Een zoektocht naar mijn eigen roots, het ontstaan van mijn familienaam en -stamboom vanaf plm. 1600.

TOPONIEMEN

op zoek naar een achternaam

Het ontstaan van plaatsnamen

Om te achterhalen waar een achternaam vandaan komt is het interessant om in de toponymie te duiken. Veel achternamen zijn namelijk ontstaan uit toponiemen (plaatsnamen). Een blik in het telefoonboek zegt genoeg: ze zijn het vaakst te herkennen aan het voorzetsel 'van' of in Duits 'von'. De achternaam Van Woerden of Van Lierop ontstond uit resp. de plaatsnaam Woerden en Lierop. Van Brussel en Brusselmans ontstonden uit het toponiem Brussel. Maar ook landschapselementen zoals een rivier (in NL: van der Aa, van Rijn, van Amstel), eiland, polder, moerasgebied, bergketen of woestijn, vormden de oorsprong voor plaatsnamen. Onderaan op deze pagina een overzicht van de diversiteit in de bestanddelen, en waar ze vandaan komen.

Plaatsnamen kunnen heel goed uit talen afkomstig zijn die ter plekke al lang niet meer gesproken worden. In Nederland en Vlaanderen worden sinds ongeveer 350 A.D. alleen Germaanse dialecten gesproken die zich ontwikkeld hebben tot de huidige dialecten en de Nederlandse en Friese standaardtaal. De meeste plaatsnamen zijn daaruit afkomstig. Maar sommige zijn ouder en bijvoorbeeld van Romeinse (zoals Utrecht: Trajectum) of Keltische oorsprong (zoals Nijmegen: Noviomagos). Ook van een Germaanse naam is vaak nog wel aan de hand van de vorm de ouderdom in te schatten.

Plaatsnamen die eindigen op herkenbare woorden zoals -donk, -holt, -horst, -laar en -bos stammen van na het jaar 1000. Voorbeelden resp.: Beek en Donk, Boerdonk, Keldonk, Oeteldonk, Soerendonk; Bocholtz, Dalmsholte, Holten, Holthees; Horst (a/d Maas), Bronkhorst, Staphorst, Grafhorst; Laarbeek, Vlaardingen, Middelaar; Stroobos, Oudenbos, 's Hertogenbosch, Vorstenbosch. In veel namen zijn niet direct Nederlandse woorden te herkennen, zoals in de naam Zutphen, wat komt van "zuidveen".

Ook kregen gehuchten, dorpen, steden en landstreken vaak hun naam door

1. Geografische verschijningsvormen in plaatsnamen zijn te onderscheiden in

2. De persoon die er woonde, zoals in 's-Heer Arendskerke, stichter van het dorp, wiens naam verbonden werd aan de kerk. Jan van Rosendaele kon Heerjansdam (onderdeel van Zwijndrecht) zijn naam geven omdat hij mede de bedijking bekostigde. Plaatsnamen ontstonden ook wanneer een persoon of groep personen (gezin, families) zich ergens vestigden en een plaats of nederzetting stichtten, er één of meer huizen, burcht of kasteel bouwden, waaraan vervolgens hun naam werd gegeven met als toevoegsel -heim. In Nederland zijn er zo 6 plaatsnamen (Diepenheim, Sassenheim, Windesheim, Bergentheim, Leuvenheim en Vredenheim), in Duitsland bestaan er ruim 100 plaatsen eindigend op -heim.

Het was vooral in de periode onder de Merovingen, een dynastie die het Frankische Rijk van 447 tot 751 zou regeren, dat in Duitsland veel plaatsen de uitgang -heim en -ingen kregen. De uitgang -heim betekent (t)huis, -ingen betekent afstammelingen van. Plaatsnamen die eindigen op –ingen tonen daarmee dus hun Germaanse oorsprong aan. In Romaans gebied verromaanste deze uitgang tot –ange, een naamstype dat we in België (Wallonië), Luxemburg en Frankrijk vaak tegenkomen, zoals Havelange, Martelange, Tihange.

3. Een gebeurtenis die er plaatsvond. Vaak kregen buurtschappen of gehuchten een naam n.a.v. een belangrijke of indrukwekkende gebeurtenis, zoals Brand (zowel in Limburg als Noord-Brabant).

Kijk eens op de lijst van Nederlandse plaatsnamen, en zoek er zelf voorbeelden bij.

Bestanddelen van een toponiem

Toponiemen kunnen bestaan uit:

1.Keltische bestanddelen

De Kelten hebben ons vooral namen van rivieren (hydroniemen) en van strategische, vaak aan rivieren gelegen plaatsen nagelaten. De meeste namen bevatten dan ook de Keltische benaming voor water, waterloop of rivier of de omgeving, zoals Maas, afkomstig van het pre-Keltische Mosa, wat vochtig betekent, en de Demer, afkomstig van het Keltische tamara (donker water). Strategische plaatsen aan waterlopen zijn Gent -afkomstig van Ganda, wat monding betekent (Gent ligt aan de monding van de Leie in de Schelde)- en Nijmegen, ontstaan uit Noviomagus, de Romeinse plaatsnaam die direct is afgeleid van de Keltische woorden nowyos (nieuw) en magos (veld of vlakte).





