HISTORIE VAN DE BLUES

URBANISATIE EN MIGRATIE

Verspreiding en ontwikkeling van de DeltaBlues

Na afschaffing van de slavernij in 1865 bleven veel voormalige slaven dus op de plantages werken en wonen, maar ook een groot aantal vertrok naar andere streken in de Verenigde Staten om hun geluk daar te beproeven. Vooral na 1869 toen de eerste transcontinentale spoorlijn werd voltooid. De grote industriesteden in het noorden zoals Memphis, Detroit en Chicago waren populair. New Orleans en Baton Bouge waren favoriet bij de zwarten die zuidwaarts trokken. Gelokt door een beter economisch vooruitzicht verspreidden de negers zich met hun muziek over de VS, en er ontstond tegelijk een hele traditie van zwarte en blanke spoorwegliedjes. Een van de beroemdste was "John Henry", het verhaal van een zwarte spoorwegwerker. Het is een werelds volkslied met religieuze sporen in de tekst. Lees de tekst hier of luister HIER naar de John Henry-(folk)song, in een uitvoering van Joe Uehlein. Veel bevrijde slaven zochten, behalve bij de spoorwegen, werk op stoomboten, in de mijnen, fabrieken, houthakkerskampen, vleeshandel en aan de dijken. Ook was in de slavenwet uit de Spaanse tijd iets voorzien wat coartación heette, wat een mogelijkheid gaf jezelf of familie vrij te kopen. Op de foto links een standbeeld van John Henry, in Talcott, Summers County, in het zuidoosten van West Virginia.

Coartación was een systeem van, zeg maar "zelfbetaalde vrijlating" in koloniale Latijns-Amerikaanse slavensamenlevingen, tijdens de zestiende tot negentiende eeuw. Het stelde slaven in staat om een aanbetaling te doen en een vaste prijs voor hun vrijheid vast te stellen, waardoor ze de status kregen van coartado, die extra rechten en privileges gaf aan de slaaf. De slaafmeester kon nadien aan de prijs niks veranderen, ook niet als de marktprijzen gewijzigd waren. De uitdrukking komt oorspronkelijk van het Spaanse "coartar" en betekent afsnijden of beperken, maar later is de definitie van "coartación" als betekenis verworden tot belemmering of beperking van de macht van de slaafmeester.

Maar vrij of niet: al te vaak kwamen ze om het kleinste vergrijp in de gevangenis terecht. Opgesloten door de blanken uit het zuiden die hen nog altijd beschouwden als minderwaardige mensen met wie ze konden doen wat ze wilden. Niet altijd onterecht: na hun vrijheid lapten vele voormalige slaven de regels aan hun laars, en de criminaliteit was hoog. Dat ook de zwarten niet allemaal lieverdjes waren, bewijst het verhaal van LEAD BELLY (zie popupbutton). Een markant en veelbesproken figuur, die ondanks zijn gewelddadig leven toch zou uitgroeien tot Blues- en folkicoon. Een groot aantal nummers van Lead Belly zouden later vooral bekend worden in een uitvoering door andere artiesten.






New Orleans tot Chicago

De voormalige slaven verspreidden zich dus over de V.S. en overal vermengde hun liederen, hun muziek zich met andere invloeden. Verderop op deze website beschrijf ik de Geografie en Stromingen van de Blues, in dit overzicht een trip langs en stroomopwaarts de Mississippi-rivier. Een tour van New Orleans tot aan Memphis, aan de hand van mijn eigen reiservaring in 1996 en 1999. Met enkel bluesdetails en/of bezienswaardigheden uit een aantal plaatsen. Deze pagina is natuurlijk met veel meer foto's te illustreren, maar die vind je op de pagina Foto's Bluestrips buitenland .

