HISTORIE VAN DE BLUES

Oorsprong van de Bluesmuziek

Ditties, Worksongs, Field hollers, Negrospirituals & Gospel

Al wordt de term "Blues" officieel pas rond 1912 voor het eerst gebruikt (zie verderop de website "William Christopher Handy"), we zullen nooit precies weten wie het eerst het woord Blues gebruikte of het eerste Bluesnummer schreef, al is 'schrijven' een groot woord, want niemand heeft het echt geschreven. De Blues verspreidde zich via de mondelinge traditie van de Afrikaanse muziek en ontwikkelde zich razendsnel in de laatste veertig jaar van de 19de eeuw. En dat zonder tv, cd's, platen, banden of op enige andere manier opgenomen muziek te verspreiden: deze ging letterlijk van mond tot mond. Muzieknummers werden veranderd en 'verbeterd' tijdens hun reis door Amerika. Natuurlijk verliep dit proces op het platteland heel geleidelijk. Er waren geen theaters of andere podia voor muziek. Alle soorten liederen werden doorgegeven door rondreizende muzikanten en door ze samen te zingen binnen het gezin of in andere groepen. Door dat rondreizen bestonden er op den duur allerlei regionale vormen. De trage en treurige melodieën die we nu Blues noemen, heetten in die dagen "Ditties" (kort simpel lied of gedicht). Muziek met eenvoudige melodieën en teksten over alledaagse beslommeringen. Slaven moesten lang en hard werken, van zonsopgang tot zonsondergang geketend, leefden in erbarmelijke omstandigheden en armoede, waarbij mishandeling en marteling aan de orde van de dag waren (een gemiddelde slaaf werd 24 jaar). Muziek was het enige wat ze hadden. Praten tijdens het werk op de plantages mocht niet, omdat de bewakers hun taal niet verstonden. Zingen was wel toegestaan, en werd zo hun vorm van communicatie. De een zong alleen (in het Afrikaans natuurlijk) om zijn verhaal te doen aan de rest. Of een voorman van een werkploeg, de "holler" ("to holler" betekent vrij vertaald schreeuwen, gillen) gaf een strofe aan, waarop de rest antwoordde , het call and response-patroon. Hun manier ook om ontsnappingspogingen te 'bespreken'. Zo ontstonden de zogenaamde worksongs en de "field hollers". Slaven mochten niet leren lezen of schrijven, geen bijeenkomsten of vergaderingen organiseren. Alleen de kerk was een plaats van samenkomst, en daar ontstonden de negrospirituals.

Onderstaand een paar voorbeelden van negrospirituals en field hollers:
  • I shall not be moved - Mississippi John Hurt (of in een uitvoering van Soulspirit uit België)
  • Good God Almighty - Lightning Washington and prisoners
  • ArwhooliecornfieldHoller - Thomas. J. Marshall
  • Work Song - Joe Green
  • Het abolitionisme, sinds 1787 de term voor het streven naar afschaffing van de slavernij, in de Verenigde Staten ontstond eind achttiende eeuw. Steeds meer mensen in de noordelijke staten van Amerika vonden slavenhandel onmenselijk en stelden dat de slaven die er werkten, zonder compensatie voor slaveneigenaars onmiddellijk zouden moeten worden bevrijd. In de Westerse wereld ontstond steeds meer verzet. John Brown, Frederick W. Douglass, William Lloyd Garrison, Sojourner Truth waren bekende abolitionisten. Vaak werden ze geholpen door organisaties als de Underground Railroad, een geheim netwerk van adressen, codes en activiteiten, die zorgden voor schuilplaatsen en transport van gevluchte slaven. Harriet Tubman (⇐), een slaaf gevlucht naar Canada is het gezicht geworden van de organisatie. Ze keerde een vijftal keren terug naar het zuiden om (in totaal zo'n 300) slaven te bevrijden. Weliswaar gewapend met een pistool om slaven die alsnog terug wilden keren naar hun baas te dwingen om voor hun vrijheid te kiezen ('You choose for freedom or you die"). Uiteindelijk kreeg ze een prijs van 40.000 dollar op haar hoofd, maar werd nooit gepakt.De Act Prohibiting Importation of Slaves verbood sinds 1808 de invoer van nieuwe slaven uit Afrika, maar verkoop van binnen de VS geboren slaven was nog wel mogelijk. Het import- en handelsverbod op slaven betekende dus nog lang niet het einde van de slavenarbeid zelf. Die situatie bleef erbarmelijk, en logisch dat proberen te ontsnappen en vluchten het enige was waar de meeste slaven mee bezig waren. De roman "Uncle Tom's cabin" (De negerhut van Oom Tom) van Harriet Beecher Stowe uit 1852 heeft de stroming een brede basis bezorgd in het bewustzijn van de bevolking van de noordelijke staten. Abolitionisme was een van de factoren die tot de Amerikaanse Burgeroorlog leidde.

