigd door advocaat John Adams (deze naam komt verderop nog terug in "Founding Fathers"). Hoewel Adams een overtuigd patriot was en later meeschreef aan de Amerikaanse onafhankelijkheid, nam hij deze uiterst onmachtige zaak op zich vanwege een belangrijk principe: recht op een eerlijk proces. Adams geloofde standvastig dat iedereen - zelfs de vijand - recht had op een eerlijke verdediging en juridische bijstand. Hij slaagde erin te bewijzen dat de Britse soldaten werden belaagd door een woedende, met ijs, stenen en knuppels gooiende menigte kolonisten. Zij schoten dus uit zelfverdediging. Dankzij zijn sterke verdediging werden kapitein Thomas Preston en zes van de acht soldaten volledig vrijgesproken. Slechts 2 soldaten werden schuldig bevonden aan doodslag. Ze kregen geen echte straf, maar een "M", van "Manslaughter" (doodslag), op hun duim gebrand. Adams verloor hierdoor tijdelijk een groot deel van zijn klanten in Boston, maar hij noemde deze rechtszaak later in zijn autobiografie een van de meest eervolle en beste daden uit zijn hele carrière
Het bloedbad van Boston (The Boston Massacre) en een grote publieke uitvaart van de 5 slachtoffers leidden tot een versterkt patriottisme bij de inwoners van de kolonies. De 5 doden werden gezien als de eerste martelaars van de Amerikaanse Revolutie; de Britten werden meer en meer beschouwd als vijanden.
BOSTON TEA PARTY
In 1773 probeert de Britse overheid de kolonies in toom te houden door de invoering van de TEA-ACT (thee-wet). Het doel was om de noodlijdende Britse Oost-Indische Compagnie te redden door haar toe te staan thee rechtstreeks naar Noord-Amerika te verschepen. Daardoor werden handelaren in de kolonies omzeild en konden ze niet meer profiteren van de handel, en werd een monopolie gecreëerd voor de Compagnie. Op die manier kon de belasting gemakkelijker door de Britse overheid worden geïnd.
In de dertien kolonies ontstond een grote weerstand tegen met name Britse thee. De Sons of Liberty organiseerden een nieuwe actie: Britse schepen werd verboden om nog langer thee te lossen in de haven van Boston. Op 16 december 1773 kregen de schepen van de Britse Oost-Indische Compagnie, die nog in de haven lagen aangemeerd, 's nachts bezoek van actievoerders, vermomd als Mohawk-Indianen, die hele scheepsladingen thee in het water van de haven van Boston gooiden.
De actievoerders tijdens de Boston Tea Party verkleedden zich als Mohawk-Indianen om meerdere redenen. Historici denken dat het niet om één enkele verklaring gaat, maar om een combinatie van symbolische en praktische motieven:
- Om hun identiteit gedeeltelijk te verbergen (bescherming tegen vervolging). Hoewel veel deelnemers elkaar kenden en sommige later werden geïdentificeerd, hielp de vermomming om herkenning door Britse autoriteiten en getuigen te bemoeilijken. Vaak droegen ze slechts een deken, wat gezichtsverf of een verentooi. De vermomming was dus vooral symbolisch;
- Als symbool van een nieuwe Amerikaanse identiteit. De Mohawks werden gezien als een inheemse bevolking die losstond van Europa. Door zich als Mohawks te verkleden, wilden de actievoerders uitdrukken dat zij zich niet langer uitsluitend als Britse onderdanen zagen, maar als mensen met een eigen identiteit in Noord-Amerika;
- Om een krachtige politieke boodschap uit te dragen. De vermomming onderstreepte hun verzet tegen met name de Britse belastingpolitiek, in het bijzonder de Tea Act;
Het ging de geschiedenis in als de Boston Tea Party, en is een van de belangrijkste gebeurtenissen in het ontstaan van de Verenigde Staten en een centraal punt in de Amerikaanse Revolutie. In veel andere grote steden in de kolonies vond de actie navolging: ook daar werden de havens geblokkeerd voor Britse schepen.
EERSTE CONTINENTALE CONGRES
Het werd een sleutelmoment voor de protestbeweging: voor het eerst werd materiële schade toegebracht aan het Britse Rijk en de Britse handelaars. Het Britse parlement vond dat de kolonies onderworpen moesten worden, desnoods met geweld. Zware geldstraffen werden opgelegd aan de kolonie Massachusetts als vergoeding voor de geleden schade van de Oost-Indische Compagnie. Er werden allerlei dwangwetten opgelegd, de kolonie werd onder de krijgswet geplaatst, en een generaal van het Britse leger werd aangesteld als bestuurder. De haven van Boston werd gesloten, en de stad werd volledig militair bezet.
De vijandigheid en woede leidden ertoe dat de bevolking in de kolonies, die tevoren altijd loyaal was geweest aan haar moederland, van idee begon te veranderen: als al onze rechten in een vingerknip kunnen worden afgepakt, moeten we dan niet andere opties bekijken? En daarop komen in september 1774 afgevaardigden van 12 kolonies van de dertien bij elkaar in Carpenters' Hall in Philadelphia: het eerste Continentale Congres. Het was de kolonie Georgia die ontbrak. Redenen:
- Militaire steun nodig: Georgia was destijds de jongste en meest zuidelijke kolonie. Ze hadden te maken met hevige grensconflicten met de inheemse (indiaanse) Creek-bevolking en waren voor militaire bescherming volledig afhankelijk van Britse troepen;
- Economische angst: de kolonisten in Georgia waren bang dat het boycotten van Britse goederen hun eigen economie direct zou vernietigen;
- Loyaliteit van de gouverneur: de koninklijke gouverneur van Georgia, Sir James Wright, was zeer loyaal aan de Britse kroon en slaagde erin de opkomende revolutionaire beweging in zijn kolonie tijdelijk te blokkeren.