2. Gallo-Romeinse bestanddelen

De toponiemen die we overhouden aan vijf eeuwen Romeinse bezetting, schetsen een beeld van de maatschappelijke organisatie. De meeste plaatsnamen zijn elementen uit het legioen en bezettingen.


3. Germaanse bestanddelen

Veel namen van beken, rivieren en meren met Aa of Aam, Ee, Ie of IJ zijn terug te herleiden tot het Oudgermaanse woord aha, ama of ara dat water betekent. Voorbeelden: Drentsche Aa en in verbasterde vorm: Amstel, Diem, Dokkumer Ee, Eem (vroeger Amer geheten), Eems en het IJ. Plaatsnamen met dit bestanddeel zijn bijvoorbeeld Amersfoort (ligt bij het punt waar meerdere beekjes samenkomen en de Eem vormen), Breda (Brede Aa, ontstaan bij de natuurlijke samenvloeiing van de rivieren Aa of Weerijs en Mark) en Pekela (zout water, gelegen aan de Aa).

Het Germaanse woord lauha (open plek in een bos; bosje op hoge zandgrond) is in heel veel plaatsnamen terug te vinden als loo of le. Voorbeelden: Almelo, Baarlo, Dinxperlo, Heiloo, Leuven (van Lo-ven), Lotenhulle, Waterloo, Wattrelos.

In de plaatsnamen vinden we sporadisch een Saksisch element, zoals -tun, wat omheining betekent (Autun (F), Tungelroy, de enige plaats in Nederland met -tun). Een ander -verbasterd- voorbeeld is Waasten (Frans: Warneton), een dorp in de Belgische provincie Henegouwen waarvan de oorspronkelijke benaming Warnasthun was. We vinden deze uitgang nog steeds terug in het Engelse -ton. Voorbeelden zijn Norton, Easton, Wootton, Northampton en Southampton.

De nederzettingen rond de burchten of forten uit de feodale tijd leidden tot namen die eindigen op -burg, die in sommige streken werden verfranst naar -bourg. Voorbeelden zijn Oostburg, Luxembourg (afkomstig van Lutzelinburg: de kleine burcht), Straatsburg, Limburg, Batenburg, Spakenburg, Den Burg, Dennenburg, Kraggenburg, Middelburg, Tilburg, Oost- en West-Souburg.


4. Christelijke bestanddelen

Aanvankelijk was de toponymische bijdrage van het christendom zeer beperkt. Dit was vooral te wijten aan het feit dat meer heidense volkeren (Germanen, Franken, Romeinen) in onze gewesten hun stempel op het maatschappelijke leven drukten. Toch zijn er woorden waarin we duidelijke religieuze invloeden kunnen terugvinden, zoals klooster (monasterium), dat we bijvoorbeeld terugvinden in Waasmunster (in 1019 vermeld als Wasmonasterium), Munsterbilzen, Ingelmunster, Nieuwmunster, Munstergeleen, Monster, Kloosterburen en Kloosterzande.

Uiteraard zijn vele plaatsnamen ook verwijzingen naar een kerk of kapel, zoals Zuienkerke (in 1110 vermeld als Siuuancherka: kerk gesticht door Swivo), Serooskerke, Grijpskerke, Kerkenveld, Kerksken, 's-Heer Abtskerke, Wissenkerke en Kapellebrug.

Vanaf de 12de eeuw lag vaak de lokale patroonheilige aan de basis van de plaatsnaam. In vele gevallen verdween zelfs de oude naam, waardoor hij nu bijna onherkenbaar is. Voorbeelden zijn Sint-Omaars (vroeger Sitdiu) en Sint-Truiden (aanvankelijk Sarchinium). Minder verbasterde voorbeelden zijn Sint-Niklaas, Sint Annaland, Sint Annaparochie, Sint Annen, Sint Anthonis, Sint Geertruid, Sint Gerlach, Sint Hubert, Sint Isidorushoeve, Sint-Jacobiparochie, Sint Jansklooster, Sint Jansteen, Sint Johannesga, Sint Kruis, Sint Laurens, Sint Maarten, Sint Maartensbrug, Sint-Maartensdijk, Sint Maartensvlotbrug, Sint Maartenszee, Sint Michielsgestel, Sint Nicolaasga, Sint Odiliënberg, Sint Oedenrode, Sint Pancras, Sint Philipsland, St. Willebrord, Sint-Job-in-'t-Goor, Sint-Lenaarts, Sint-Martens-Leerne, Sint-Amandsberg en Sint-Denijs-Westrem.


Rare plaatsnamen

Nederland kent duizenden steden, dorpen en buurtschappen, en allemaal hebben ze een naam. Er bestaan plaatsen waarvan de namen zo exotische klinken dat het bijna on-Nederlands is. Uit de vele duizenden plaatsnamen de meest bijzondere exemplaren.

