QUEST FOR BLUES & ROOTS!

Een speurtocht naar het ontstaan en ontwikkeling van de Blues, en mijn ervaringen met muziek. Tevens een zoektocht naar mijn eigen roots, het ontstaan van mijn familienaam en -stamboom.

HISTORIE VAN DE BLUES: Ontstaan, ontwikkeling en verspreiding

Deze pagina bestaat uit de volgende hoofdstukken:

  • 1. Afrikaanse ritmes
  • 2. Eerste kolonisten
  • 3. Slavernij
  • 4. Roots van de Blues: Ditties, Worksongs, Field hollers, Spirituals & Gospel
  • 5. Blues, Gospel & Jazz (New Orleans)
  • 6. De Amerikaanse Burgeroorlog (einde slavernij)
  • 7. Urbanisatie & Migratie: verspreiding en ontwikkeling van de DeltaBlues
  • 8. New Orleans tot Chicago
  • 9. William Christopher Handy
  • 10. Geografie van de Blues
  • 11. Muziekstromingen gerelateerd aan / onstaan uit de Blues
  • 12. Epiloog


  • 1.Afrikaanse ritmes


    Op tv hoor je soms in de een of andere documentaire over "De wonderlijke geluiden van Afrika". Bedoeld worden de geluiden van de natuur: dieren, vogels, insecten, het geluid van de hitte. Deze geluiden inspireerden de Afrikaanse muzikanten duizenden jaren lang. Trommels waren hun middel om te communiceren tussen stammen onderling, maar ook werden ze gebruikt tijdens rituelen, dansen enz. De klanken die ze erbij gebruikten maakten het tot liedjes.

    Afrikaanse muziek is puur een mondelinge traditie, van generatie op generatie overgegaan. Er zijn slaapliedjes, feestliedjes, religieuze en marsliedjes. Feitelijk verschilt het niet van andere muziek. Maar opvallend is dat de muziek vooral wordt gedomineerd door de vraag- en antwoordvorm (call and response-patroon), wat de liedjes tot een vorm van communiceren maakte, en die later de Blues en Jazz sterk beïnvloedde.

    De slaven die in het verleden van Afrika naar Amerika werden getransporteerd om te werken op de plantages namen niets mee. Geen bezittingen, en al zeker geen muziekinstrumenten of uitgeschreven muziek. Het waren de liedjes, hun muziek, klanken en ritmes die, net als de herinneringen aan hetgeen ze achterlieten, in de hoofden van de slaven mee konden reizen. Tientallen decennia later, maar vooral na afschaffing van de slavernij, zou zich uit deze muziek de Blues onwikkelen.

    De Blues heeft een lange en uitgebreide historie en is wereldwijd verspreid geraakt. Hoe dat gebeurde begint met het moment dat de eerste Europeanen voet aan land zetten in de Nieuwe Wereld.

    top pagina

    2. Eerste kolonisten

    Christoffel Columbus (<<) (Genua, 1451 - Valladolid, 20-05-1506) is de beroemdste ontdekkingsreiziger uit het tijdperk van de grote ontdekkingen. Hij maakte naam door zijn 'ontdekking' van Amerika onder Spaanse vlag in 1492. Columbus dacht na het oversteken van de Atlantische Oceaan Indië bereikt te hebben, maar was in werkelijkheid gestuit op een Nieuwe Wereld. Zijn ontdekking vormt een keerpunt in de wereldgeschiedenis, waarvan de betekenis nauwelijks overschat kan worden.

    Europese machten koloniseerden de beide Amerikaanse continenten. De ruime hoeveelheden land en grondstoffen speelden een rol bij de opkomst van Europa als het overheersende continent in de wereld. De zogenaamde Columbiaanse uitwisseling zorgde voor een wereldwijde uitwisseling van gewassen, dieren en ziektes. De besmettelijke ziektes van de Oude Wereld hadden een verwoestende uitwerking op de inheemse bevolkingen.

    Na de ontdekking van Amerika ging het snel met de kolonisatie. Het gebied dat nu de staat Louisiana vormt, werd oorspronkelijk bevolkt door Indianen- stammen als de Choctaw. De eerste Europeanen in het gebied waren de leden van een expeditie geleid door de Spanjaard Pánfilo de Narváez, die in 1528 de monding van de rivier de Mississippi ontdekte. Ongeveer dertien jaar later verkende een expeditie onder leiding van Hernando De Soto (>>) het gebied.

    De Soto was een Spaanse conquistador (veroveraar) en ontdekkingsreiziger. Hij kwam aan land in Tampa (Florida) in 1514 en zou tot 1542 actief zijn in de kolonisatie. In 1541 werd de Mississippi vervolgens verder noordwaarts verkend teneinde hun gebied uit te breiden. Spaanse plaatsnamen in de streek als Desoto en Natchez herinneren hieraan. Op de afbeelding links de route die de Soto aflegde. Hij stierf aan een koortsaanval op 25-06-1542.