Bijna 8 weken lang werd binnen het congres gediscussieerd over een reactie op de dwangwetten van het Britse parlement. Er werd geworsteld met het idee van onafhankelijkheid. Alle aanwezigen zagen zich nog als loyale onderdanen van de Britse Kroon, maar weigerden de tirannie van het Britse parlement te aanvaarden. Ze realiseerden zich dat ze wellicht een grens zouden gaan overschrijden. Daarom werd er ook gebeden.
TACTIEK VAN DE PATRIOTTEN
Er werd een begin van een gezamenlijke actie overeengekomen, waarmee ze mikten op het hart van het Britse Rijk: de trans-Atlantische handel. Er zou een volledige boycot komen van alle Britse goederen. Elke kolonie zou lokale comité's ('Committees of Correspondence') aanstellen onder alle delen van de kolonies, die met elkaar zouden communiceren. Maar liefst 7000 mensen, mannen en vrouwen, uit alle lagen van de bevolking, meldden zich ervoor aan. Politiek werd een gemeenschappelijk goed. Naast de Sons of Liberty ontstonden er ook Daughters of Liberty, die de manier van kleden wilden veranderen. Ze gingen zelfgesponnen textiel maken voor huishoudens; thee drinken werd vervangen door koffie. Er werd geweigerd om nog Britse goederen te consumeren. Mensen die weigerden mee te doen, werden verraders genoemd en werden geïntimideerd of bedreigd. Hun voordeuren werden besmeurd met uitwerpselen. Het economische leven, in het bijzonder de theehandel, viel stil. De Britse import zakte met 90%. De rebellen kwamen in opstand tegen hun eigen koning, George III van Groot-Brittannië.
De Britten hadden al een klein leger in de kolonies om de orde te bewaren. Dat zou geleidelijk aan meer worden na een aantal incidenten, die de zaak deden escaleren tot de AMERIKAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG, ook wel de AMERIKAANSE REVOLUTIE genoemd, tegen Groot-Brittannië, die op 19 april 1775 begon met de allereerste gevechten op het platteland van Massachusetts.
WAT VOORAF GING
Een groeiend aantal kolonisten die zich Minute Men noemde (een soort snelle interventiemacht), ging een militie vormen in Massachusetts. Ze verzamelde al een tijdlang wapens en bouwde militaire technologie op. Eigenlijk niet om te gebruiken, maar om het Britse leger af te schrikken. Maar Groot-Brittannië gaf zijn leger opdracht om alle koloniale wapens in beslag te nemen en de opstand te onderdrukken voordat die zich uitbreidde. Op een bepaald moment kwam het Britse leger erachter dat er wapens waren opgeslagen in Concord, waar ze vervolgens op af gingen. Een aantal koloniale ruiters te paard verspreidde het woord vanuit Boston door de kolonies dat de 'roodrokken' eraan kwamen.
SLAG EN BELEG VAN BOSTON, MASSACHUSETTS
Een militie van de Minute Men stelde zich op bij Lexington. Korte tijd later, voor het eerst in de geschiedenis, stond het Britse leger van goed getrainde beroepssoldaten tegenover mede-onderdanen. Ineens viel een eerste schot, niemand weet door wie, en de hel brak los. De Britse soldaten schoten wanordelijke salvo's af, en de militie vluchtte.
De Britten vluchtten naar de stad Boston, waarna een beleg volgde van 11 maanden.
Ondanks dat Britse officieren sommeerden tot een staakt-het-vuren, werden veel vluchtende militieleden alsnog in de rug getroffen. Uiteindelijk werden de kolonisten teruggedrongen, en het Britse leger vervolgde zijn weg naar Concord. Daar werden niet de wapens gevonden die ze zochten, maar alleen wat houten karren die ze in brand staken. De milities van Boston zagen de vlammen opstijgen en dachten dat de soldaten het dorp aan het platbranden waren. De milities kregen versterking uit de omgeving. Zij hielden de Britten tegen bij de brug van Concord. Voor het eerst sneuvelden er Britse soldaten en het leger blies de aftocht. Maar ondertussen waren vanuit de hele kolonie militieleden onderweg en van alle kanten werden de Britten bij Concord en Lexington onder vuur genomen. Maar liefst 300 Britse soldaten vonden de dood, vooral door het feit dat milities stonden opgesteld achter barricaden zoals heuvels en bomen, terwijl de roodrokken in open veld stonden.
Na de gevechten trokken de Britse troepen zich haastig terug naar de stad Boston. Koloniale milities achtervolgden de Britten en omsingelden de stad direct aan de landzijde. Elf maanden lang, van 19 april 1775 tot 17 maart 1776, hielden de Amerikaanse kolonisten het Britse leger vast in de stad, totdat de Britten uiteindelijk per schip evacueerden. Dit beleg van Boston, met daarvoor de gevechten bij Concord en Lexington, was het begin van de oorlog die tot 19 oktoer 1781 zou duren.
