ONTSTAAN VAN DE BLUES: MUZIKALE ONTWIKKELINGEN NA 1865


Muzikale ontwikkelingen na 1865
Muzikale ontwikkelingen in de blues na 1865.

Zoals in de inleiding al vermeld, hieronder het tekstblok met de ingrediënten van de blues.

1. BLUES =

  1. Ditties (1)
  2. Afrikaanse muziektradities (2)
  3. Work songs / field hollers (3) (werkliederen en veldkreten)
  4. Gospel (4) (negrospirituals die zijn samengevloeid met westerse hymnen en psalmen)

De term "blues" werd officieel pas rond 1912 voor het eerst gebruikt door William Christopher Handy. Maar we zullen nooit precies weten wie het eerst het woord blues gebruikte of het eerste bluesnummer schreef. Al is 'schrijven' een groot woord, want niemand heeft het echt geschreven: de blues (laat ik dat woord vanaf hier toch maar gebruiken) verspreidde zich tijdens de periode van de slavernij, wat letterlijk ging van mond tot mond. Zonder radio, tv, cd's, platen of geluidsbanden. Muzieknummers werden veranderd en 'verbeterd' tijdens hun reis door Amerika. Natuurlijk verliep dit proces op het platteland maar heel geleidelijk: daar waren geen theaters of andere podia voor muziek. Alle soorten liederen werden doorgegeven door rondreizende muzikanten (troubadours in het Frans) en door ze samen te zingen binnen het gezin of in andere groepen. Door dat rondreizen bestonden er op den duur allerlei regionale vormen. De liedjes met de eenvoudige, maar trage en treurige melodieën, en teksten over alledaagse beslommeringen die we nu nog terugvinden in de blues, heetten in die dagen DITTIES (1). Ditties (een Engels woord) waren lyrische, strofische en kort verhalende simpele liedjes of gedichten, die we tegenwoordig ballades noemen.

AFRIKAANSE MUZIEKTRADITIES

Op tv hoor je weleens in de een of andere documentaire over "de wonderlijke geluiden van Afrika". Bedoeld worden de geluiden van de natuur: dieren, vogels, insecten, het geluid van de hitte. Deze geluiden inspireerden de Afrikaanse muzikanten duizenden jaren lang. Hun trommels maakten de ritmes tijdens muziek en zang, dansen en rituelen, en waren tevens een belangrijk middel om te communiceren tussen stammen onderling.

Afrikaanse slaginstrumenten (of percussie) zijn ritmisch en expressief. Ze worden traditioneel ingedeeld in vellen, hout en shakers, gemaakt van natuurlijke materialen. De bekendste instrumenten zijn de djembé (vaastrommel), de talking drum (pratende trommel) en de balafoon (houten xylofoon). De belangrijkste en meest gebruikte Afrikaanse slaginstrumenten:

1. Membranofonen (trommels):

2. Idiofonen (Slag- en schudinstrumenten):
afrikaanse ritmes
Afrikaanse slaginstrumenten (of percussie) zijn ritmisch en expressief.

De klanken die ze erbij gebruikten, maakten het tot liedjes. AFRIKAANSE MUZIEK (2) komt voort uit een puur mondelinge traditie, die van generatie op generatie is overgegaan. Ze bestaat uit slaapliedjes, feestliedjes, religieuze en marsliedjes. In principe verschilt het niet van muziek uit andere continenten. Maar opvallend is dat de muziek vooral wordt gedomineerd door de vraag- en antwoordvorm (CALL-AND-RESPONSE-PATROON), wat de liedjes tot een vorm van communicatie maakte en die later de blues en jazz sterk zou beïnvloeden. De slaven die in het verleden van Afrika naar Amerika werden getransporteerd om te werken op de plantages, namen niets mee. Geen bezittingen, geen muziekinstrumenten, geen uitgeschreven muziek. Het waren de liedjes, hun muziek, klanken en ritmes die, net als de herinneringen aan dat wat ze achterlieten, in de hoofden van de slaven meereisden.

OP DE PLANTAGES

Eenmaal in Amerika moesten de uit Afrika geroofde slaven lang en hard werken, waren ze meestal van zonsopgang tot zonsondergang geketend, en leefden ze in erbarmelijke omstandigheden en armoede, waarbij mishandeling en marteling aan de orde van de dag waren (een slaaf werd gemiddeld 24 jaar).