    De Fransen Louis Jolliet en Jacques Marquette (<<) verkenden een groot deel van de rivier in 1673. Hun landgenoot De La Salle (>>) trok in 1667 vanuit Frankrijk naar Canada, waar hij actief was met Franse pioniers (Franse plaatsnamen in Canada: Montreal, Belleville en Quebec). De La Salle (datum doop 22-11-1643 | + 19-03-1687) was een Franse handelaar, ontdekkingsreiziger en kolonisator en actief in de bonthandel. Hij voer met zijn mannen de Mississippi stroomafwaarts en bereikte in 1682 de Golf van Mexico. De Spanjaarden hadden weinig belangstelling meer voor de regio, De La Salle palmde het gebied in en gaf het in 1682 zijn huidige naam Louisiana ter ere van zijn vorst Lodewijk XIV. Halverwege de 18e eeuw werden de Fransen die nog in het noorden waren gevestigd op hun beurt weer verdreven door de Engelsen. Ook zij gingen stroomafwaarts en vestigden zich in het zuiden langs bayous, kreken, en moerassen aan de zijarmen van de Mississippi. Ze werden "Arcadians" genoemd (later verbasterd tot "cajuns").

    Meer over de geschiedenis van de Verenigde Staten, de kolonisatie en de strijd om de onafhankelijkheid lees je op Wikipedia.


    Op het kaartje rechts de gekoloniseerde gebieden van Noord- en Zuid-Amerika door de diverse Europese landen (omstreeks 1750).

    De naam Louisiana verwees in die tijd naar een veel groter gebied dan dat omvat wordt door de huidige staat (het licht gekleurde gebied op de kaart links).

    De rivier de Mississippi vormde het hart van het territorium Louisiana, dat reikte tot en met de zuidgrens van Canada. Omstreeks 1760 verloren de Fransen opnieuw hun gebied grotendeels aan Spanje, maar rond 1800 kreeg Frankrijk, dat toen geregeerd werd door Napoleon Bonaparte, hun territorium terug, om het in 1803 aan de Verenigde Staten te verkopen voor $ 15.000.000,=, omgerekend naar de koers van nu een bedrag van 240 miljoen dollar. De onderhandelingen tussen de VS en Frankrijk over de aankoop waren aanvankelijk slechts van toepassing op de stad New Orleans. President Thomas Jefferson stuurde hiervoor de gezant Robert Livingston naar Parijs. Napoleon wilde de Britten beletten het gebied te verkrijgen, zijn visie was dat een sterke VS een tegengewicht kon bieden aan de Britse koloniale aspiraties in Noord-Amerika. Uiteindelijk werd overeengekomen om het gehele Louisiana-territorium te verkopen. Het ging om een gebied van ongeveer 2,1 miljoen km² ten westen van de rivier de Mississippi. De overeengekomen prijs komt neer op zo'n $7 per km2. Een transactie die bekend is geworden als de "Louisiana Purchase".

    Deze aankoop verdubbelde ongeveer de oppervlakte van de huidige VS. Het gebied van de Louisiana Purchase beslaat het gebied ten westen van de Mississippi en ten oosten van de Rocky Mountains en omvat de huidige staten (of gedeelten van) Louisiana, Arkansas, Missouri, Iowa, Minnesota, North Dakota, South Dakota, Nebraska, Kansas, Oklahoma, Texas, New Mexico, Colorado, Wyoming en Montana. Een relatief klein deel van het oorspronkelijke gebied, gelegen ten noorden van de 49e breedtegraad, is thans Canadees grondgebied.

    Het verdrag (<<) werd getekend op 30 april 1803 en het gebied ging officieel over in Amerikaanse handen op 20 december van dat jaar. Op 30 april 1812 werd Louisiana formeel, de 18de staat van de Verenigde Staten. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog stond Louisiana aan de kant van de Confederatie (zie verderop op deze pagina). Namen als New Orleans, Beaumont, Baton Rouge herinneren aan de Franse periode. De kolonisten waren volop bezig met vergaren, veroveren van land, het ontginnen en er profijt van trekken. Met elk een (Europese) muziekstijl die ze uit hun eigen land of regio hadden meegebracht, en die zich later zou vermengen met de worksongs en gospel van de slaven tot de Bluesstijl van hun stad of streek (zie beneden op deze pagina: "Geografie van de Blues").