    Verschillende Europese staten besloten in deze periode de slavenhandel en het bezit van slaven steeds verder uit te bannen. In het begin wonnen de slavenhouders de discussies nog vaak, maar dat stopte toen de Engelsen de slavenhandel in 1814 verboden. In datzelfde jaar kwam er ook in Nederland een verbod. Overigens: het houden van slaven mocht wel, maar ook dat werd verboden in 1863. In de VS in 1865, na afloop van de Burgeroorlog (zie volgende pagina).

    | 03-04-2019: NOS Nieuws: Laatste overlever van trans-Atlantische slavenhandel geïdentificeerd.|

    Blues, Gospel & Jazz (New Orleans)

    Al in het begin van de 19de eeuw begon de Afrikaans beïnvloede muziek zich stilaan te verspreiden van het platteland vanaf de Mississippi-delta naar de steden in het noorden en zuiden, naar b.v. New Orleans. De grote import van slaven was eind 18de eeuw niet de enige reden van de verdubbeling van het aantal inwoners in die stad. De Haïtiaanse Revolutie, die duurde van 1791-1804, en werd gecataliseerd door de Franse Revolutie (1789-1799), was de eerste en enige succesvolle slavenopstand op het Westelijk halfrond. Deze vond plaats in de toenmalige Franse kolonie Saint-Domingue en leidde tot de vrije zwarte republiek Haïti. De revolutie kon slagen doordat er een overmacht van vijftien keer zoveel slaven als kolonisten was. Haïtiaanse vluchtelingen kwamen met boten vol via Cuba naar New Orleans. De Afrikaanse en Haïtiaanse slaven waren gelovig, en gingen op zondag naar de kerk, dè plaats van samenkomst. Hun enige vrije dag, vastgelegd in de Code Noir. Dat was een decreet uit 1685 van de Franse koning Lodewijk XIV wat ging over de omgang met zwarte slaven, dat bleef gelden tot 1848. Niet werken, geen slaag die dag. In die periode begonnen in de Methodisten- en Baptistenkerken de traditionele religieuze volksliederen van de slaven (negrospirituals) samen te smelten met de westerse hymnen en psalmen. Zo ontstond de GOSPEL. Het Engelse woord 'gospel' komt van het Oudengelse goð (goed) spell (nieuws, boodschap) en heeft net als het Griekse "euangelion" (evangelie) dezelfde betekenis. Gospel is dus een direct resultaat van zwarte muziek gecombineerd met blanke psalmen. Een belangrijk verschil tussen zwarte spirituals en psalmen zit in de tekst, waarschijnlijk als gevolg van de ietwat beperkte woordenschat van de slaven. Ze gebruikten het lyrisch concept van de psalmen en gaven er hun eigen invulling aan. De teksten zijn christelijk geïnspireerd, vaak met verwijzingen naar het Oude Testament. Zo wordt het leven na de dood vaak aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan.