Mississippi cotton
Een katoenplantage ergens in het diepe zuiden van de VS.

Muziek was het enige wat ze hadden. Praten tijdens het werk op de plantages mocht niet, omdat de bewakers hun taal niet verstonden. Zingen van zogenaamde WORK SONGS (werkliedjes) was wel toegestaan, en dat werd tevens hun manier van communiceren: eentje zong alleen, in het Afrikaans natuurlijk, om zijn verhaal te doen aan de rest. Of de voorman van een werkploeg, de "holler" ("to holler" betekent vrij vertaald schreeuwen, gillen), gaf een strofe aan, waarop de rest antwoordde: het CALL-AND-RESPONSE-PATROON, meegenomen uit hun geboorteland. Het was ook hun manier om ontsnappingspogingen te 'bespreken'. Zo ontstonden de zgn. WORK SONGS en de FIELD HOLLERS (3). De traditionele religieuze volksliederen van de slaven (die ze zongen tijdens hun gebedsdiensten op zondag) werden NEGROSPIRITUALS (4) genoemd. Onderstaand een paar voorbeelden van negrospirituals, een work song en een field holler.

Mississippi John Hurt - "I Shall Not Be Moved" (1964).
De Vlaamse gospelband SOULSPIRIT gaf deze interpretatie aan "I Shall Not Be Moved" (± 2000).
Ervin Webb & Group - "I'm Goin' Home" (1959).
Lightning Washington and Prisoners - "Good God almighty" (1933).
Thomas J. Marshall - "Arwhooliecornfield Holler" (± 1939).
Joe Green - "Work Songs And Field Holler" (plm. 1939).

Behalve op het veld werd ook gezongen tijdens de arbeid die gevangenen verrichtten in of buiten de bajes. Hieronder een voorbeeld van een groep gevangenen, die zich de Texas Prison Camp Work Gang noemden.

afrikaanse ritmes
Texas Prison Camp Work Gang.
Texas Prison Camp Work Gang - "Go Down Old Hannah" (1959).

Deze term verwijst niet naar één specifieke, officieel benoemde groep met een duidelijke begin- en einddatum, maar naar een systeem van gevangenarbeid in de Amerikaanse staat Texas. Deze zogeheten “work gangs” (kettingploegen of dwangarbeidsgroepen) waren vooral actief van het einde van de 19e eeuw tot het midden van de 20e eeuw:

  1. Circa 1870–1900): Na de Amerikaanse Burgeroorlog begon Texas, net als andere zuidelijke staten, met het inzetten van gevangenen voor zware arbeid, vaak via het beruchte convict leasing-systeem (gevangenenverhuur waarbij particulieren en bedrijven arbeidskrachten van de staat konden huren in de vorm van gevangenen)
  2. Jaren 1900 – jaren 1930: Gevangenen werkten in “prison camps” en werden ingezet in landbouw (vooral katoen), wegenbouw en andere infrastructuurprojecten
  3. Jaren 1940–1960: Het systeem bleef bestaan, maar werd geleidelijk hervormd onder druk van kritiek op de vaak zeer zware en onmenselijke omstandigheden. In Texas stonden deze groepen bekend om hun strenge discipline en zware fysieke arbeid, vaak onder bewaking met geweren en soms letterlijk in ketens (“chain gangs”).

IMPORT VAN SLAVEN IN NEW ORLEANS

De grote import van slaven rechtstreeks naar New Orleans door de plantage-eigenaars was eind 18e eeuw niet de enige reden voor de verdubbeling van het aantal inwoners in die stad.

De meeste Afrikanen die als slaven naar Amerika gebracht werden, kwamen eerst terecht op de West-Indische eilanden. Vooral op Hispaniola, een eiland gekoloniseerd door Christoffel Columbus. Het bestond uit Haïti (al vanaf 1659 de Franse kolonie Saint-Domingue) en de Dominicaanse Republiek. Na een tijdje werden velen van hen verkocht in New Orleans.

Haiti
Van Haïti, via Cuba naar New Orleans.