TWEEDE CONTINENTALE CONGRES
In mei 1775 kwamen afgevaardigden uit de kolonies samen voor het Tweede Continentale Congres (dat werd gehouden in het nabijgelegen State House, nu Independence Hall). Ook Georgia sloot zich alsnog aan bij de andere kolonies. Vanaf dat moment streden alle 13 kolonies samen voor de onafhankelijkheid. Ze bogen zich over de vraag of er actie ondernomen moest worden na de gevechten bij Lexington en Concord en het Beleg van Boston. Er werden twee dingen besloten:
- De zogenaamde Olijftakpetitie werd opgesteld. Het was een poging om koning George III van Groot-Brittannië ervan te overtuigen dat ze zijn loyale onderdanen wensten te blijven onder bepaalde voorwaarden: als het parlement bereid was om de rechten en privileges terug te geven die ze als Engelsen hadden vóór de Zevenjarige Oorlog, dan zouden ze alles afblazen. Een vredesgebaar en een ultieme poging om een oorlog te voorkomen. Sommige congresleden geloofden erin, maar anderen vonden het nonsens, om de reden dat het al te ver was gekomen.
- Maar terwijl ze de opening maakten naar de koning, werd ook besloten om een nationaal leger te vormen. Daarvoor werd het leger van Nieuw-Engeland New England (Nieuw-Engeland) is een regio in het uiterste noordoosten van de Verenigde Staten. Het gebied omvat zes staten: Connecticut, Maine, Massachusetts, New Hampshire, Rhode Island en Vermont. De grootste en belangrijkste stad is Boston. Het is een van de oudste regio's van de VS, waar de eerste Engelse kolonisten (de 'Pilgrim Fathers') zich in de 17e eeuw vestigden. De regio staat bekend om zijn ruige kustlijnen, vuurtorens, pittoreske dorpjes en de bergketens van de Appalachian Mountains. In de herfst staat New England wereldwijd bekend om de spectaculaire verkleuring van de bladeren, ook wel de 'Indian Summer' genoemd. genomen en dat leger zou het hele continent vertegenwoordigen. De nieuwe naam zou worden THE CONTINENTAL ARMY.
DE SLAG BIJ BUNKER HILL, MASSACHUSETTS
Boston, de haard van het verzet tegen de Britse belastingen, was in die tijd een klein schiereiland dat uitsprong in de baai, helemaal omgeven door heuvels die uitkeken op de stad. Op 13 juni 1775 vernamen de leiders van de milities die Boston belegerden dat de Britten van plan waren troepen vanuit de stad te sturen om de onbezette heuvels rond de stad te versterken, waardoor ze het uitzicht en dus de controle over de haven van Boston zouden krijgen. De Amerikaanse bevelhebber William Prescott liet de hoogste van twee heuvels, Bunker Hill op de landtong Charlestown, versterken. Zijn manschappen bouwden 's nachts een sterke redoute. Een redoute (in Nederlands een ronduit) is een plaats van terugtrekking: een fort of fortensysteem dat meestal bestaat uit een omsloten verdedigingswerk buiten een groter fort, vroeger meestal gebaseerd op aarden, soms stenen wallen. Het is bedoeld om soldaten buiten de hoofdverdedigingslinie te beschermen en kan een permanente structuur zijn of een haastig gebouwde tijdelijke vesting.
Noot: Op 14 juni 1775 had het Congres de milities rondom Boston formeel aangenomen als het Continental Army. Op 15 juni werd George Washington benoemd tot opperbevelhebber. Het nieuwe Continentale Leger werd pas echt een realiteit toen George Washington op 2 of 3 juli 1775 arriveerde in Cambridge, Massachusetts. Pas vanaf dat moment nam hij daadwerkelijk het operationele bevel over. Hij begon direct met het smeden van de ongediplomeerde, losse militiegroepen tot een gestructureerd, gedisciplineerd en permanent beroepsleger. De strijders bij Bunker Hill waren dus in naam de allereerste 'Continentale' soldaten, maar in de praktijk nog rasechte, onafhankelijke milities.
Maar de avond voordat de Slag om Bunker Hill zou plaatsvinden, liet Prescott de lagere heuvel Breed's Hill versterken, die dichter bij de rivier ligt. Die positie was gevaarlijker voor de Britse schepen. 's Morgens zagen de Britse soldaten dat Breed's Hill, op de kaart gezien recht boven hen, bezet was. Ze beseften dat dit een grote bedreiging vormde voor hun scheepvaart en de stad zelf, en dat die heroverd moest worden.