New Orleans

De trip begint in New Orleans, Home of the Jazz. Eén van de oudste steden van de VS. Gelegen in het midden in het mondingsgebied van de Mississippi. Niet de hoofdstad (dat is Baton Rouge), wel de grootste stad van de staat Louisiana. New Orleans is een van de grootste havensteden van de wereld waar met name olie, suiker en graan wordt verscheept. Hoewel New Orleans vooral bekend staat als de bakermat van de Jazz is ook de Blues volop aanwezig in deze nog steeds overwegend Franse stad. Behalve Blues en Jazz kom je hier nog een bijzondere muziekvorm tegen: Zydeco en Cajun, die zeer nauw aan elkaar verbonden zijn. Opdwepend, dan weer melancholisch, en getypeerd door gebruik van instrumenten als de van oorsprong Franse accordeon, het wasbord met de lepels en de viool.

In Louisiana spreekt men nog steeds Frans met een 17e eeuws accent. Op menukaarten in restaurants zijn de spicey cajungerechten volop aanwezig. Voor een tocht over de Mississippi kan je terecht op de steamboats, voor een rondvaart door de bayous en de swamps kan je terecht in de omgeving van de stad. Tussen de moerassen en kreken, de krabben en de kaaimannen wonen de "A(r)cadians" (Cajuns), veelal levend van de visserij. Het meest sfeervolle, en toeristische deel van New Orleans is ongetwijfeld "French Quarter" met als centrum (⇐) Bourbon Street. Rijk aan historische locaties, sociale verhalen en iconische gebouwen. De straat dateert uit 1718, toen New Orleans werd opgericht door Jean-Baptiste Le Moyne de Bienville. De Franse ingenieur Adrien de Pauger legde in 1721 de straten van New Orleans aan en koos er een om de naam van de toenmalige Franse koninklijke familie te dragen, Rue Bourbon. Nu is het een lange straat met alleen kroegen, uitpuilende souvenirshops, restaurants, stripteasetenten, maar vooral muziek. Met natuurlijk het jaarlijkse Mardi Grass-festival (soort carnaval). In een overigens toch meer Spaans dan Franse ambiance, wat logisch is aangezien het in de tijd van de Spaanse overheersing is gebouwd. De straat is de enige in de VS waar alcohol op straat genuttigd mag worden, en trekt (misschien daarom ook) zo'n 18 miljoen bezoekers/toeristen per jaar.

Wie kent niet "The House of the Rising Sun" (vertaald: het huis van de rijzende zon), een zogenaamde "traditional", een traditioneel volkslied uit de Verenigde Staten, vele malen opgenomen en vooral bekend geworden in een rock-'n-rollversie door The Animals (1964). De oudst gevonden tekst is opgeschreven door William F. Burroughs en gepubliceerd in 1925. Later is het uitgebracht in folkversies door onder meer Joan Baez in 1960, door Nina Simone in 1961 en door Bob Dylan in 1962. In 1969 had de Amerikaanse rockband Frijid Pink er wederom een hit mee, deze versie was veel rauwer dan de andere versies. Oorspronkelijk had het lied meer een bluegrassgeluid, voor het eerst opgenomen door Clarence "Tom" Ashley en Gwen Stanley Foster in 1928 en later door onder meer Woody Guthrie (in 1940) als folkblues. De tekst, althans delen ervan, gaat volgens sommige bronnen terug tot de 16e eeuw en de melodie zou zijn afgeleid van Engelse folk. Er is veel gespeculeerd over de herkomst en de betekenis van The House of the Rising Sun. De zanger vertelt dat hij zijn leven heeft vergooid in een gebouw met deze naam. Dit verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een gevangenis of een bordeel. De term Rising Sun werd vaker gebruikt in traditionele Amerikaanse en Engelse volksliederen en was een tersluikse verwijzing naar bordelen. In sommige versies van het nummer (wat honderden keren gecoverd is, is de hoofdpersoon een man, in andere een vrouw. Aangezien het nummer mogelijk al uit de 18e eeuw stamt is niet meer te achterhalen of het wel of niet verwijst naar een bestaand gebouw. Wel zijn er meerdere theorieën:

  • Van 1820 tot 1822 heeft er in het French Quarter van New Orleans een hotel gestaan met de naam Rising Sun. Dit hotel werd zeer waarschijnlijk voor prostitutie gebruikt. Het brandde in 1822 af.
  • Van 1862 tot 1874 stond aan de Esplanade Avenue in New Orleans een bordeel dat eigendom was van een zekere Madam Marianne LeSoleil Levant dat "Mevrouw Marianne de opkomende zon" betekent.
  • Een vroegere vrouwengevangenis, de New Orleans Prison for Women, had precies in het midden van de gevel een groot rond raam dat door de gevangenen de opkomende zon genoemd werd.
  • In de 19e eeuw stond er in Carrollton, net buiten New Orleans, een gebouw dat de Rising Sun Hall heette.
  • En natuurlijk is er in New Orleans het Louis Armstrong Parc, met Place Congo (zie pagina "Oorsprong van de Bluesmuziek").

    Vicksburg

    Even noordelijker ligt Vicksburg. Geen bluesplaats van betekenis, maar een klein onbeduidend stadje aan de Mississippi, waar de rivier een bijna haakse bocht maakt. We verlaten de Delta, en komen in het gebied waar de monding begint te ontstaan van zo'n 400 kilometer, tot hij zich uitstort in de Golf van Mexico. De rivier was hier getuige van een van de bloedigste confrontaties tussen de Noordelijke en Zuidelijke legers ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Alleen al in de heuvels rondom Vicksburg sneuvelden tienduizenden soldaten. Diverse monumenten in Vickburg houden de herinnering levend. Een van de stadjes ook aan de rivier waar een kolossale gokboot van de keten "Harrah's Casino's" is gelegen aan de kade. Gokken is op land verboden, niet op het water (....). In het Biedenharn Candy Company-gebouw, nu het Coca Cola Museum, staat een apparaat waarmee de eerste Coco-Cola zou zijn vervaardigd. De uitvinder: John Pemberton (Knoxville (Georgia), 8 juli 1831 - 16 augustus 1888), een Amerikaanse arts en apotheker maar vooral bekend als de bedenker van de drank Coca-Cola. Zijn jeugd bracht hij door in Rome (Georgia). Hij studeerde af aan het Southern Botanico Medical College in Georgia in 1850. In mei 1862 ging Pemberton in dienst bij het leger van de Geconfedereerde Staten (Zuiden) van Amerika en was eerste luitenant tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Tijdens zijn laatste gevecht raakte hij gewond aan zijn borst door een sabel. Hij gebruikte verdovingsmiddelen tegen de pijn en als gevolg hiervan raakte hij verslaafd aan morfine. In 1869 verhuisde Pemberton naar Atlanta, waar hij een lucratieve handel begon in een door hem ontwikkeld drankje dat hij met veel succes verkocht onder de naam "Pemberton's French Wine Coca". Dit drankje was gebaseerd op een vergelijkbaar Europees drankje, genaamd "Vin Mariani" van de Corsicaan Angelo Mariani (1838 - 1914). Mariani ontwikkelde deze drank uit een combinatie van Bordeauxwijn en een extract van bladen van de cocaplant. In die tijd werd het coca-extract vooral gebruikt in geneesmiddelen, voor drankjes ter bevordering van de seksuele drift en behandeling van spijsverteringsproblemen, voor zenuwkalmerende middelen en als drankje tegen veroudering. Nadat in Atlanta in 1885 een verbod op alcoholische drank werd uitgevaardigd, verving Pemberton de wijn in zijn drankje door suikerstroop. Op 18 mei 1886 besloot Pemberton (⇒) een definitieve keuze te maken voor de formule van zijn nieuwe drank en Frank Robinson, een van Pembertons partners en deels eigenaar van zijn bedrijf, bedacht de naam Coca-Cola, het handelsmerk en logo. Op 28 juni 1887 werd aan het Coca-Cola handelsmerk een patent toegekend. Jacobs Pharmacy in Atlanta, Georgia, was de eerste zaak waar Coca-Cola werd verkocht. De cocaïne werd pas in 1905 uit het drankje verwijderd, waardoor de definitieve formule ontstond zoals we deze tegenwoordig nog kennen. Pemberton raakte, ondanks het succes van de drank en mede doordat hij verslaafd was aan cocaïne, in financiële problemen en hierdoor raakte hij zijn aandeel in de onderneming uiteindelijk kwijt. Coca-Cola groeide inmiddels echter uit tot een van de meest bloeiende ondernemingen in de Verenigde Staten, inmmidels een wereldwijde multinational. John Pemberton overleed op 57-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij liet nog een aantal onvoltooide recepten na. Zijn zoon Charles overleed enkele jaren later aan een overdosis ruwe morfine.