DE HAÏTIAANSE REVOLUTIE

Maar in 1791 brak de Haïtiaanse Revolutie (slavenopstand) uit, die duurde tot 1804 en werd gekatalyseerd door de Franse Revolutie (1789-1799). Het was de eerste en enige succesvolle slavenopstand op het westelijk halfrond. Deze vond plaats in Saint-Domingue en leidde tot de vrije republiek Haïti. De revolutie kon slagen doordat er een overmacht van vijftien keer zoveel slaven als kolonisten was. Haïtiaanse vluchtelingen kwamen daarna met boten vol via Cuba naar New Orleans. Daar zetten ze hun oude voodoopraktijken (spreek uit als voedoe, een Engelse naam voor de Haïtiaanse religie vodou) ongewijzigd voort. De trommels, zogenaamde "talking drums", waren het communicatiemiddel tussen de verschillende stammen in Afrika en werden ook hier gebruikt om hun ontsnappingsplannen mee te "bespreken", zoals ze dat deden op de plantages. Het trommelen in langdurig dezelfde ritmes kwam angstaanjagend over bij de blanken. In 1808 werd daarom dansen en trommelen op pleinen verboden. Op trommelen kwam zelfs de doodstraf te staan in de staten Mississippi, South Carolina en Georgia.

Ook in New Orleans mochten slaven, net als op de eilanden, niet leren lezen of schrijven en al zeker geen bijeenkomsten of vergaderingen organiseren. Alleen de kerk en Place Congo waren hun toegestane plaats van samenkomst. De Afrikaanse en Haïtiaanse slaven waren gelovig en gingen op zondag naar de kerk. Voor de slaven was het hun enige vrije dag, die was vastgelegd in de Code Noir.


Louis XV Code.noir 1743
Code Noir uit de periode van Lodewijk XV (editie uit 1743).

De Code Noir was een decreet uit 1685 van de Franse koning Lodewijk XIV: "een verzameling verklaringen en oordelen betreffende de zwarte enclaves in Amerika met de opgestelde regels voor de Franse politie en andere ordehandhavers". Het decreet bleef gelden tot 1848. Zondag betekende dus een vrije dag zonder mishandeling (de afbeelding stamt overigens uit 1743 toen Lodewijk XV regeerde in Frankrijk).

[Voorkant vertaald: 'CODE NOIR of VERZAMELING VAN VERORDENINGEN, VERKLARINGEN EN BESLISSINGEN BETREFFENDE de zwarte gemeenschappen van Amerika, MET een overzicht van voorschriften betreffende de politie van de Franse en Amerikaanse slavenhandel en de aangeworven slaven'.]

Op 28 mei 2026 verschijnt een artikel op de website van het Nederlandse NOS-journaal: -"Frankrijk schaft na bijna 350 jaar oude slavernijwet af".

"Toen de slavernij in Frankrijk in de 19e eeuw werd afgeschaft, werd de Code Noir een dode letter - maar nooit officieel ongeldig verklaard. Recent introduceerde het Franse parlementslid Max Mathiasin een wetsvoorstel om Code Noir alsnog af te schaffen."


Na de mis op zondag ging het richting Congo Square. Place Congo (eigenlijk een bijnaam) is een deel van het huidige Louis Armstrong Park, dat ligt in de Tremé-area, de oudste Afro-Amerikaanse buitenwijk van Amerika ten noorden van het French Quarter in New Orleans (zie plattegrond).

New Orleans Map
Een plattegrond van het French Quarter, de toeristenwijk in New Orleans.

CONGO SQUARE IN NEW ORLEANS

Op Congo Square was dus veel meer toegestaan dan elders. De reden: blanke heersers hielden de slaven liever op één plek geconcentreerd, om ze beter in de gaten te kunnen houden. Daarmee werd het aantal Afro-Amerikanen op de zondag op het plein vertienvoudigd, en groeide het uit tot attractie nummer 1 voor de toeristen. Ze hadden er ook een eigen marktplaats waar ze handel dreven en producten verkochten die ze zelf hadden geteeld. Ook maakten ze daar hun kruiden, konden ze zich zelfs wassen of hun haren vlechten, maakten en bespeelden ze hun trommels (bongo's) en dansten ze de Bamboula en Calimba, net als hun voorouders deden.

Deze buurt staat nog steeds bekend om zijn "African-American music" en was de eerste wijk waar later de bevrijde slaven een eigen huis konden kopen.