    top pagina

    3. Slavernij

    De behoefte aan slaven ontstond door de groeiende welvaart in Europa waardoor de consumptie van luxegoederen begon te stijgen, en extra arbeidskrachten nodig waren. Vanaf midden 16e eeuw haalden de Portugezen al slaven uit Afrika voor het werk op de rietsuikerplantages in Brazilië. Andere Europese landen deden al snel hetzelfde. Gedurende de vijftiende en zestiende eeuw betrof het enkele duizenden slaven per jaar. Onder meer belangrijke verbeteringen op het gebied van scheepsbouw en zeevaartkunde maakten het mogelijk om uiteindelijk aan de snel stijgende vraag te voldoen. Tegen 1700 werden er al 50.000 slaven per jaar getransporteerd. Samen roofden ze in 200 jaar meer dan 12 miljoen Afrikanen uit Afrika die in grote schepen naar Europa, resp. de Nieuwe Wereld (lees: Amerika) werden gebracht. Nederland deed daar ook aan mee en vervoerde van 1621 tot 1870 zo'n 550.000 Afrikanen.

    Omstreeks het midden van de zeventiende eeuw, toen de suikerteelt in het Caribisch gebied goed tot ontwikkeling kwam, nam deze handel explosief toe. Het was echter de behoefte aan arbeidskrachten op de suiker-, koffie-, tabaks-, cacao- en later ook de katoenplantages in Amerika die de trans-Atlantische slavenhandel (van Afrika naar Europa en Amerika) deed aanzwellen tot grote proporties. De Franse West-Indische Compagnie leidde de kolonie van Louisiana. De oorspronkelijke bewoners in het gebied, indianen, het land te laten helpen opbouwen bleek geen optie: die waren niet te onderwerpen. Men trok daarom, naar Europees voorbeeld, naar West-Afrika.

    Overzicht slavenhandel van Afrika naar de VS.

    De slaven werden vooral gehaald in Senegambia (ook wel Bovenkust genoemd, de verzamelnaam voor de forten en factorijen die de West-Indische Compagnie in het huidige Senegal heeft gehad), Ghana en Mali. Het voornaamste doel van de handelsposten was het ronselen van slaven om die vervolgens te verschepen naar Amerika en ze daar te verkopen. In Afrika werden de slaven, waarvan het merendeel behoorde tot het Bambaren-volk, aangeboden door zwarte stamhoofden die ontdekt hadden dat het lucratief was de bij een stammenoorlog buitgemaakte gevangenen niet te doden, maar voor een goede prijs, goederen of wapens te koop aan te bieden. Slaven werden geketend in dorpen afgevoerd naar een schip en kwamen na een erbarmelijke reis (die 4 weken tot 6 maanden kon duren) aan in, met name, New Orleans. Om in en rond de stad te werken, danwel verder te worden getransporteerd naar staten als Mississippi, Alabama en Georgia. Om daar te werken op de plantages. In de loop der eeuwen werden zo'n 25 miljoen mensen tot slaaf gemaakt. Miljoenen stierven tijdens de reis en voor zij verkocht konden worden, of naderhand op de plantages. Het betekende niet alleen een belangrijke aderlating voor de bevolking in Afrika, maar veranderde ook de samenleving dramatisch. Die werd sterk ontwricht, bevorderde de militarisering van de Afrikaanse samenlevingen en de slavernij in Afrika zelf nam er sterk door toe. De gevolgen waren enorm, en de grootste opbrengsten verdwenen in de zakken van de handelaars en natuurlijk de plantagehouders, waar de meeste slaven werkten.

    Vroeger woonden meer dan de helft van alle Amerikaanse miljonairs in Mississippi. Tegenwoordig zijn hun landgoederen als museum te bewonderen, maar zijn ze ook vaak een bedevaartsoord, een symbool, voor Amerikaanse patriotten.

    *Noot: Al werd veel gedacht dat het Amerikaanse zuiden uitsluitend werd bewoond door blanke plantage-eigenaren en hun slaven, doch slechts ongeveer 25 procent van de blanken in het zuiden bezaten slaven. Een andere misvatting is dat er alleen grote plantages waren waar honderden slaven werkten. In 1800 bezaten 15 procent van de eigenaren meer dan 20 slaven, en leefde de meerderheid van de slaven op plantages met twee of drie tot ongeveer vijftien slaven. Overigens was de plantage-economie niet volledig afhankelijk van katoen: ook rijst, suikerriet en tabak werden verbouwd.

    In Europa bracht het een verhoogde welvaart en droeg het met de ontwikkeling van het Atlantische systeem sterk bij aan de Europese expansie en daarmee aan de ontwikkeling van het kapitalisme.

    De handel speelde zich af tussen 1525 en 1867, waarbij het hoogtepunt lag in de achttiende eeuw en de eerste helft van de negentiende eeuw. Het is de grootste gedwongen migratie en tegelijk grootste menselijke tragedie uit de geschiedenis en daarmee door de Verenigde Naties verklaard tot wat nu een misdaad tegen de menselijkheid zou zijn geweest.