    Greenville

    Halverwege Vicksburg en Clarksdale ligt Greenville, waar jaarlijks in september het "Delta Blues & Heritage Festival" wordt gehouden, ver buiten het centrum. Nog altijd een van de grootste Bluesfestivals in de Verenigde Staten. Met de originele Blues, gespeeld door locale en regionale artiesten, zoals Little Milton en Willie Foster. In Greenville zelf moet je voor de authentieke Bluesmuziek zijn in Nelson Street. Bijvoorbeeld in de "Flowin'Fountain", voor de vaste klanten nog steeds "Annie Mae's Cafe".(⇒)

    Tussen de uitgestrekte moerassen van Louisiana en Memphis komen we in de streek van de katoenplantages en zien de riante landgoederen van de voormalige plantagehouders in schril contrast met de behuizing van de arbeiders. Parallel aan de rivier volg je de Highway 61. We zitten hier 600 km. boven de monding van de Mississippi en het is of de tijd heeft stilgestaan. Nauwelijks activiteit. Alleen het water van de rivier schijnt te bewegen. Maar met zo'n hitte kan het ook niet anders. We zijn nu echt in de streek van de katoen en de Blues. De sfeer die je je voorstelt, bij het denken aan het zuiden van de Verenigde Staten.

    Clarksdale

    We rijden Clarksdale binnen, kruising (Crossroads) van Highway 49 en 61, geboorteplaats van o.a. Sam Cooke, ZZ Top e.a. Rondom niets dan katoenvelden, zover als het oog reiken kan. Het is in deze streek waar Bluesgrootheden als Muddy Waters, Huddy Ledbetter (Lead belly), B.B. King, Willie Foster e.d. opgroeiden. Hier geen wolkenkrabbers, maar de sfeer van vroeger. Met ook hier nog steeds de negers bij elkaar in de armste wijken. Hier en daar gigantische muurschilderingen die de sfeer en ellende van vroeger uitademen. En ook hier kiezen de blanken hun eigen stadsdeel. Hoe het ook zij: 's avonds live Bluesmuziek in de plaatselijke jukejoints. Nog steeds. Arbeiders van nu verdienen hun boterham in dienst van King Cotton. Plantagefamilies verdienen nog steeds fortuinen. Terwijl locale grootheden van toen regelmatig hun deuntjes spelen voor hun klanten. De plaatselijke kapper Wade Walton bijvoorbeeld, tot zijn dood op 10-01-2000. Clarksdale is het centrum van de Delta Blues. Het is niet voor niets dat hier het Delta Blues Museum is gevestigd. Hier hangen portretten, is literatuur en muziek verkrijgbaar van de grondleggers van de Blues, er hangen talloze gitaren van Bluesgrootheden zoals Muddy Waters, waarvan ook een wassen beeld is te bewonderen.