Place Congo
Congo Square, de oudste Afro-Amerikaanse buitenwijk van Amerika.
Place Congo sign
Amerika staat vol met "markers": informatieborden bij toeristische of historisch belangrijke locaties. In bovenstaand geval eentje met een korte beschrijving van de geschiedenis van het Congo Square in het Louis Armstrong Park.
Place Congo dance
De afbeelding die links op bovenstaande marker staat, zie je hier vergroot.

De tekst op het bord vertaald:

Congo Square ligt in de "nabijheid" van een plek die Houmas-indianen vóór de komst van de Fransen gebruikten om hun jaarlijkse maïsoogst te vieren en die door hen als heilige grond werd beschouwd. Al in de late jaren van 1740 kwamen hier tot slaaf gemaakte Afrikaanse verkopers samen op Congo Square, een traditie die tijdens het Spaanse koloniale tijdperk werd voortgezet toen het plein dienstdeed als een van de openbare markten van de stad. Tegen 1803 was Congo Square beroemd vanwege de bijeenkomsten van tot slaaf gemaakte Afrikanen die op zondagmiddag trommelden, dansten, zongen en handel dreven. In 1819 telden deze bijeenkomsten maar liefst 500 tot 600 mensen. Tot de dansen die hier werden uitgevoerd, behoorden vooral de Bamboula, de Calinda en de Congo. Deze Afrikaanse cultuuruitingen ontwikkelden zich geleidelijk tot Mardi Gras' Indiaanse tradities, de "second line" (zie beneden), en uiteindelijk tot New Orleans' jazz en rhythm and blues. Congo Square werd in het Nationale Register van Historische Plaatsen vermeld op 28 januari 1993.

Een "second line" is een parade in New Orleans, die zijn oorsprong vindt in jazzbegrafenissen en vroege vieringen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Het bestaat uit twee delen: de "eerste rij" met de belangrijkste eregasten en een fanfare, en de "tweede rij", de menigte die erachter volgt, dansend en vierend. Tegenwoordig vinden deze parades plaats bij evenementen zoals bruiloften en festivals, en de term verwijst ook naar de unieke dansstijl: deze wordt gekarakteriseerd door een energieke, improviserende en expressieve manier van bewegen, vaak met veel flair en ritme. Mensen die de "second line" volgen, dansen op een vrije, ritmische manier, met veel nadruk op het schudden van de heupen, het bewegen van de armen en het trekken van dynamische, joyeuze bewegingen. Het is een dans die nauw verbonden is met de muziek van New Orleans, zoals brassbandjazz, en kan worden omschreven als een mengeling van verschillende Afro-Amerikaanse dansstijlen, waaronder elementen van swing, hiphop en traditionele Afrikaanse bewegingen. Het draait om het vieren van het moment, de gemeenschap en de vreugde die de muziek en de parade brengen.

Dr. John
Dr. John (New Orleans, Louisiana, 20 november 1941 – 6 juni 2019), ook bekend als Dr. John Creaux of Dr. John the Night Tripper, was de artiestennaam van pianist, zanger en songwriter Malcolm John (Mac) Rebennack Jr. In zijn muziek combineerde hij blues, boogiewoogie en rock-'n-roll.

In onderstaand filmpje een beeld van de "second line" tijdens de begrafenis van Dr. John, een paar dagen na zijn overlijden.

Second line tijdens de begrafenis van Dr. John.


Na de afschaffing van de slavernij in 1865 begonnen tijdens de misvieringen in de methodisten- en baptistenkerken (die toegankelijk waren voor zowel blanken als voormalige slaven) de negrospirituals samen te vloeien met andere soorten kerkmuziek, zoals WESTERSE HYMNEN EN PSALMEN (4). Een hymne is een loflied op een bepaald onderwerp, zoals een land, een God of een gebeurtenis. Een psalm is een godsdienstig lied, gebaseerd op het Bijbelboek ‘Psalmen’. Het wordt gezongen of voorgelezen op verheven toon. In de synagogale of Joodse traditie zijn dit gebeden voor allerlei gelegenheden.