Cruquius
Cruquius – bestaat er een elegantere naam voor een dorp? Dat is wel wat anders dan Moddergat, Stinkhoek en Boerengat. Cruquius is een dorp in de gemeente Haarlemmermeer. Het dorp is vernoemd naar het voormalig stoomgemaal De Cruquius, dat op zijn beurt weer is vernoemd naar een van de initiatiefnemers van de drooglegging van de Haarlemmermeer, Nicolaus Samuelis Cruquius. Net zoals Lelystad is vernoemd naar de Nederlandse ingenieur Cornelis Lely, die de eerste stap zette voor het vormen van de provincie Flevoland.

Barnflair
Barnflair klinkt Brits, maar het buurtschap in de gemeente Vlagtwedde heeft niets met de Britten te maken. Barnflair (spreek uit als ‘Baarnfleer’) letterlijk ‘vledder’, een benaming voor moerassig veen, dat ‘barn’ (brand, brandstof) leverde.

Acquoy
In Gelderland, in de gemeente Geldermalsen, ligt het dorp Acquoy. (Spreek uit als ‘Akkooi’). De baron van Acquoy, Acquoy was vroeger namelijk een baronie, is koning Willem-Alexander. Door het huwelijk van Anna van Egmond met Willem van Oranje (1551) werd de plaats voor eeuwig aan ons koningshuis verbonden. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam prijkt daarom zelfs het dorpswapen van dit dorpje.

Barlaque
De naam van het buurtschap Barlaque (nabij Moerdijk) klinkt minstens zo zwierig – alleen is de herkomst ervan weer typisch Hollands. ‘Baer’ betekent namelijk ‘woest, kaal’, zonder begroeiing op de oevers, ‘laque’ is een verbastering van het Germaanse ‘laku’, wat ‘natuurlijk afwatering in moerassig gebied’ betekent.

Frankrijk
Voormalig buurtschap in de omgeving van Harderwijk.

Borneo
Klein buurtschap nabij Mill in Noord-Brabant.

Egypte
Buurtschap in de gemeente Ooststellingerwerf. Zeeland heeft overigens ook een buurtschap met de naam Pyramide, mogelijk vernoemd naar een piramidevormig monument dat daar in de buurt lag.

Amerika/America
Zowel in Drenthe als in Limburg is een gehucht te vinden met dezelfde naam als het overzeese werelddeel.

Overigens is er in Friesland, in de gemeente De Fryske Marren, ook nog een buurtschap dat Nieuw-Amerika heet.

Engeland
Naast een Amerika en een America telt de Nederlandse plaatsengids ook vier buurtschappen met de naam Engeland. Een bij het dorp Beekbergen (Gelderland), een bij Ruinen (Drenthe) en twee buurtschappen in Overijssel, bij Hardenberg en bij Dalfsen. De naam van de buurtschappen zou niets met het Verenigd Koninkrijk of het voormalig koninkrijk Engeland te maken hebben, maar betekent zoiets als ‘gemeenschappelijk stuk bouwland bij een dorp.’ ‘Eng’ betekent in het oud-Nederlands ‘gemeenschappelijk bouwland bij een dorp’, ‘Landi’ betekent ‘stuk land’.

Dan zijn er ook enkele wereldsteden die een Nederlandse evenknie hebben. Bethlehem ligt namelijk niet alleen in Israël maar ook in Groningen. Moskou ligt niet alleen in Rusland, maar ook in Friesland. (In Drenthe hebben ze Nieuw-Moscou, en in Twente ligt het nog niet geannexeerde dorp De Krim.) Italiaanse steden zijn het meest vertegenwoordigd in Nederland: binnen anderhalf uur rij je van Napels (Groningen) naar Rome (Gelderland).

Nederland
Maar het meest verwarrend van alle plaatsen is misschien wel het dorpje Nederland, een dorpje met zo’n 26 inwoners, gelegen in de kop van Overijssel.

Tot slot een eervolle vermelding voor de dorpen Exmorra, Goaiingea en Goidschalxoord.

De 19 meest deprimerende plaatsnamen

Kleinegeest
Kleinegeest (in het Fries: Lytse Geast) is een buurtschap van het Friese dorp Tietjerk. Het is een van de oudste bewoonde gebieden van Nederland. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de zandrug waarop Kleinegeest ligt al achtduizend jaar wordt bewoond. Dat verklaart ook meteen de naam: Lytse Geast betekent in het Fries ‘kleine zandkop’.

Ziek
Een buurtschap van het Gelderse dorp Etten, in de buurt van meer buurtschappen met klinkende namen als Warm, Wals en Wieken. De naam ‘Ziek’ wordt voor het eerst vermeld in 1235 (‘Syke’) en betekent niet veel meer dan ‘de langzaam stromende.’

Duistere Steeg
De naam van een straat (en officieel een buurtschap) in de gemeente Hattem.