    Memphis

    Memphis (Tennessee), een stad die bol staat van de historie op bluesgebied. Memphis was populair bij de rondtrekkende muzikanten. Logisch: het was toegestaan om op straat muziek te spelen, en goed bereikbaar. Een groot kruispunt van spoorlijnen en Highway 51 en 61. Daar kon je als artiest optreden en geld verdienen in de jukejoints en de honky tonks: vaak niet meer dan een uit golfplaten en hout opgetrokken hut wat als dorpsdancing fungeerde. Er werden eenvoudige gitaren, dobro's of banjo's gebruikt, gemakkelijk te vervoeren instrumenten. De begeleiding was ondergeschikt aan de zang/tekst. Het verhalende element was het belangrijkste. Over lokale situaties, alledaagse, herkenbare beslommeringen en gebeurtenissen. Zo werd Memphis het centrum, het "Mekka van de Blues". Geleidelijk aan ontwikkelden zich expressievere gitaarstijlen, zoals de slide, met behulp van bottlenecks. Maar hun muziek werd door de Europese kolonisten niet zo gewaardeerd, eerder als onaangenaam aangeduid. De naam Memphis doet Egyptisch aan. Net als de grote glazen pyramide in de stad, de obelisk en ander Egyptische beelden. Namen in de buurt, zoals Cairo, doen vermoeden dat pioniers hier een tweede Egypte hebben willen stichten. Hoe dan ook: we bevinden ons in, zoals genoemd, het "Mekka van de Blues" en "Birthplace of Rock 'n Roll". Waar namen als Chuck Berry, Bill Haley, Little Richard en Elvis onsterfelijk zijn geworden. Elvis Presley, geboren in Tupelo (MS), zo'n 150 km. ten zuidoosten van Memphis, vertrok met zijn ouders naar Memphis in 1948 en is daar uitgegroeid tot een ware cultfiguur. Een bezoek aan Graceland, zijn landgoed, is de moeite waard. Maar het Blueshart van Memphis is nog steeds Beale Street. Begin jaren '70 heeft hier helaas de slopershamer zijn werk grondig gedaan. De oude Beale-area is verdwenen. Alleen de (hier en daar gestutte) gevels zijn bewaard gebleven, zodat het nog iets van de vroegere sfeer uitademt. Hier was het waar de negers vochten om hun bestaan, probeerden hun brood te verdienen met de Blues, en in de 50-er en 60-er jaren o.l.v. Martin Luther King, de Amerikaanse burgerrechtenactivist, hun vredelievende marsen hielden voor gelijke burgerrechten. Het National Civil Rights Museum (Amerikaanse Nationale Burgerrechtenmuseum) is gevestigd in het voormalige Lorraine Motel (⇒) in Memphis, waar op 4 april 1968 Martin Luther King werd vermoord. Een revolutionair bolwerk dus. Wellicht dat de overheid daarom elke herinnering hieraan, onder het mom van vernieuwing, wilde laten verdwijnen. Maar ook hier in het centrum een aaneenschakeling van cafe's (waaronder "B.B. Kings' Blues Club"), restaurants, en winkels, elke avond live muziek in de kroegen en vaak op straat en met in het midden van "Beale" een bronzen buste van de (God)Father of the Blues: W.C. Handy, in het naar hem genoemde "park" (vooral bestaande uit klinkers en beton).

    Op de hoek van Union Street en Marshall Road ligt de Sun Studio. Een oude sportwagengarage omgebouwd tot opnamestudio door Sam Phillips, (⇒) de ontdekker en tevens producer van Elvis Presley. Maar hij maakte ook Jerry Lee Lewis, Albert Perkins, Johnny Cash (het zgn. Million Dollar Quartet), Howlin' Wolf, B.B. King en vele anderen onsterfelijk en tot kassuccessen. Het was op deze historische plaats waar de eerste rock 'n roll op de plaat werd gezet. Tijdens de rondleiding tussen "originele" (want dat weet je maar nooit in de States) instrumenten en met de "allereerste" tapeopnamen van b.v. Elvis (Blue Moon) waan je jezelf "back in the fifties". Ook nu worden er nog steeds opnames gemaakt in de authentieke omgeving van toen en vinden artiesten hun inspiratie in Memphis en in de Sun Studio's. De eerste grote hit die Sun op zijn naam kon schrijven was van een locale DJ genaamd Rufus Thomas. De naam van het nummer was "Bear Cat", zijn reactie op Willie Mae ("Big Mama") Thornton's (⇐) "Hound Dog", wat Elvis Presley later ook nog eens op plaat zette. Beluister het nummer HIER.