GOSPEL

Via de samensmelting met de negrospirituals ontstond het GOSPEL (4). Het Engelse woord 'gospel' is afgeleid van het Oudengelse gōd (goed) en spell (nieuws, boodschap), en heeft dezelfde betekenis als het Griekse euangelion (evangelie). Gospel is dus een direct resultaat van Afrikaanse muziek, gecombineerd met blanke psalmen. Een belangrijk verschil tussen negrospirituals en psalmen zit in de tekst, als gevolg van de ietwat beperkte woordenschat van de (voormalige) slaven. Ze gebruikten het lyrisch concept van de psalmen en gaven er hun eigen invulling aan. De teksten zijn christelijk geïnspireerd, met verwijzingen naar het Oude Testament. Zo wordt het leven na de dood aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan. De melodieën zijn eenvoudig en verlopen in een swingend ritme. Oorspronkelijk werden deze liederen a capella (zonder instrumenten) uitgevoerd met onderscheid tussen een solist en een (meerstemmige) groep. Daarbij werd een CALL-AND-RESPONSE-PATROON gehanteerd, net zoals in hun voormalige thuisland en tijdens hun werk op de plantages. De uitvoering laat heel wat spontane muzikaliteit en betrokkenheid van de gemeenschap toe in de vorm van kreten, gejuich en handgeklap. Gospel kwam vooral voor in de methodistenkerken, terwijl tijdens diensten in de baptistenkerken meer aandacht was voor stilte en gebed.

gospel
Gospel tijdens een kerkdienst.

BLUES IN NEW ORLEANS

Al in het begin van de 19e eeuw, nog ver vóór de Amerikaanse Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij, begon de Afrikaans beïnvloede muziek zich heel langzamerhand te verspreiden van het platteland vanaf de Mississippi Delta naar de steden in het noorden en zuiden, maar vooral New Orleans.

delta small
De Mississippi Delta is een moerasgebied in het noordwesten van de Amerikaanse staat Mississippi. Het is door de kolonisten drooggelegd en ontgonnen tot plantages. Dit gebied moet niet verward worden met de Mississippi River Delta in Louisiana, want dat is de plek waar de Mississippi iets voorbij New Orleans in zee stroomt.

Ook door het zingen van gospel en negrospirituals met of zonder zelfgemaakte instrumenten vonden de slaven troost in de situatie waarin ze leefden en deelden ze elkaars armoede en ellendige omstandigheden. Het was hun manier om hun lijden zowel uit te drukken als te verzachten.

De Ditties, Afrikaanse muziektradities, Worksongs/fieldhollers en Gospel smolten als het ware uiteindelijk samen, en daarmee was HET FUNDAMENT VOOR DE BLUES GELEGD!


BLUES: DE AFKOMST VAN DE NAAM


WILLIAM CHRISTOPHER HANDY

De term "blues" doet officieel pas rond 1912 zijn entree op bladmuziek van William Christopher Handy uit Memphis, zo wordt verteld. Hij wordt dan ook niet voor niets "The (God)Father of the Blues" genoemd. Terecht? Daar kom ik verderop op terug.

W.C. Handy
William Christopher Handy (16 november 1873 – 28 maart 1958).

In 1903 werkte Handy in Tutwiler, in de buurt van Clarksdale, als dirigent van de Knights of Pythias Band, toen hij voor het eerst 'de blues' hoorde (meer daarover op de pagina "Delta-blues", onder het kopje "Henry Sloan"). Hij was het die in 1909 zijn eerste bluessong schreef: "Mr. Crump Blues", gebaseerd op een verkiezingsnummer voor Edward Crump, een Democratische burgemeesterskandidaat in Memphis.

W.C. Handy - "Mr. Crump Blues" (1909).

Het nummer wordt hier gespeeld op akoestische gitaar. In 1912 werd de titel gewijzigd in "The Memphis Blues", maar het klinkt door zijn blaasinstrumenten en drums al heel verschillend. Andere muzikanten uit Memphis zeggen dat het geschreven zou zijn door Handys klarinetspeler Paul Wyer. Hoe dan ook: het bleek uiteindelijk de basis voor de specifieke bluesstijl die in Memphis is ontstaan.

W.C. Handy - "The Memphis Blues" (1912).
W.C. Handy.orchestra1914
W.C. Handy Orchestra in 1914.

Ook van Handy's hand is "Beale Street Blues". Ook gespeeld op blaasinstrumenten.

W.C. Handy - "Beale Street Blues" (uitvoering van Marion Harris; 1917).

Dit nummer heeft ervoor gezorgd dat Beale Avenue in Memphis rond 1917 werd omgedoopt in Beale Street. Het maakte de plek in een klap onsterfelijk, en leverde Handy later een standbeeld op in het Handy Park & Pavilion in Beale Street.