    De melodieën zijn eenvoudig en verlopen in een swingend ritme. Oorspronkelijk werden deze liederen a capella (zonder instrumenten) uitgevoerd met onderscheid tussen een solist en een (meerstemmige) groep, waarbij ook een "call and response"-patroon gehanteerd werd, net als op de plantages bij de field hollers. De uitvoering laat heel wat spontane muzikaliteit en betrokkenheid van de gemeenschap toe in de vorm van kreten, gejuich en handgeklap. Ook door het zingen van negrospirituals vonden de zwarte slaven troost voor de situatie waarin zij leefden en deelden ze elkanders armoede en ellendige omstandigheden. Met of zonder zelfgemaakte instrumenten, maar het was de manier om zowel hun lijden uit te drukken als te verzachten.

    Na de kerk ging het richting (⇐) Congo Square (Place Congo, een deel van het huidige Louis Armstrong Park, wat ligt in de Tremé-area (de oudste Afro-Amerikaanse buitenwijk van Amerika ten noorden van het French Quarter) van New Orleans. Deze buurt staat nog steeds bekend om zijn "African-American music" en de eerste wijk waar vrije kleurlingen huizen konden kopen, een eigen marktplaats hadden waar ze handel dreven en producten verkochten die ze zelf hadden geteeld. Maar ook maakten ze daar hun kruiden, konden ze zich zelfs wassen of hun haren vlechten, en maakten en bespeelden ze hun trommels (bongo's) en dansten ze de Bamboula en Calimba, net als hun voorouders deden. De trommels, zgn. "talking drums" waren het communicatiemiddel tussen de verschillende stammen in Afrika, en werden hier gebruikt om hun ontsnappingsplannen mee te communiceren, zodat ze ook deden in de fieldhollers.

    Opzichters van de plantages kregen het op den duur in de gaten en stonden alleen nog religieuze liederen toe. Die vervolgens vol zaten met verborgen boodschappen. Bovendien kwam het trommelen in langdurig dezelfde ritmes angstaanjagend over bij de blanken. Ze noemden het voodoo (spreek uit als voedoe, een Engels/Amerikaanse naam voor de Haïtiaanse religie vodou). In 1808 werd daarom dansen en trommelen op pleinen in de stad verboden. Op trommelen kwam zelfs de doodstraf te staan in de staten Mississippi, South Carolina en Georgia. Behalve op Congo Square: de blanke heersers hielden de zwarten liever op 1 plek geconcentreerd, om ze beter in de gaten te kunnen houden. Daarmee werd het aantal zwarten op de zondag op het plein vertienvoudigd, en groeide het uit tot attractie nummer 1 voor de toeristen. Terwijl het feest was op Congo Square op zondag, speelden iets verderop (militaire) fanfares en brassbands met veel blaasinstrumenten op het Jackson Square (zie afbeelding beneden).

    plattegrond French Quarter in New Orleans

    Er waren bands in Europese stijl, er waren slavenorkesten, en er was Creoolse zang en dans van de Haïtianen. Europese volksliedjes hadden een grote invloed op de zwarte bevolking. Er ontstond een unieke verbinding met Afrikaans muzikaal idioom. Deze mengelmoes van stijlen begon elkaar te beïnvloeden, en uit uiteenlopende muzikale tradities ontstonden de vrije dans- en muziekritmes: Jass, later Jazz. Het woord "jazz" is West-Afrikaans (de Madi-taal) voor seks. Het is tevens een Frans woord, en betekent kwebbelen. Maar het belangrijkste element, zo niet de kern van de Jazz is de Blues. Blues is voor Jazz als bloed voor het lichaam, en daarom ook in veel titels van jazznummers terug te vinden: St. Louis Blues, Franklin Street Blues, Savoy Blues, Burgundy Street Blues. De eerste generatie, de pioniers van de Jazz in New Orleans, waren trompettist Louis Armstrong, zijn mentor King Oliver en bandleider Kid Ory van Ory's Sunshine Orchestra (de eerste zwarte jazzband die een plaat maakte).