    In 1918 verliep het patent op "het registreren van trilling met een zijwaartse naaldbeweging op een schijf". Het gevolg was dat vele bedrijven zich stortten op de productie van grammofoonplaten waardoor de populariteit van dit nieuwe medium enorm steeg. De verspreiding van de Blues ging niet langer meer via de mondelinge overlevering. Het was in het Peabodyhotel in Memphis waar eind jaren '20 de eerste opnamen werden gemaakt van (country)Bluesartiesten zoals Tommy Johnson en Robert Wilkins. Deze eerste beweerde dat hij zo goed gitaar kon spelen omdat hij ergens op een kruispunt in de Mississippi-delta zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel. Zo ontstond de legende rondom de Crossroads. Later, en meer bekend ook, werd de legende in verband gebracht met Robert Johnson (⇐), de King of the Delta Blues (geen familie van Tommie). Hij was de grootste van de Delta-Bluesmannen en kon de Blues laten striemen als hagel. In '36 en '37 werden van hem 29 opnames gemaakt. Er heerste veel bijgeloof en geloof in zwarte magie onder de zwarte bevolking in die tijd: het jankende gitaargeluid werd uitgelegd als gehuil van de weerwolf, van de duivel, en bovendien was het maken van opnames jezelf onsterfelijk maken. Eén van zijn nummers, "Me and the devil Blues", gaat daar ook over. Daarom werd van ook van hem gezegd dat hij zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel, voor zogenaamde "fame en fortune". Op 16-8-1938 stierf hij op 26-jarige leeftijd, straatarm. Vergiftigd. Pas na zijn dood is men zijn werk gaan waarderen en wordt zijn muziek nog wereldwijd verkocht. Langs de weg en in de muziek wordt die legende van de Crossroads nu nog levend gehouden. Duidelijk zal zijn dat de Kerken de Blues ten stelligste afwezen. Andere grote namen als dè vertolkers van de akoestische DeltaBlues, naast Robert Johnson, zijn Son House, Willy Brown en Charlie Patton. Deze laatste is de belangrijkste, om niet te zeggen het prototype, van de eerste Bluesmuzikanten door zijn invloed op en inspiratie op anderen. Hij bracht 5000 tot 6000 bezoekers op de been tijdens een optreden. Ieder betaalde 25 dollarcent. Zo verdiende hij op één avond meer dan de anderen in een maand. Dergelijke concerten vonden plaats in grote schuren of overdekte hooiplaatsen. Er was in die tijd geen radio, geen stroom. Er waren in de Delta geen kroegen of clubs om Blues te spelen: minder bekende Blueszangers betaalden bewoners van een huis, die alle meubels er uit haalden. Olielampen werden voor spiegels geplaatst. De band stelde zich op, buiten op grote BBQ-putten werden varkens of koeien geroosterd (⇒). Het feest kon beginnen. Met drank, prostituees, gokken en Blues. Het ging er ruig aan toe op die grote partys, dikwijls ook met ruzies, vechtpartijen of erger. Sherrifs en burgemeesters joegen de muzikanten daarom vaak vooraf al hun dorp uit. Pas later ontstonden de zogenaamde barrelhouses, ook wel juke joints genoemd, gevestigd in oude gebouwen die hun beste tijd hadden gehad, opgetrokken uit houten balken en golfplaten (⇓). De Blues kreeg een meer up-tempo 'stedelijk' geluid', dat vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw voornamelijk gekenmerkt zou worden door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. The Blues got electrified. Vooral artiesten als Albert Nelson (Albert King), Bukka White en zijn neef B.B. King werden hier beroemd. De tweede om zijn slide-tecniek, de derde om het introduceren van de zgn. handvibrato. Het was in deze periode dat de Rhythm & Blues ontstond. Al die varianten zouden de oorspronkelijke Blues enigszins naar de achtergrond verdringen. In de jaren '60 neemt de belangstelling dan ook af af bij het jongere publiek, maar later, eind jaren '60 en '70 leefde het genre weer op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, The Rolling Stones en Led Zeppelin, Jeff Beck e.a. opnieuw Blues gingen spelen.