Handypark
het tegenwoordige Handy Park op Beale Street in Memphis (TN). Tussen de twee zuilen van de ingang prijkt het standbeeld van Handy.

ST. LOUIS BLUES

"St. Louis Blues" (1914) van Handy is een populair Amerikaans lied, gecomponeerd in de bluesstijl, al klinkt het jazzy: er zijn alleen blaasinstrumenten te horen. Het behoort tot het repertoire van heel wat jazzmusici en groeide uit tot een echte jazzstandaard. Het was ook een van de eerste bluesnummers die populair werden als popsong. Het werd uitgevoerd door veel muzikanten in allerlei stijlen, onder meer door Louis Armstrong en Bessie Smith, Glenn Miller en het Boston Pops Orchestra. Het werd gepubliceerd in september 1914 door Handy's eigen bedrijf en werd zo populair dat er een nieuwe dansstijl, de "foxtrot", voor werd gemaakt. De versie met Bessie Smith (Queen of the Blues) en Louis Armstrong op cornet (uit 1925) wordt nu sinds 1933 bewaard in de Grammy Hall of Fame, evenals de versie uit 1929 van Louis Armstrong & His Orchestra (met Henry "Red" Allen). Bessie Smith (1894–1937) zou met haar krachtige stem, rauwe emotie en diepe bluesstijl een grote invloed hebben op latere jazz- en blueszangers (zoals Billie Holiday).

Bessie Smith & Louis Armstrong - "St. Louis Blues" (1925).

IS DE TITEL VOOR W.C. HANDY TERECHT?

Is de titel "(God)Father of the Blues" voor W.C. Handy terecht? Op Handy's officiële 'claim' op de term blues was de reactie van ene Jelly Roll Morton (zie volgende pagina over de afkomst van de naam jazz): "In 1908 Handy didn't know anything about the blues and he doesn't know anything about jazz and stomps to this day. I myself figured out the peculiar form of mathematics and harmonies that was strange to all the world but me." (Vertaald: “In 1908 wist Handy nog niets van de blues en tot op de dag van vandaag weet hij niets van jazz en stomps. Ik heb zelf de bijzondere wiskundige structuur en harmonieën ontdekt die voor de hele wereld vreemd waren, behalve voor mij.”). Morton gooide Handy's claim dus verre van zich.

CHARLES JOSEPH BOLDEN

Charles Joseph "Buddy" Bolden (6 september 1877 - 4 november 1931) was een Afro-Amerikaanse cornetspeler en een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de New Orleans-stijl van ragtimemuziek. "Buddy Bolden's Blues" was zijn beroemdste nummer. Hoewel hij de melodie en de oorspronkelijke (schunnige) tekst al rond 1900-1905 in New Orleans speelde, heette het nummer toen nog "Funky Butt". Bolden speelde de melodie als zijn "theme song" aan het begin van de 20e eeuw (ca. 1900-1906). Het exacte jaartal van het originele nummer is niet terug te vinden.

Dit is overigens een van de eerste keren dat het woord FUNK in een nummer voorkomt. Funk betekent van origine lichaamsgeur of de geur van geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk woord ervaren. In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam, riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan gezien worden als een subgenre binnen rhythm-and-blues en de term wordt sinds halverwege de jaren zestig als genreaanduiding gebruikt. "Funky Butt" was geen dans, maar een beweging: een vrouw die haar rok optrok en suggestieve bewegingen maakte met haar heupen. Ene Coot Grant beschreef het duidelijk: "While she raised her skirt she would grind her rear end like an alligator crawling up a bank." Daar zal geen vertaling bij nodig zijn.

Het nummer zelf werd niet door Bolden zelf opgenomen, omdat er geen opnames van hem bestaan (hij had zijn carrière vóór het tijdperk van de geluidsopnames). Bolden werd in 1907 opgenomen in een psychiatrische inrichting. De titel "Buddy Bolden's Blues" werd pas jaren later geïntroduceerd door pianist Jelly Roll Morton, en werd voor het eerst door hem opgenomen op 16 december 1939 voor General Records onder die titel. Morton nam in 1938 al een versie op voor de Library of Congress en in 1939 een bandversie onder de alternatieve titel "I Thought I Heard Buddy Bolden Say".