17 juni 1775: het patriottenleger had zich ingegraven boven op Breed's Hill. Het Britse leger dacht dit probleem snel opgelost te hebben. Ze zagen de patriotten als een bont allegaartje van mannen die nooit samen gedrild of opgeleid waren, terwijl zij zelf een goed getraind en beschermd beroepsleger waren (door overmoedigheid neem je de vijand misschien niet zo serieus als je zou moeten). Zodra ze de heuvel opliepen, werd het vuur geopend door de milities. Het werd een bloedbad. De Britten werden teruggeslagen, maar voerden een tweede aanval uit. Weer werden ze beschoten vanaf de versterkte positie op de heuveltop, en de Britten moeten zich opnieuw terugtrekken. Maar de schaarse munitie van de milities raakte op: er mocht alleen nog geschoten worden wanneer soldaten oog in oog met elkaar stonden. Uiteindelijk verloren de Britse soldaten 40% van hun manschappen. Desondanks heroverden ze de heuvels na deze eerste grote veldslag van de oorlog. Voor de Britten was hiermee wel duidelijk geworden dat de kolonialen oorlog voeren niet uit de weg gingen, maar dat ze de strijd aangingen, en wel om te winnen. Hoewel de Britten de slag wonnen, was het een kostbare overwinning: ongeveer 1.000 Britse slachtoffers (doden en gewonden), waaronder veel officieren, en ongeveer 450 Amerikaanse slachtoffers.
AFWIJZING OLIJFTAKPETITIE DOOR BRITS PARLEMENT
Het Britse parlement verwierp de Olijftakpetitie en verklaarde dat de kolonies openlijk in opstand waren. Alle hoop op verzoening was nu vervlogen, en de patriotten beseften dat er geen weg terug meer was. Zonder de rechten van Britse onderdanen wilden ze geen Britse onderdanen meer zijn. Nu moesten ze niet alleen beslissen over politieke onafhankelijkheid, maar ook wat een politieke band dan betekende. Als onderdaan van een koning hadden ze een soort van 'beschermingsdeken'. Die bescherming weggooien en iets nieuws proberen was niet zo evident. Maar wat was het alternatief? Monarchieën werden in die tijd beschouwd als duurzaam, stabiel, min of meer universeel. Republieken waren een ongewone bestuursvorm en golden als kortstondig en onstabiel. Die keuze zou een radicaal, revolutionair en beangstigend denkspoor zijn, wat niet iedereen zag zitten.
DEFINITIEVE BESLISSING VOOR ONAFHANKELIJKHEID
In 1776 vergaderden afgevaardigden van bijna alle 13 kolonies en beslisten na lang vergaderen dat het tijd was om de onafhankelijkheid van het Britse Rijk uit te roepen. Ze zochten naar een taalvaardig iemand die de revolutionaire ideeën kon verwoorden in een melodieus proza, kernachtig en helder. De verklaring zou ook worden gestuurd naar diverse Europese naties om steun te zoeken voor hun beslissing. Ze vonden de juiste persoon in Thomas Jefferson. Die had in 1774 al een krachtig pamflet geschreven dat de crisis met het Britse Rijk goed samenvatte, en dat goed onthaald was in alle kolonies.
De definitieve "Declaration of Independence" (Onafhankelijkheidsverklaring), opgesteld door Thomas Jefferson, werd nadien beoordeeld door John Adams, Benjamin Franklin, Roger Sherman en Robert Livingston en in schoonschrift uitgeschreven door Timothy Matlack. Op 2 juli 1776 kwamen de dertien kolonies samen, en werden de Onafhankelijkheidsverklaring en de eerste Amerikaanse Grondwet ondertekend in het Pennsylvania State House in Philadelphia, de eerste hoofdstad van de koloniale provincie Pennsylvania.
Het Pennsylvania State House, dat later de naam Independence Hall kreeg, is gebouwd in de periode 1732-1753 en werd zelfs toen al beschouwd als "het grootste sieraad van de stad". Het gebouw werd een symbool van vrijheid, democratie en de stichting van de Verenigde Staten. Vanwege zijn cruciale rol in de Amerikaanse geschiedenis staat het gebouw op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Later verandert de naam in Independence Hall.
Door het Continentale Congres werd op 4 juli de definitieve tekst van de verklaring goedgekeurd en verklaarden de Verenigde Staten zich officieel onafhankelijk van het Koninkrijk Groot-Brittannië. De kolonie van New York sloot zich aan bij de Onafhankelijkheidsverklaring op 9 juli 1776.
De verklaring hield de onafhankelijkheid van de Britse monarchie in. De onafhankelijkheid werd in de verklaring gerechtvaardigd door een aantal "waarheden" die de ondertekenaars vanzelfsprekend achtten: "dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat ze door hun schepper zijn uitgerust met bepaalde rechten en dat onder die rechten vallen het recht op leven, op vrijheid en op het nastreven van geluk". Ironisch en paradoxaal is hier dat Jefferson zelf meer dan 600 slaven in dienst had! Onder de verklaring staan 56 handtekeningen. Een daarvan is van John Hancock. Hij schreef zijn handtekening zo groot op, dat de Britse koning hem zonder bril zou kunnen lezen.
OPEN 'DECLARATION OF INDEPENDENCE'TOTALE OORLOG
Toen de uiteindelijke Onafhankelijkheidsverklaring het Britse hof bereikte, ontstak koning George III in woede en zette, ondanks dat de dertien kolonies een klein gedeelte waren van het grote Britse wereldrijk, alle middelen in om de kolonies te verslaan: de helft van de zeemacht, 2/3 van het landleger en een groot aantal Duitse huurlingen verplaatsten zich richting Amerika. Volgens de koning mòesten de kolonisten koste wat kost verslagen worden.