Achtereind
Het Achtereind, een buurt in de gemeente Waalre, bestaat al sinds 1650. Het handjevol boerderijen dat hier te vinden is, is gebouwd op de hoger gelegen delen van het land, in het beekdal van de Tongelreep. De plek dankt zijn naam aan zijn afgelegen positie.

Verloren Hoek
De Verloren Hoek ligt in de gemeente Breda, nabij het dorp Prinsenbeek. ‘Verloren’ betekent in dit geval zoiets als ‘verlaten, niet meer onderhouden’, en daar komt de naam dan ook vandaan. De Verloren Hoek was vroeger hoogstwaarschijnlijk ‘een weinig opbrengend stuk land dat de moeite van het bewerken amper waard was.’

Verloreneinde
Diezelfde uitleg geldt waarschijnlijk ook voor het buurtschap Verloreneinde, dat gelegen is in de gemeente Zeevang (Noord-Holland): ook hier betrof het een waardeloos stuk grond. In de middeleeuwen kreeg de naam overigens een heel letterlijke betekenis: hier bevond zich namelijk het galgenveld van de Heerlijkheid Oosthuizen.

Baalhoek
Dit buurtschap nabij Kloosterzande (Zeeuws-Vlaanderen) dankt zijn naam aan de oude strekdam Ten Ballen, die – net als het polder eromheen – in de middeleeuwen werd verzwolgen door de zee. Om de herinnering aan dit gebied levend te houden werd het gebied ‘Ballenhouck’ gedoopt, later verbasterd naar ‘Baalhoek’. Om dit moment bestaat de Baalhoek uit ongeveer twintig huizen en vijftig inwoners.

Boerengat
Nabij het Zeeuwse dorpje Hoek ligt een buurtschap met deze naam. De website plaatsengids.nl meldt: “De naam is ontstaan toen de Nieuw-Neuzenpolder werd ingedijkt. Toen lag aan de zeekant het Boeijesgat. Daar meerden bij storm scheepjes aan, en de bemanning vertoefde dan op het gehucht. Boeijesgat werd uiteindelijk veranderd in Boerengat.”

Boerenhol
Nog een tikje erger dan de naam Boerengat is de naam Boerenhol – een buurtschap bij het Zeeuwse dorp Groede. Net zoals ‘gat’ heeft ‘hol’ niets te maken met het achterwerk van een boer, maar duidt het op ‘laagliggend, moerassig terrein’.

Grijzegrubben
Grijzegrubben is een buurtschap in de provincie Limburg, gelegen bij het dorp Nuth. ‘Grubbe’ betekent in het Limburgs dialect ‘holle weg’.

De Jammer
De Jammer is een buurtschap nabij het dorp Boerakker, gelegen in de kop van Groningen. Wie de plaatsnaam op zijn Engels uitspreekt ziet wellicht een vrolijke muzikant voor zich, maar in het Nederlands heeft het woord toch echt een andere betekenis.

Moddergat
Je zou het pure ironie kunnen noemen dat uitgerekend een dorp met de naam ‘Moddergat’ – een klein vissersdorpje in de noordoosthoek van Friesland – in 2004 werd uitgeroepen tot de een na mooiste plek van Nederland.

Doodstil
In 2005 werd Doodstil uitgeroepen tot de mooiste plaatsnaam van Nederland.

De Laatste Stuiver
Het buurtschap is vernoemd naar de gelijknamige herberg die hier vroeger heeft gestaan. Die kwam, op zijn beurt, weer aan de naam omdat hier vroeger – vanuit Dokkum gezien – het laatste tolhuis van de Strobosser Trekfaert stond.

Hellegat
Hellegat is een buurtschap van het Brabantse dorp Rijsbergen, gelegen in de gelijknamige gemeente. In de toponymie betekent ‘helle’ laagte of poel, en ‘gat’ staat voor waterdiepte of warterkom.

Stinkhoek
Oude inwoners van het Brabantse dorp Erp zullen het zich ongetwijfeld kunnen herinneren: het buurtschap Stinkhoek. De naam werd enkele decennia geleden veranderd in Rijkerbeek.

Tranendal
Weinig plaatsnamen stemmen zo droevig als Tranendal, een gehucht in Groningen.

De Dood
Gelegen in de gemeente Rucphen. Over de herkomst van de naam is niet veel bekend: mogelijk heet het zo omdat er in vroege tijden een vennetje was gelegen met daarin stilstaand (dood) water.

De Hel
Het buurtschap De Hel (vroeger ook wel De Grote Hel en De Rode Hel genoemd) is gelegen in de gemeente Súdwest-Fryslân aan de westelijke rand van het dorpje Heidenschap. Aangenomen wordt dat het buurtschap werd genoemd naar de plaats waar turf werd gedroogd, dat ‘hellen’ werd genoemd.

De 19 meest bijzondere plaatsnamen

Trutjeshoek
Buurtschap in de gemeente Oldebroek. Trutjeshoek bestaat uit twee wegen: de Wittensteinse Allee en de Zuidwendige weg, waarlangs een handvol boerderijen staan. Laatstgenoemde weg loopt dood in de weilanden.