Jelly Roll Morton - "Buddy Bolden's Blues" (1939).
Bolden Band
De Buddy Bolden Band rond 1905. Staand v.l.n.r.: Jimmy Johnson (bas), Charles "Buddy" Bolden (cornet), Willy Cornish (trombone), Willy Warner (klarinet). Zittend: Brock Mumford (gitaar), Frank Lewis (klarinet).

DE GRAMMOFOONPLAAT

De 'fonautograaf' werd in 1860 gebouwd door de Parijse uitvinder Édouard-Léon Scott de Martinville. "Au clair de la Lune, Mon ami Pierrot" was zijn eerste opname. Je moet flink je best doen om het te verstaan, maar die woorden uit een bekend liedje nam Édouard-Léon Scott de Martinville in 1860 op met zijn ‘fonautograaf’.

Op 19 februari 1878 patenteerde Thomas Alva Edison (als vervolg en voortbordurend op de fonautograaf) de 'fonograaf' (Engels: phonograph) als voorloper van de grammofoon. De fonograaf voorzag in de eerste mogelijkheid om geluid op te nemen èn weer af te spelen. "Mary had a little lamb" was de eerste opname.

In 1887 patentert de Duits-Amerikaanse uitvinder Emile Berliner de grammofoon en de platte grammofoonplaat. Dit maakt massaproductie van opnames opeens mogelijk, in plaats van de eerdere moeilijk kopieerbare wasrollen. Tussen 1890 en 1900 verschijnen de eerste echte schijven op de markt, initieel van hard rubber en later van het brosse schellak. Muziek op de plaat zetten werd een goed lopende commerciële business.

JOHNNY WATSON / DADDY STOVEPIPE

Daddy Stovepipe
Johnny Watson, alias Daddy Stovepipe (geboren in Mobile, Alabama. 12 april 1867 – 1 november 1963).

Johnny Watson, bekend als Daddy Stovepipe (vanwege zijn hoge hoed), was een Amerikaanse blueszanger, gitarist en mondharmonicaspeler, vooral bekend om zijn talrijke opnames. Watson nam ook op onder de namen Jimmy Watson, Sunny Jim en Rev. Alfred Pitts. Hij was mogelijk de vroegst geboren bluesartiest die opnames maakte.

Veel van zijn opnames waren duetten met een jugband, samen met zijn vrouw Sarah Watson, die meestal werd vermeld onder de naam Mississippi Sarah. Watson begon zijn carrière vóór 1900 in Mexico als twaalfsnarige gitarist in vroege mariachi-bands. "Mariachi" is een traditioneel Mexicaans muziekensemble dat doorgaans bestaat uit violen, trompetten, een vihuela (een gitaar met een hoge toonhoogte), een guitarrón (een grote akoestische bas) en klassieke gitaren. Bekend om zijn energieke klank en iconische charro-pakken, omvat deze feestelijke muziek genres van rancheras (traditionele Mexicaanse muziek) tot bolero's (een muziekstuk in een driedelige maatsoort, of een snelle, levendige Spaanse volksdans).

Daarna vestigde hij zich als entertainer met de Rabbit's Foot Minstrels, waarmee hij door de zuidelijke staten toerde. In de jaren twintig werkte hij als eenmansband op Maxwell Street in Chicago, waar hij de bijnaam "Daddy Stovepipe" kreeg vanwege de karakteristieke hoge hoed die hij droeg. Zijn eerste opname was in 1924 in Richmond, Indiana , waar hij "Sundown Blues" opnam, dat wordt beschouwd als een van de meest primitieve bluesnummers ooit opgenomen.

In 1927 maakte hij meer opnames, ditmaal in Birmingham, Alabama voor Gennett Records, als de ene helft van het duo "Sunny Jim and Whistlin' Joe".

In 1948 was hij teruggekeerd naar zijn werk als straatmuzikant in Chicago, en in 1960, op 93-jarige leeftijd, werd er een opname gemaakt van zijn repertoire, dat inmiddels was uitgebreid met traditionele populaire muziekstukken zoals "The Tennessee Waltz".

Daddy Stovepipe - "Sundown Blues" (1924), zijn eerste opname.
Daddy Stovepipe
De grafsteen van Johnny Watson.