    Chicago

    In de eerste twee decennia van de 20-ste eeuw begonnen zoals gezegd veel steden aardig vol te lopen. Maar liefst 6.000.000 'African-Americans' verlieten hun huizen in het zuiden en trokken naar de staten in het noorden en Westen van de VS (De zgn. Great Migration, die duurde tot 1950). Denk niet dat de situatie veel verbeterde voor veel ex-slaven. Vanaf 1910 reisden velen naar Chicago, en kwamen toch weer in aparte, afgebakende wijken terecht, meestal zonder riolering en andere openbare voorzieningen en de segregatie bleef in stand, ook in b.v. onderwijs ondanks de wetten die het verboden. Zwarten werden nog altijd als bedreigend gezien. De Blues rukte verder mee op, en later ook westwaarts. Belangrijke vertegenwoordigers van de ChicagoBlues zijn ongetwijfeld Buddy Guy en McKinley Morganfield uit Rollingfork (Miss.), beter bekend als Muddy Waters (foto linksonder). Om muziek te kunnen blijven spelen en goed geld te verdienen konden muzikanten contracten sluiten bij platenmaatschappijen, die grotendeels in Chicago gevestigd waren. Ook Muddy vertrok naar Chicago voor zijn eerste plaatopnames in 1941, om via Big Bill Broonzy (foto rechtsonder) in de grotere Bluesclubs te worden geïntroduceerd. De echte Chicagosound werd vormgegeven toen artiesten als Little Walter Jacobs en pianist Otis Spann deel gingen uitmaken van de band. Ook de techniek bleef niet achter: versterkte instrumenten en PA-systemen maakten het mogelijk sinds eind jaren '40 in grote en luidruchtige zalen te spelen en toch gehoord te worden. Iets verderop in Detroit had John Lee Hooker succes met zijn "footbeat" en boogie. Muddy Waters wordt dan weliswaar de pionier van de electrische Blues genoemd, maar die eer komt volgens Les Paul eigenlijk toe aan Howlin' Wolf.

    Samenvattend kan je de Blues dus definiëren als een meltingpot, een smeltkroes van muziekstijlen die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan. Een verzamelnaam, die haar oorsprong vindt in enerzijds de muziek (lees: de ritmes en klanken) die slaven uit Afrika in het Zuiden van de Verenigde Staten maakten, anderzijds in de muziekstijlen en instrumenten die met de immigranten uit Europa meekwamen naar met name New Orleans e.o. vanaf 1820 (Immigratiegolf VS; zie elders op deze website). Daar liggen de roots van de Blues, het ontstaan gebeurt in de delta van de machtige rivier de Mississippi in de Verenigde Staten. (Daarom verderop op deze website een aparte pagina over deze rivier.) Op de oevers van de rivier op de uitgestrekte plantagevelden, tussen Memphis en Vicksburg en de omgeving van New Orleans. De muziek onderging alle invloeden en vanaf de laatste decennia van de 19de eeuw veranderde die snel. Zonder enige twijfel kwam dit voor een deel door de bevrijding van de slaven, maar ook doordat Amerika zelf veranderde. De ontwikkeling van de steden en de groei van het land, met name door de spoorlijnen, gaven vorm aan de muzikale landkaart van Amerika. Veel muzikanten die rondtrokken ontmoetten elkaar, gingen vaak als groepen verder rondtrekken of vestigden zich in kleine stadjes als Clarksdale, Greenville, en Vicksburg. Men nam ideeën van elkaar over, beïnvloedde elkaar, en zo ontstonden nieuwe stijlen, waar later namen aan werden toegekend als African Blues, Atlanta Blues, Chicago Blues, Delta Blues, Memphis Blues, enz. Velen verdienden met muziek meer dan met het plukken van katoen.