De Hulk
Vroeger stond er in het gebied een schippersherberg – het gebied ligt namelijk langs de trekvaarten Hoorn-Alkmaar en Hoorn-Amsterdam – met een uithangbord aan de gevel, waarop een groot zeeschip stond afgebeeld. Zo’n schip werd ook wel ‘een hulk’ genoemd.

Knikkerdorp
Naam van een gehucht tussen Wellerooi en Well. Dankt zijn naam aan de slechte kwaliteit van de aardappelen, die als kleine knikkers uit de schrale grond tevoorschijn kwamen.

Gebergte
Buurtschap tussen Mierlo en Lierop. Dankt zijn naam aan de vele stuifduinen, die in de volksmond ‘De Gebergten’ werden genoemd.

Bommelskous
Buurtschap in de gemeente Hoeksche Waard, zo’n vier kilometer ten noorden van Numansdorp. ‘Bommel’ betekende vroeger iets als ‘drommel’ of ‘duivel’ – maar waar de plaats zijn naam precies aan dankt is niet bekend.

Kale Kluft
Kale Kluft is een benaming voor een deel (een kluft) van het dorp Ruinerwold. Een ander deel van het dorp werd Ruige Kluft genoemd. Tegenwoordig zijn deze namen in onbruik geraakt.

Dingen
Een gehucht in de gemeente Winsum, iets ten zuiden van Baflo.

Hongerige Wolf
Hongerige Wolf is de naam van een gehucht in de gemeente Oldambt, Groningen. De naam duikt in 1877 voor het eerst op, en is vermoedelijk vernoemd naar een herberg die in de buurt was gevestigd.

Raar
Wie de geschiedenis kent van het gebied rond het gehucht in de gemeente Meerssen, snapt waar het vandaan komt. In de middeleeuwen werden in dit gebied namelijk veel bossen gerooid. Daardoor ontstonden rooiontginningen als Rode, Rade, Raar, Bingelrade, Eckelrade, Kerkrade en Wijnandsrade.

Kleuter
Buurtschap in de gemeente Uden, genoemd naar het gelijknamige natuurgebied.

Kampeersnol
Van oudsher heet de hoge duin, gelegen iets buiten Den Burg, de Jan Klaassennol, maar omdat er vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw veel op wordt gekampeerd, wordt het in de volksmond de Kampeersnol genoemd. (Een ‘nol’ is een zandheuvel, duin.)

Oude Zeug
Naam van een zandplaat in het IJsselmeer, waar in de jaren vijftig onder meer een Moluks woonoord was gevestigd.

Kruishaar
Naam van een gehucht in de gemeente Nijkerk, zo’n elf kilometer van Amersfoort. Komt van ‘haar’ (zanderige heuvelrug) met daarop een kruisbeeld. Net als Lull en Rectum minder scrabeus dan we denken.

Dambord
Buurtschap in de gemeente Ammerzoden, Gelderland. Waar deze naam vandaan komt is niet te achterhalen.

Muizenhol
Buurtschap in de gemeente Gemert-Bakel. Muizenhol is tevens de naam van de enige straat die dit buurtschap rijk is.

Muggenbeet
Een van de meest wonderlijke plaatsnamen van Nederland is toch wel Muggenbeet, de naam van een gehucht in de Kop van Overijssel. Door de jaren heen verandert de plaats dikwijls van naam: in 1313 is het Mugghenbete, in 1443 Muggenbeke, in 1467 Muggenbeet en in 1497 staat het weer vermeld als Muggenbeek. En nu is het weer Muggenbeet. De plaats is waarschijnlijk genoemd naar de beek die in de buurt loopt.

Vrouwenverdriet
Buurtschap aan de Nauernasche Vaart bij Zaandam. Zoals wel meer opmerkelijke plaatsnamen ontleedt ook Vrouwenverdriet zijn naam aan een oude herberg. Op de plaats waar het buurtschap ligt zou aan het begin van de zeventiende eeuw een herberg hebben gestaan, waar polderjongens die de vaart groeven hun loon opdronken. In de buurt van Aalsmeer ligt trouwens nog een gehucht met de naam Vrouwentroost – volgens de overlevering zo genoemd omdat vrouwen op dit punt hun geliefde mannen en zonen die als militair in een oorlog moesten dienen uitzwaaiden, en dus getroost moesten worden. Het verhaal achter de naam Vrouwentroost is dus ironisch genoeg verdrietiger dan achter de naam Vrouwenverdriet.

Lull
Lull – je zult er maar wonen. Dat dacht de gemeente Venray ook. Toen in 1996 werd begonnen met de bouw van een nieuwbouwwijk, besloot men de naam van het oude gehucht te vervangen voor het minder aanstootgevende Sint Antoniusveld. Tegen de wil van plaatselijke oudheidkundige verenigingen in overigens – die pleiten er nog steeds voor om Sint Antoniusveld weer officieel Lull te laten heten.