De kolonies op hun beurt stelden George Washington aan als hun opperbevelhebber. Washington staat voor een enorme taak, zoals het aanbrengen van eenheid tussen de milities van dertien verschillende kolonies (tucht en orde), uniformering en wapenuitrusting van het leger. Daarnaast moest hij een plan maken voor de logistiek van de bewapening en het eten van de legers.
De VS probeerden vervolgens de sympathie (maar dan vooral in de vorm van militaire steun) te verkrijgen op het Europese vasteland. Topdiplomaat, uitvinder, wetenschapper en gezant Benjamin Franklin (van 1778 tot 1785 gevolmachtigd minister van de Verenigde Staten in Frankrijk) bracht een bondgenootschap tot stand tussen de Amerikaanse republiek en het Franse koninklijke hof. De Fransen, die feitelijk al eeuwen wereldwijd oorlog tegen de Britten hadden gevoerd, zagen hierin een kans om de Britten terug te pakken na hun verlies van de Zevenjarige Oorlog. Van Frankrijk kregen de VS zowel militaire als geldelijke steun.
Op 19 april 1775 begon de AMERIKAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOG tegen Groot-Brittannië, met de allereerste gevechten op het platteland van Massachusetts.
Voor meer informatie over die oorlog, open de aparte popup-pagina middels de button: AMERIKAANSE ONAFHANKELIJKHEIDSOORLOGWIE WAREN DE 'FOUNDING FATHERS'?
Binnen de geschiedenis van de VS kom je de naam vaker tegen: de Founding Fathers, door Amerikanen ook wel de Founders genoemd. Dat waren een groep Amerikaanse revolutionaire leiders uit de late achttiende eeuw die de Dertien Kolonies verenigden, de oorlog tegen Groot-Brittannië leidden, de Verenigde Staten van Amerika stichtten en een regeringsstructuur voor de nieuwe natie ontwierpen. Tot de Founding Fathers behoren:
- de personen die de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten, de Artikelen van de Confederatie en de Grondwet van de Verenigde Staten schreven en ondertekenden;
- bepaalde militairen die vochten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog;
- andere individuen die een belangrijke rol speelden aan de vorming van de natie.
In 1973 identificeerde historicus Richard B. Morris zeven figuren als belangrijke grondleggers, gebaseerd op wat hij de "drievoudige toets" noemde: leiderschap, levensduur en staatsmanschap. Een opsomming van de belangrijkste zeven Founding Fathers (stichters) van de Verenigde Staten, de politieke leiders die de basis legden voor de Amerikaanse democratie:
- George Washington: hij wordt gezien als de 'vader van de Verenigde Staten'. Hij was de opperbevelhebber van het Continentale leger van de VS tijdens de Amerikaanse Revolutie en de eerste president van het land.
- Thomas Jefferson: de hoofdauteur van de Onafhankelijkheidsverklaring en de derde president van de VS.
- Benjamin Franklin: een beroemde diplomaat, uitvinder en wetenschapper die hielp bij het opstellen van de Grondwet.
- John Adams: de eerste vicepresident en de tweede president van de VS, die een cruciale rol speelde in de onafhankelijkheidsbeweging.
- Alexander Hamilton: de eerste minister van Financiën, grondlegger van het Amerikaanse banksysteem en belangrijkste auteur van de Federalist Papers.
- James Madison: de "Vader van de Grondwet", vanwege zijn enorme invloed op het ontwerp van de Amerikaanse staatsinrichting. Ook was hij de vierde president.
- John Jay: de eerste opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof en een belangrijk diplomaat.
Hieronder alle zeven op een postkaart: John Adams (de advocaat die de Britse officieren verdedigde in hun rechtszaak naar aanleiding van het eerste conflict op 5 maart 1770 in Boston)
De meeste Founding Fathers hadden voorouders die terug te voeren waren op Engeland. Hoewel velen verschillende familiewortels hadden die zich uitstrekten over andere regio's van de Britse Eilanden: Schotland, Wales, het Caribisch gebied en Ierland. Daarnaast konden sommigen hun afstamming terugvoeren op de vroege Nederlandse kolonisten van New York (Nieuw-Amsterdam) tijdens het koloniale tijdperk, terwijl anderen afstammelingen waren van Franse hugenoten Hugenoten zijn Franse protestanten in de 16e en 17e eeuw die de leer van Johannes Calvijn volgden. die zich in de Britse Dertien Kolonies vestigden, op de vlucht voor religieuze vervolging in Frankrijk. Velen van hen waren rijke kooplieden, advocaten en landeigenaren.
JAARLIJKSE 'INDEPENDENCE DAY'
De Independence Day wordt nog jaarlijks gevierd als de geboortedag van de VS. Het is nog altijd het belangrijkste nationale feest van de Verenigde Staten.
Het schilderij 'Declaration of Independence' (1818) van John Trumbull toont de vijfkoppige opstellingscommissie van de Onafhankelijkheidsverklaring die hun werk aan het Congres presenteert. Het schilderij staat op de achterkant van het Amerikaanse biljet van 2 dollar. Het origineel hangt in de rotonde van het Capitool. Het beeldt geen echte ceremonie uit; de afgebeelde personen bevonden zich nooit tegelijkertijd in dezelfde ruimte.
