HISTORIE VAN DE BLUES

AMERIKAANSE BURGEROORLOG

Afschaffing van de slavernij

Ook de noordelijke staten in Amerika besloten, in navolging van een groot deel van Europa, de slavernij af te schaffen. In het zuiden van de Verenigde Staten, waar de plantage-economie grotendeels was gebaseerd op slavenarbeid, wilde de rijke grootgrondbezitters en plantagehouders hier echter niet in meegaan. Zij hadden hierbij de zuidelijke legers op hun hand. Het zorgde voor grote politieke spanningen tussen de noordelijke en de zuidelijke staten. De Republikeinse Abraham Lincoln, (⇐) een succesvol advocaat, (geb. Hodgenville, 12 februari 1809 - ovl. Washington D.C., 15 april 1865) was in 1860 gekozen tot de 16de president van de Verenigde Staten met een meerderheid van stemmen, ondanks dat hij niet eens voorkwam op de stemlijsten van 10 zuidelijke staten. Het zuiden was namelijk bang dat de Republikeinse partij van plan was hen te dwingen de slavernij af te schaffen. Het was een van de belangrijkste beweegredenen voor het zuiden om zich af te scheiden van de Verenigde Staten en ze vormden de Geconfedereerde Staten van Amerika. Lincoln maakte hierdoor in zijn eerste ambtstermijn al onmiddellijk de grootste interne crisis mee die de Verenigde Staten zouden kennen: de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Met als inzet afschaffing van de slavernij, begon op 12 april 1861 het vier jaar durend bloedig conflict in de Verenigde Staten tussen de Noordelijke Staten (de Unie) en de Zuidelijke Staten (de Confederatie). Er vielen naar schatting 618.000 doden en 500.000 gewonden. In een poging zijn tegenstander te verzwakken riep de Noordelijke generaal Butler alle slaven in het Zuiden op om naar het Noorden te vluchten, om ze vervolgens te rekruteren in zijn eigen leger. Op 1 januari 1863 nam Lincoln deze strategie over met de uitvaardiging van zijn 'Emancipation Proclamation', waarin hij de naar schatting vier miljoen slaven in het Zuiden tot vrije burgers verklaarde. Enkele honderdduizenden gaven gehoor aan de oproep en vluchtten naar het Noorden, waar minstens 200.000 van hen vervolgens in dienst traden in het Noordelijke leger of bij de marine.

Ondanks het grote verlies aan mensenlevens bleef president Lincoln vasthouden aan zijn compromisloze houding tegen het zuiden. Op 9 april 1865 tekende de Zuidelijke generaal Lee de overgave, waarmee het verzet van de afgescheiden Zuidelijke Staten praktisch ten einde kwam, en ze alsnog de afschaffing van de slavernij moesten accepteren. President Lincoln werd (als eerste president van de V.S. tijdens zijn ambt) vermoord op 14 april 1865 (Goede Vrijdag) in Ford's Theatre, een schouwburg in Washington. Neergeschoten door John Wilkes Booth, een fanatieke aanhanger van de Geconfedereerde Staten. De president werd in het achterhoofd getroffen door een kogel en stierf de volgende dag in het Petersen House op 56-jarige leeftijd. Met de proclamatie van het Dertiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet, op 18 december 1865, kwam een einde aan de slavernij in de Verenigde Staten. Net na Nederland, dat inmiddels ook was overtuigd, en (na bijna 250 jaar!) één van de laatste landen was die op 1 juli 1863 de slavernij in de koloniën afschafte. Toch wordt 1873 vaak aangehaald, als het jaar waarin dat gebeurde. Klik op onderstaande button voor een uitleg.



-/- Noot: Tot op heden werd aangenomen dat het aantal slachtoffers van de Amerikaanse Burgeroorlog rond de 620.000 lag, waarvan 360.000 uit het noorden en 260.000 uit het zuiden. Dit getal was grotendeels het werk van twee amateurhistorici uit de 19e eeuw: William F. Fox en Thomas Leonard Livermoreeen. Op 16-02-2017 volgt een publicatie van David Hacker, demografisch historicus aan de Binghampton University te New York. Het aantal dodelijke slachtoffers van de Amerikaanse Burgeroorlog ligt ruim twintig procent hoger dan eerder gedacht. Deze conclusie trekt hij na het bestuderen van onlangs vrijgegeven bevolkingsregisters. In totaal zijn er volgens hem minstens 750.000 Amerikanen omgekomen in de strijd tussen het noorden en het zuiden.

(Lees HIER alles over de Amerikaanse Burgeroorlog.)

Het einde van de Burgeroorlog betekende niet het einde van de plantage-economie. De plantages bestonden nog en zwarten deden nog altijd het werk, maar nu via een systeem van pachters. Voormalige slaven bewerkten de velden van de blanke landeigenaren in ruil voor een aandeel in de oogst, het zgn. "sharecropping". De landeigenaren bezaten de gereedschappen, leverden kleding en beheerden de winkels waar de arbeiders hun levensbehoeften insloegen. Een ongelijk, schulden genererend systeem. De toestroom van zwarte arbeiders ging door tot de Eerste Wereldoorlog. Toen waren er vier zwarten op één blanke in het gebied. Het feodale deelpachtsysteem bleef tot ver in de 20-ste eeuw bestaan, tot katoenplukmachines in de jaren vijftig hier een einde aan maakten.

Sharecropping na de slavernij bracht feitelijk niet heel veel verbetering: Na de moord op president Lincoln pardonneerde diens opvolger, voormalig vicepresident en Democraat Andrew Johnson, de Zuidelijke leiders van de verslagen Confederatie waarna die sterk discriminerende wetten tegen zwarten, de zgn. Black Codes, afkondigden. De segregatie (scheiding der rassen) was een feit. Zwarten mochten niet naar parken, bibliotheken, restaurants of bioscopen, en moesten achteraan plaatsnemen in het openbaar vervoer. In kledingwinkels moesten ze hun maat schatten, i.p.v. kleding te passen. Met de Black Codes werd de bevrijding van de slaven vrijwel teruggedraaid. Het Amerikaanse Congres verklaarde deze wetten later nietig en besloot over te gaan tot Reconstructie (gedwongen hervorming) van de meeste Zuidelijke staten. Lees hier meer over de Reconstruction.

In die periode ontstond ook de Ku Klux Klan in Pulaski (Tennessee) als een lokale club. Volgens de schrijver Wyn Craig Wade begon de organisatie als een grap van zes werkloze soldaten die terugkwamen uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Ze verkleedden zich als spoken te paard. Al snel begonnen ze de pas van slavernij bevrijde zwarte bevolking te intimideren en te terroriseren, en was er sprake van veel lynchpartijen. In grote delen van Tennessee vond hun voorbeeld navolging en werden afdelingen van de KKK opgericht. Rond de eeuwwisseling kwam de Burgerrechtenbeweging voor de zwarten op. Maar het zou bijna honderd jaar duren voor zwarten in het Zuiden hun kiesrecht konden uitoefenen. Na president Ulysses Simpson Grant, generaal en opperbevelhebber van de Noordelijke strijdkrachten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, en 18e president van de Verenigde Staten (1869 tot 1877) had pas president Kennedy (begin jaren '60) weer belangstelling voor de burgerrechten van de zwarten in de Verenigde Staten.