Rectum
Een gehucht in de gemeente Wierden. Waar de gemeente Venray er nog voor koos om ‘Lull’ te veranderen in ‘Sint Antonisveld’, omdat ze de naam te aanstootgevend vonden, houdt de gemeente Wierden de naam ‘Rectum’ in ere. In 1297 werd er voor het eerst gewag gemaakt van ‘Rectem.’ De naam betekent zoiets als ‘rechte strook, woonplaats’. Rek is ‘rechte strook’, ‘heem’ is ‘woonplaats.

De volgende plaatsnamen hebben de shortlist helaas niet gehaald, maar zijn wel een vermelding waard:

’t Haantje / ’t Kip - Achtmaal - Babylonienbroek - Balleman - Bommerig - De Engel - Djept - Dorst - Doosje - Drie Hoefijzers - Duizendmorgen - Electra - Fiemel - Fonteinsnol - Foxhol - Gaarkeuken - Graszode - Groet - Heenweg - Hei- en Boeicop - Hompelvoet - Honderd - Katlijk - Keizerrijk - Kijkuit - Klef - Kleine Huisjes - Klein Leger - Kletterbuurt - Kromme-Elleboog - Laad en Zaad - Moespot - Monster - Mossel - Nooitgedacht - Numero Dertien - Nummer Een - Oude Willem - Oventje - Paddepoel - Platvoet - Roggel - Sexbierum - Sluis de Piet - Spekklef - Spurkt - Takkebos - Vossenpels - Warm - Wie - Witte Paarden - Wulpenbek - Zwarte Haan - Zwarte Ruiter - Zwarte Paard.



Toponiem Ottenheim

Dat het toponiem (plaatsnaam) Ottenheim uit twee elementen bestaat is duidelijk. Ze bevat de Germaanse bestanddelen:

-OTTEN: afgeleid uit Oudhoogduitse voorvoegsels Ote- of Ot(t)o, Otuni, Otwin of Otini. Al deze voorvoegsels kunnen worden herleid tot het oude Germaanse "auda", wat rijkdom/schat/bezit betekende. Het zijn geen op zichzelf staande voorwerpen, en kunnen daarom alleen maar een persoonsnaam of afgeleide daarvan zijn.

-HEIM: afkomstig van het Germaanse woord "haima", dat huis of woning betekende. "Heim" is verwant aan het Engelse "home" en het Nederlandse "heem", maar is in de betekenis grotendeels verdrongen door het woord 'thuis'. Otten(s)heim is dus letterlijk vertaald "huis van Otten".

Rechts een van de oudste afbeeldingen van een "Ottenheimer": Bärbel (Barbara) von Ottenheim (1430–1484).

Uitgaande van deze informatie ben ik gaan zoeken in de gelijknamige plaatsnamen of er een oorsprong of enig verband is te vinden met mijn geslachtsnaam. De stichter van de plaatsnaam zou een voorvader kunnen zijn? Helaas is in de archieven van geen enkele plaats iets concreets aangetroffen wat aanknopingspunten opleverde voor de familielijn. Hier en daar zijn nog wel aktes/oorkondes beschikbaar waar de plaatsnaam in voorkomt.

De plaatsen Ottenheim

Links een kaart van Europa met daarop aangeduid de plaatsnamen Otten(s)heim In Europa bestaan 3 plaatsen met de naam Ottenheim, en eentje met de naam Ottensheim. Het precieze ontstaan, of naam van de stichter is moeilijk te achterhalen. Ook bestaat er een Ottenheim in Kentucky (VS). Het ontstaan daarvan hangt samen met de immigratiegolf in de VS eind 19de eeuw (zie verderop).


Onderstaand kun je klikken op de naam Ottenheijm voor een overzichtskaart (Google maps) of op de website van betreffende gemeente (kijk dan onder "Geschichte" of "Tourismus").

Ottenheim, Duitsland

Ottenheim - sinds 01-07-1969 onderdeel van de gem. Weilerswist in Kreis Euskirchen, Nordrhein-Westfalen, 20 km. ten westen van de stad Bonn. Ottenheim wordt voor het eerst genoemd in 856 onder Koning Lothar II (geb. ca. 835) van het koninkrijk Lotharingen ("Regnum Hlotharii" 855-869). (website Ottenheim)




Ottenheim - het grootste stadsdeel van de gem. Schwanau in Ortenaukreis, Baden-Württemberg. Gelegen aan de Rijn, zo'n 40 km. onder Straatsburg. Ontstaan tussen de 5e en 6e eeuw ten tijde van de Alemannen, een verbond van Germaanse volkeren die zich definitief vestigden in het gebied tussen tussen de Rijn en de Donau. De Rijn vormde de grens tussen Allemannië en het West-Romeinse Rijk. (website Ottenheim)