THE FIRST SALUTE
Ruim vier maanden na de eerste Independence Day, op 16 november 1776, (de oorlog tussen de Britten en de VS was in volle gang) zeilde het Amerikaanse oorlogsschip 'Andrew Doria' de haven van Sint Eustatius binnen met de gloednieuwe Amerikaanse vlag in de mast (meer over de vlaggen onderaan op de pagina). Het schip vuurde dertien saluutschoten af als groet. De Nederlandse gouverneur van het eiland, Johannes de Graaff, gaf Fort Oranje bevel om te antwoorden met elf saluutschoten. Dit was de allereerste keer ter wereld dat een officiële vertegenwoordiger van een buitenlandse mogendheid de Amerikaanse vlag beantwoordde en daarmee de soevereiniteit van de kersverse Verenigde Staten erkende (hoewel Nederland dat officieel pas in 1782 zou doen). Veel Amerikanen beschouwden dit als de eerste internationale erkenning van de toekomstige Verenigde Staten. Londen was destijds verontwaardigd over deze "brutale" actie van de Nederlanders.
De Britten beschuldigden bovendien de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ervan de Amerikaanse rebellen te steunen en met hen in het geheim te handelen. En dat was ook zo: naast wapens hadden de rebellen een groot tekort aan alledaagse en logistieke middelen, omdat Groot-Brittannië de Amerikaanse havens blokkeerde.
Toen in 1775 de opstand van de dertien Britse kolonies begon, hadden de Amerikanen dringend behoefte aan:
- buskruit;
- musketten;
- kanonnen;
- kogels;
- uniformen;
- geneesmiddelen.
Groot-Brittannië probeerde die bevoorrading te verhinderen, maar via Sint-Eustatius, meestal Statia genoemd, en een Nederlandse kolonie van de Dutch West India Company (de Nederlandse W.I.C.), konden de Amerikanen vrijwel alles kopen. Het eiland had nauwelijks plantages, maar was een enorme vrijhaven. Een vrijhaven is een haven met bijzondere vrijstellingen, bijvoorbeeld de vrijstelling van betaling van belasting, hier kunnen dus schepen van alle naties vrij binnenlopen om er bijvoorbeeld handel te drijven. Het begrip vrijhaven wordt ook gebruikt voor plekken waar illegale zaken worden gedoogd of niet gecontroleerd.
De Nederlanders leverden officieel geen wapens aan de Amerikanen; de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was aanvankelijk officieel neutraal. Maar handelaren uit heel Europa en Amerika kwamen er massaal goederen kopen en verkopen. Ook Nederlandse kooplieden waren geïnteresseerd in handel. Zij verkochten grote hoeveelheden oorlogsmateriaal aan de Amerikanen. Een aanzienlijk deel van het buskruit dat het Continental Army (het Amerikaanse leger) gebruikte, kwam via Sint-Eustatius. Historici schatten dat in de eerste oorlogsjaren een zeer groot deel van de Amerikaanse militaire voorraden via het eiland liep.
VIERDE ENGELS-NEDERLANDSE OORLOG
De handel, waarbij het Caribische eiland de spil was, was feitelijk een ruilhandel: Nederlandse handelaren brachten wapens, munitie, buskruit, textiel (doeken en stoffen voor het maken van legeruniformen en tenten), kleding en schoenen (essentieel voor de slecht uitgeruste Amerikaanse soldaten) naar het eiland. De Amerikaanse rebellen brachten hun tabak en suiker per schip naar datzelfde eiland. Ze gaven de tabak en suiker aan de Nederlanders in ruil voor de wapens. De Nederlandse handelaren voeren met die Amerikaanse tabak en suiker terug naar Europa. Daar verkochten ze die producten op de Europese markt voor veel geld. Vanwege de enorme en uiterst winstgevende smokkelhandel stond Sint-Eustatius destijds wereldwijd bekend als 'The Golden Rock'.
Groot-Brittannië pikte deze schending van de neutraliteit niet en verklaarde de oorlog aan de Nederlanders op 20 december 1780. Daarmee was de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784) een feit. Pas in mei 1781 verklaarde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de oorlog aan Engeland. Maar deze oorlog had meer het karakter van een Britse strafexpeditie, vanwege de Republikeinse "smokkelsteun" aan de rebellen.
DE BRITSE AANVAL
In februari 1781 verscheen een grote Britse vloot onder bevel van George Rodney. Het kleine eiland kon zich nauwelijks verdedigen. De Britten namen alle schepen in beslag, confisqueerden enorme hoeveelheden handelswaar, plunderden magazijnen en arresteerden veel kooplieden. De buit was zo groot dat Rodney wekenlang bezig was om alles te inventariseren.
De Nederlandse marine was in de 18e eeuw zwaar verwaarloosd en was geen partij voor de Britten. Er vond slechts één grote zeeslag plaats: de Slag bij de Doggersbank De Doggersbank is een grote, ondiepe zandbank in het midden van de Noordzee. Het gebied ligt op ongeveer 275 km ten noordwesten van Den Helder. De bank strekt zich over een lengte van ongeveer 300 kilometer uit door de Britse, Nederlandse, Duitse en Deense wateren.