Hij stierf in 1963 in Chicago aan bronchitis na een galblaasoperatie, op 96-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Restvale Cemetery in Alsip, Illinois (een voorstad van Chicago). Op 5 mei 2012 vond het vijfde jaarlijkse White Lake Blues Festival plaats in het Howmet Playhouse Theater in Whitehall, Michigan. Het evenement werd georganiseerd door Steve Salter van de non-profitorganisatie Killer Blues om geld in te zamelen voor een grafsteen ter ere van Watsons ongemarkeerde graf. Het concert was een succes en in juli 2012 werd de grafsteen geplaatst.

DE EERSTE BLUESHIT OP PLAAT

Mamie Smith
Mamie Smith (geboren Robinson) (26 mei 1891 – 16 september 1946).
Mamie Smith was een Amerikaanse vaudevillezangeres, danseres, pianiste en actrice. Als vaudevillezangeres trad ze op in meerdere stijlen, waaronder jazz en blues. In 1920 ging zij de bluesgeschiedenis in als de eerste Afro-Amerikaanse artiest die vocale bluesopnames maakte. In dat jaar zette ze "Crazy Blues" op plaat. Van de single werden een miljoen exemplaren verkocht, waarmee het nummer de eerste hit werd van de bluesmuziek.
Mamie Smith - "Crazy Blues" (1920).

GEOGRAFIE (VERSPREIDING) VAN DE BLUES

Aan de hand van al deze informatie kun je samenvattend de blues dus definiëren als een "meltingpot", een smeltkroes van muziekstijlen die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan. De muziek onderging alle invloeden en vanaf de laatste decennia van de 19e eeuw veranderde die snel. Zonder enige twijfel kwam dit voor een deel door de bevrijding van de slaven, maar ook doordat Amerika zelf veranderde. De ontwikkeling van de steden, de groei van het land en de mobiliteit (vooral door de spoorlijnen) gaven vorm aan de muzikale landkaart van Amerika.

Veel mensen hadden een zwervend bestaan als landarbeider en liftten mee op de goederentreinen. Daarom werd ook aan de trein, vooral aan de cadans van de wielen, een rol toegeschreven in het ontstaan van deze muziek. Een feit is dat in veel bluesnummers en -albums de trein een belangrijk onderwerp is. Enkele voorbeelden:

Veel muzikanten die rondtrokken, ontmoetten elkaar, gingen als groepen verder rondtrekken of vestigden zich in kleine stadjes als Clarksdale (dat zou uitgroeien tot centrum van de delta- of Mississippi-blues; zie verderop op de website), Greenville en Vicksburg. Maar ook grotere steden als Memphis en Chicago. De originele Delta- (of Mississippi-) blues vermengde zich overal met andere muziekvormen. Men nam ideeën van elkaar over, beïnvloedde elkaar, en zo ontstonden nieuwe bluesgenres, waar later namen aan werden toegekend als Afrikaanse blues, Chicago blues, Delta-blues, Memphis blues, enz. Velen verdienden met muziek meer dan met het harde werk op de plantages. Het waren de Britten die de blues naar Europa haalden, waarna die zich wereldwijd verspreidde.

bluesgeografie
Op de foto een collage van bluesartiesten, die nagenoeg allemaal aan bod komen op deze website.
blues family tree small
The Family Tree of Blues.

Behalve nieuwe stijlen binnen de blues ontstonden zo ook nieuwe stromingen: rock-'n-roll, boogie-woogie, folk, country en jazz, om er een paar te noemen. En ook binnen deze stromingen zijn in de loop der tijd weer nieuwe versies ontstaan.

Op de volgende pagina's vind je informatie over de diverse bluesgenres en de muziekstromingen die zich vanaf 1865 begonnen te ontwikkelen, allemaal voortgekomen uit of gerelateerd aan de delta-blues, de "oervorm" van de blues.

Links "The Family Tree of Blues", een boom die de namen van bluesmuzikanten van vroeger tot nu toont, van onder naar boven. Het is een dusdanig grote afbeelding, dat die bij 2x klikken nog niet goed leesbaar is. Klik daarom altijd eerst HIER en vervolgens

- bij gebruik van gsm: schuif de geopende afbeelding met twee vingers naar de gewenste grootte;

- bij gebruik van destop: 1 muisklik op de nieuw geopende afbeelding.