Ottenheim, Oostenrijk

Ottenheim - plm. 45 km. ten westen van Wenen. In Augustus 1345 verschijnt de naam Ottenheim samen met de naam Eichgraben, toendertijd geschreven als "Ukenhaim" en ""Aichgrawen", voor het eerst in een kerkelijke Stichtingoorkonde van het klooster "St. Andrä an der Traisen" (foto links). Deze oorkonde zou in het archief van het klooster in Herzogenburg te bezichtigen zijn. (website Ottenheim)





Ottensheim, Oostenrijk

In Oostenrijk bestaat ook nog een dorp met de naam Ottensheim - aan de Donau, 10 km. ten westen van de stad Linz. De naam "Oteneshaim" komt als eerste voor in 1148 in een akte van schenking van het klooster van Niederaltaich tegenwoordig Niederalteich, een plaats in het Duitse Landkreis Deggendorf, deelstaat Beieren) aan de stad Ottensheim in Oostenrijk. De naam kan afkomstig zijn van ridder Otini, die hier een burcht liet bouwen (Otini's Heim). (website Ottensheim)





Ottenheim, Kentucky (VS)

Ottenheim (voorheen Lutherheim, plm. 1883) ligt in de staat Kentucky, zo'n anderhalf uur zuidwaarts vanaf de plaats Lexington, en drieëneenhalf uur rijden ten noordoosten van het bekende Nashville in Tennessee. Het dorpje, of eerder gehuchtje, heeft geen eigen website, daarom hieronder info over de ontstaansachtergrond van de plaats, en over de immigratie in de VS.

De nederzetting die de naam Ottenheim, Kentucky kreeg, begon als een project van de Amerikaanse State Commission of Immigration. De commissie was van mening dat er te weinig bevolkingsaanwas was in de staat Kentucky, en dat ze achtergesteld werden bij de verdeling van de immigranten, die in die tijd vanuit Europa de Verenigde Staten binnenstroomden. Onderstaand een stukje geschiedenis over de immigatiegolf in de VS.

Zie ook Google maps (klik daar op grotere kaart weergeven).






Immigratiegolf VS

De Verenigde Staten telde in 1776 amper drie miljoen inwoners, in 1915 al 100 miljoen en in 1968 200 miljoen inwoners. Bij de volkstelling van 2010 had het land 308.745.538 inwoners. Een kolossale groei in nog geen 250 jaar. Meer dan 79% van de bevolking woont in de stad (en meer dan de helft daarvan in voorsteden). Ongeveer 65% van de inwoners is van Europese oorsprong. In eerste instantie door Britse, Franse, Spaanse (e.a.) kolonisatie, later door immigratie. Dit percentage is in de loop van de tijd sterk gedaald door de invoer van Afrikanen (slavernij), en de toestroom van zgn. Latino's, mensen van Mexicaanse, Puerto Ricaanse en Cubaanse oorsprong.

Links op het kaartje het aantal immigranten per land. De immigratie vanuit Europa kwam vooral in het begin van de 19de eeuw op gang. Met name Duitsers, Ieren en Italianen maakten de grote oversteek. Om een beeld te geven van de Europese immigratiegolf in de VS tussen 1820 en 1920:

Tussen 1840 en 1880 kwamen bijna 3 miljoen Duitsers naar Amerika, meer dan een kwart van alle nieuwkomers. Ze kwamen aan op Ellis Island (New York), eerst per zeilschip, later per stoomboot. De meeste historici zijn het erover eens dat de Duitsers vooral kwamen vanwege economische redenen, niet persé armoede maar vooral de veranderde economie in hun thuisland.


foto: Ellis Island (New York)

Een minderheid emigreerde om godsdienstige redenen. Anderen hadden politieke redenen, zoals de kleine maar zeer actieve groep die vluchtte na de mislukte revoluties van 1848.

(Revolutiejaar 1848 is de benaming voor een reeks opstanden die zich in 1848/1849 in grote delen van Europa voordeden. Doel van deze opstanden was de instelling van een liberaal politiek systeem, het mogelijk maken van een liberale grondwet of het verdrijven van vreemde heersers).


foto: vertrek van emigranten uit Bremen

Er vertrokken zoveel Duitsers uit Bremen dat de havenstad de bijnaam ‘Der Vorort New Yorks’ kreeg. Na Berlijn en Wenen was New York in grootte de derde Duitstalige stad in de wereld. De Duitsers hadden minder last van etnische stigma’s dan bijvoorbeeld de Ieren. Duitsers waren ervaren, goed opgeleid, voornamelijk protestant en plattelandsbewoners. Ze konden gemakkelijk aan werk komen. Zo werkte in 1850 bijna de helft van de Duitse immigranten in Chicago als handwerkslieden, vaak met een eigen bedrijf. Joodse Duitsers in New York waren actief in de handel en als bankiers. Duitse vrouwen werkten in de dienstensector, de huishouding en de ziekenverzorging. De meeste Duitsers bleven echter niet in de steden hangen, maar gingen boeren in het westen.

Zo ontstond er een German Belt, die zich uitstrekte over achttien staten van het noordoosten tot het middenwesten en later Texas.