Hoewel deze onbeslist eindigde, vierde Nederland het als een morele overwinning, omdat de vloot standhield. De Britten blokkeerden daarna echter de Nederlandse kust, waardoor de handel volledig stilviel. Met het ondertekende vredesverdrag van Parijs, geratificeerd door het Congres van de Verenigde Staten op 14 januari 1784, kwam ook deze oorlog ten einde. De Republiek moest het strategische gebied Nagapattinam in India aan de Britten afstaan en Britse schepen kregen vrije vaart in de Molukken. De oorlog betekende de definitieve neergang van de Republiek als maritieme en economische wereldmacht. Intern zorgde het verlies voor een enorme politieke crisis, wat leidde tot de opkomst van de Patriottenbeweging tegen stadhouder Willem V in 1781.
Onderstaan een paar foto's van het eiland Sint-Eustatius met Fort Oranje en het monument.
George Washington schreef later dat Sint Eustatius van enorm belang was geweest voor de Amerikaanse zaak. Er wordt vaak een uitspraak aan hem toegeschreven waarin hij Statia "de wieg van de Amerikaanse onafhankelijkheid" noemt. Historici zijn het er echter over eens dat hiervoor geen eigentijds bewijs bestaat; het is waarschijnlijk een latere overlevering. Wel staat buiten kijf dat de bevoorrading via het eiland van grote betekenis was.
Het is een mooi voorbeeld van hoe een klein Nederlands eiland met slechts enkele duizenden inwoners een onverwacht grote invloed had op het ontstaan van de Verenigde Staten. Daarom wordt Sint Eustatius in de Amerikaanse geschiedenis nog altijd met respect genoemd.
ROOSEVELT
In februari 1939 voer de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt met een marineschip naar de rede van Sint Eustatius om het moment van The First Salute te eren. Hij schonk het eiland een grote bronzen herdenkingsplaquette. Deze hangt vandaag de dag nog steeds aan de vlaggenmast van Fort Oranje.
Roosevelt liet op de plaquette beitelen dat hier de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten voor het eerst formeel werd erkend door een buitenlandse functionaris. Hij noemde het een fundamenteel moment in de Amerikaanse geschiedenis. Extra bijzonder was dat de familie Roosevelt zelf verre Nederlandse wortels had (hun stamvader Claes van Rosenvelt emigreerde rond 1650 vanuit Zeeland naar New York).
In de archieven van Sint Eustatius werd later zelfs ontdekt dat verre familieleden van Roosevelt al in 1759 op het eiland waren getrouwd. Dankzij die elf Nederlandse saluutschoten uit 1776 vieren de inwoners van Sint Eustatius elk jaar op 16 november nog steeds groots "Statia Day", wat tegenwoordig in de VS ook officieel is uitgeroepen tot "Dutch-American Heritage Day".
WASHINGTON D.C. EN HET WITTE HUIS
In 1790 werd het District of Columbia (DC) gecreëerd. President George Washington en planoloog Pierre L'Enfant wezen samen de locatie aan van de nog te bouwen presidentiële ambtswoning. De Ier James Hoban kreeg na een competitie tussen negen personen de opdracht om het Executive Mansion (de eerste naam van het huidige Witte Huis) te gaan bouwen. Tijdens de bouw stond het Leinster House in Dublin (Ierland) model. Daarin is vandaag de dag het Ierse parlement gehuisvest.
De bouwwerkzaamheden van het Witte Huis werden gestart op 13 oktober 1792 en werden voltooid op 1 november 1800. De kosten bedroegen $ 232.371 (gelijk aan $ 5.974.833 miljoen dollar in 2025). John Adams, advocaat van beroep en een Amerikaanse politicus van de Federalistische Partij, was de 2e president van de Verenigde Staten (1797 tot 1801) en de eerste president die met zijn vrouw het Witte Huis betrok.
LEWIS EN CLARK-EXPEDITIE
Na de kolonisatie van Amerika en uiteindelijk de oprichting in 1776 van de Verenigde Staten, was het land vooral gericht op uitbreiding met nog meer staten (zogenaamde expansiedrift).
Het hele continent Noord-Amerika moest verenigd worden tot één grote en machtige natie. In 1803 zonden de VS de expeditie van Meriwether Lewis en William Clark (1803–1806, Lewis and Clark Expedition genoemd) uit om een route te vinden door het continent tot aan de Stille Oceaan. President Thomas Jefferson (Amerikaanse staatsman, filosoof, architect, slavenhouder en archeoloog) was de 3e president van de Verenigde Staten, namens de Democratisch-Republikeinse Partij. Hij wilde bovendien een bevaarbare waterroute (de zogeheten “Northwest Passage”) door het continent ontdekken voor handel. Behalve de doorgang over land en water tot de Stille (of Grote) oceaan, had de expeditie meerdere doelen:
- Het nieuwe gebied verkennen. Na de "Louisiana Purchase" was het territorium van de VS enorm vergroot. De expeditie moest dit onbekende land in kaart brengen (rivieren, bergen, routes);
- Wetenschappelijk onderzoek. Het verzamelen van informatie over planten, dieren, klimaat en geografie is belangrijk voor wetenschap en kennis van het continent;
- Contact leggen met inheemse volkeren. Ze ontmoetten en beschreven vele Native American-stammen, probeerden handelsrelaties op te bouwen en Amerikaanse invloed te versterken;
- Economische en strategische doelen. De VS wilden haar positie versterken tegenover Europese machten zoals Groot-Brittannië en Spanje, en nieuwe handelsmogelijkheden openen (bijvoorbeeld in bont).