Daarom werd in 1880 vanuit de overheid opdracht gegeven aan John Robert Procter (foto rechts), geb. 16-03-1844 in Mason County (Kentucky), overleden 12-12-1903 in Washington D.C.) om daar verandering in te brengen. Hij was de Staatsgeolooog van 1880-1893 in Kentucky. Daarnaast bekleedde hij het ambt van president van de United States Civil Service Commission van 1893-1903, met als taak verspilling bij de overheid tegengaan. Hij verbleef al vaak in deze contreien als hoofd van geologische onderzoeken die in die tijd plaatsvonden in de zuidelijke streken van de VS. Om meer inwoners binnen te halen zette hij een campagne op touw die Kentucky moest promoten.

Jacob Ottenheimer

De campagne trok in 1883 de aandacht van ene Jacob Ottenheimer, een immigrant woonachtig in New York, en werkzaam als "steamboat passenger agent", die na zijn diverse bezoeken aan de staat Kentucky stukken land begon op te kopen in Lincoln County. Hij plande een nederzetting om zowel immigranten als Amerikanen uit andere staten naar Kentucky te krijgen.

Tegen het einde van 1883 had hij 18585.85 acres tussen de plaatsen Stanford en Crab Orchard aangekocht, omgerekend zo'n 75 vierkante kilometer (ongeveer de grootte van de gemeente Asten (NL)), wat hij wilde ontginnen en verkopen als akkerland.

foto: Europese emigranten arriveren op Ellis Island (New York)

De campagne sloeg aan en een jaar later, eind 1884, waren zo'n 100 families uit vnl. Duitsland en Zwitserland neergestreken in Lincoln County. Voor Jacob werd het "big business" en hij zette in New Yersey de "Lincoln Land Company" op, met zichzelf als general manager. Hij adverteerde in kranten langs de oostkust, terwijl John Procter bleef doorgaan met de campagne door o.a. verspreiding van pamfletten met daarin de voordelen en de "koopjes" in Kentucky. Ottenheimer verkocht het land voor 5 tot 15 dollar per acre (1 acre = plm. 4047 m2), wat hem tussen 90.000 en 280.000 dollar moet hebben opgeleverd (omgerekend naar de dollarwaarde in 2016 tussen de $2.031.534 en $6.320.328).

Er werden diverse nederzettingen gebouwd in Lincoln County. Die van Jacob ontstond rondom een Lutheraanse kerk en kreeg derhalve de naam Lutherheim. Maar met de snel toenemende groei van immigranten groeiden de verschillen in cultuur en religie. De diversiteit werd, met tevens een katholieke en een Nederlands hervormde kerk, zo groot dat na twee jaar de naam Lutherheim niet meer representatief werd bevonden, en al in 1886 werd besloten tot een naamsverandering, ter ere van de stichter. Zo ontstond de plaatsnaam Ottenheim. De samenleving in Ottenheim was en is een boerengemeenschap, relatief zelfvoorzienend, en nu regionaal vooral bekend om zijn wijn- en kaasproductie.

Noot: Jacob Ottenheimer was weliswaar degene die land verkocht aan immigranten, volgens de afbeelding links zou ene Joseph Ottenheim, leider van een groep Duits-Zwitserse immigranten, een rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de plaats Ottenheim. Maar op diverse websites/documenten wordt gesproken over Jacob of J.:

voorbeeld 1 (6e alinea) | voorbeeld 2 | voorbeeld 3

Niet duidelijk is of het hier om 2 verschillende personen gaat en of er al dan niet een familierelatie bestaat.

De afbeeldingen beneden zijn van omstreeks 1885.

foto: mannen bewerken het veld in New Austria in Boyle County

Behalve Ottenheim waren er Duitse, Oostenrijkse en Zwitserse gemeenschappen in Bernstadt, Langnau, en Strassburg in Laurel County, en New Austria in Boyle County.






foto: Arbeiders aan een fruitpers

De Duitsers hadden enorme invloed op de Amerikaanse samenleving en brachten daarin permanente verandering. De Duitse losheid, hun interesse in opera, muziek maken, theater en simpelweg to have a good time, gooide het saaie, puriteinse Amerika open. En dan hebben we het nog niet eens over de hamburgers, de frankfurters, het bier en de andere alledaagse zaken die inmiddels honderd procent Amerikaans zijn. De nieuwkomers veranderden de ontvangende samenleving minstens net zoveel als die samenleving hen veranderde.

foto: het boerenland wat toebehoorde aan één van de Zwitserse kolonies

Ook een record aantal Zwitsers sloot zich aan bij de golven van de enorme emigratie naar de Verenigde Staten in de jaren na 1880, via de havens Hamburg en Le Havre. Het aantal Zwitsers dat emigreerde naar de VS in die periode evenaarde het totaal van de afgelopen 70 jaar (in 10 jaar zo'n 82000).


Deze toevloed vanuit Europa zou de Amerikaanse houding tegenover immigratie voorgoed veranderen.


top pagina