De expeditie leverde een mix op van ontdekking, wetenschap, handel en geopolitiek - een cruciale stap in de westwaartse expansiedrift van de Verenigde Staten. De expeditie deed verslag van onbekende natuurlijke rijkdommen die nieuwe immigranten lokten. Het was de eerste overlandse tocht door het westen van de Verenigde Staten van Amerika die leidde naar de kust van de Grote Oceaan, naar de monding van de rivier Columbia in de huidige staat Washington.
De expeditie legde de grondslag voor de expansie van de VS naar het westen. Er werd veel kennis vergaard over de nog onverkende gebieden in het hart van het Noord-Amerikaanse continent. Veel bontjagers, handelaren, soldaten, goudzoekers en boeren traden dan ook in de voetsporen van Lewis en Clark.
SCHENDING VAN HET VREDESVERDRAG
Het Vredesverdrag van Parijs (1783) dat na de Onafhankelijkheids-oorlog was gesloten, bleek geen garantie voor de toekomst. In 1812 kruisten de Britten en de VS opnieuw de wapens. Dit keer ging het om de commerciële en territoriale controle over Noord-Amerika, en deels was het een vergelding voor de Amerikaanse aanvallen door de kolonisten op het Canadese York (het huidige Toronto) en andere Britse posities in Canada.
De Britten wilden een krachtige boodschap sturen en het Amerikaanse moreel ondermijnen. Door Washington D.C. aan te vallen, hoopten de Britten de Verenigde Staten een gevoel van kwetsbaarheid te geven. Uit wraak staken de Engelse troepen onder leiding van admiraal David Milne gebouwen in Washington in brand, waaronder het Capitool (het gebouw van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging, waarvan in 1811 de bouw was afgerond) en het Executive Mansion (de ambtswoning van de president, het latere Witte Huis). Dit gebeurde in de nacht van 24 op 25 augustus 1814. De brand had een verwoestende impact op de infrastructuur, liet een blijvende indruk op de Amerikaanse psyche achter en droeg bij aan het groeiende nationalisme in de Verenigde Staten.
Dat leidde uiteindelijk tot een hergroepering van Amerikaanse troepen, wat weer resulteerde in de herovering van Washington enkele maanden later. De gebeurtenis blijft een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten en de relaties tussen de VS en het VK.
James Hoban werd (opnieuw) aangesteld om het huis te herbouwen en president James Monroe nam er, als 5e president van de VS, in 1817 zijn intrek.
Het Witte Huis dankt zijn naam aan de witte kalklaag die in 1798 op de poreuze zandstenen muren werd aangebracht om ze te beschermen tegen vorstschade. Oorspronkelijk heette het gebouw het "President's House" of "Executive Mansion". De evolutie naar de huidige naam verliep in twee stappen:
- Informele bijnaam: Al vroeg in de 19e eeuw sprak het publiek informeel over het "White House", mede om het gebouw na de verwoesting in de Oorlog van 1812 opnieuw te identificeren;
- Officiële naam: Theodore Roosevelt was een Amerikaanse politicus van de Republikeinse Partij. Hij was van 1901 tot 1909 de 26e president van de VS. In 1901 maakte hij de naam "White House" officieel door deze op zijn briefpapier en officiële documenten te laten drukken.
Op Wikipedia vind je een compleet overzicht van alle presidenten van de VS (vanaf 1789), met foto, hun vicepresident, periodes van ambtstermijn en hun partij. Klik op de button.
Overzicht presidenten VS
AMERIKAANSE VLAG
De eerste "Grand Union Flag", sinds de onafhankelijkheid
De eerste 'Stars and Stripes' uit 1777.
De eerste Amerikaanse vlag na het uitroepen van de onafhankelijkheid was de Grand Union Flag (ook bekend als de Continental Colors of Cambridge Flag). Deze vlag werd in 1776 gebruikt, het jaar van de Onafhankelijkheidsverklaring, en bestond uit 13 rode en witte strepen met de Britse "Union Jack" in de linkerbovenhoek.
De vlag was in feite een Brits vaandel (British Red Ensign) waaraan zes witte strepen waren toegevoegd, waardoor er 13 afwisselende rode en witte strepen ontstonden. De dertien strepen symboliseerden de dertien verenigde Amerikaanse kolonies die in opstand kwamen. De Union Jack stond in het zogenaamde kanton. Een kanton is in de vexillologie (vlaggenkunde) een hoek van een vlag. Meestal bedoelt men de broektop, dat is boven aan de broekingzijde (dat is de zijde van de broeking of zoom, dus aan de stokzijde). Als niet staat vermeld over welk kanton het gaat, mag men ervan uitgaan dat deze hoek bedoeld wordt. Dit werd gebruikt om enerzijds de Britse roots te erkennen en anderzijds trouw aan de Britse Kroon te tonen, terwijl men tegelijkertijd streed voor meer autonomie.
De vlag werd al in december 1775, vóór de Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776, gehesen door de marine en het leger. Omdat het symbool van een onafhankelijke natie nog moest worden gevormd, bleef deze vlag na de onafhankelijkheid nog enige tijd in gebruik. Al snel bleek het tonen van de Union Jack verwarrend en politiek onwenselijk tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel vervangen door de eerste versie van de "Stars and Stripes", waarbij de Union Jack werd ingeruild voor een blauw veld met dertien (inmiddels 50) witte sterren.