    Slavenhandel in beeld
    advertentie geketend op weg naar het schip benedendeks laadruim schip
    kwitantie aankoop slaaf behuizing op de plantage werken op de katoenplantage

    top pagina

    4. Roots van de Blues: Ditties, Worksongs, Field hollers, Spirituals & Gospel

    Al wordt de term "Blues" officieel pas rond 1912 gebruikt (zie verderop "10. William Christopher Handy"), we zullen nooit precies weten wie het eerst het woord Blues gebruikte of het eerste Bluesnummer schreef, al is 'schrijven' een groot woord, want niemand heeft het echt geschreven. De Blues verspreidde zich via de mondelinge traditie van de Afrikaanse muziek en ontwikkelde zich razendsnel in de laatste veertig jaar van de 19de eeuw. En dat zonder tv, cd's, platen, banden of op enige andere manier opgenomen muziek te verspreiden: deze ging letterlijk van mond tot mond. Nummers werden veranderd en 'verbeterd' tijdens hun reis door Amerika. Natuurlijk verliep dit proces op het platteland heel geleidelijk. Er waren geen theaters of andere podia voor muziek. Alle soorten liederen werden doorgegeven door rondreizende muzikanten en door ze samen te zingen binnen het gezin of in andere groepen. Door dat rondreizen bestonden er op den duur allerlei regionale vormen. De trage en treurige melodieën (je zou ze nu Blues noemen, maar die term bestond nog niet) heetten in die dagen "Ditties" (kort simpel lied of gedicht). Muziek met eenvoudige teksten en melodieën over alledaagse beslommeringen.

    Slaven moesten lang en hard werken, van zonsopgang tot ondergang geketend, leven in erbarmelijke omstandigheden en armoede, waarbij mishandeling en marteling aan de orde van de dag waren (een gemiddelde slaaf werd 24 jaar). Muziek was het enige wat ze hadden. Praten tijdens het werk op de plantages mocht niet, omdat de bewakers hun taal niet verstonden. Zingen was wel toegestaan, en werd zo hun vorm van communicatie. De een zong alleen (in het Afrikaans natuurlijk) om zijn verhaal te doen aan de rest. Of een voorman van een werkploeg, de "holler" ("to holler" betekent vrij vertaald schreeuwen, gillen) gaf een strofe aan, waarop de rest antwoordde , het call and response-patroon. Hun manier ook om ontsnappingspogingen te 'bespreken'. Zo ontstonden de zogenaamde worksongs en de "field hollers". Slaven mochten niet leren lezen of schrijven, geen bijeenkomsten of vergaderingen organiseren. Alleen de kerk was een plaats van samenkomst, en daar ontstonden de negrospirituals.

    Onderstaand een paar voorbeelden van negrospirituals en field hollers:
  • I shall not be moved - Mississippi John Hurt (of in een uitvoering van Soulspirit uit België)
  • Good God Almighty - Lightning Washington and prisoners
  • ArwhooliecornfieldHoller - Thomas. J. Marshall
  • Work Song - Joe Green

  • Aan het einde van de 18e eeuw vonden steeds meer mensen slavenhandel onmenselijk en in de Westerse wereld ontstond steeds meer verzet. In 1808 kwam er een verbod op de import van slaven in Amerika. Verschillende Europese staten besloten in deze periode de slavenhandel en het bezit van slaven steeds verder uit te bannen. In het begin wonnen de slavenhouders de discussies nog vaak, maar dat stopte toen de Engelsen de slavenhandel in 1814 verboden. In datzelfde jaar kwam er ook in Nederland een verbod (overigens: het houden van slaven mocht wel, maar ook dat werd verboden in 1863. In de VS in 1865, na afloop van de Burgeroorlog).

    |03-04-2019: NOS Nieuws: Laatste overlever van trans-Atlantische slavenhandel geïdentificeerd.|

    Het import- en handelsverbod op slaven betekende dus nog lang niet het einde van de slavenarbeid zelf. Die situatie bleef erbarmelijk, en logisch dat ontsnappen en vluchten het enige was waar de meeste slaven mee bezig waren. Vaak werden ze geholpen door organisaties als de Underground Railroad, een geheim netwerk van adressen, codes en activiteiten, die zorgden voor schuilplaatsen en transport van gevluchte slaven. Harriet Tubman (>>), een slaaf gevlucht naar Canada is het gezicht geworden van de organisatie. Ze keerde een vijftal keren terug naar het zuiden om (in totaal zo'n 300) slaven te bevrijden. Weliswaar gewapend met een pistool om slaven die alsnog terug wilden keren naar hun baas te dwingen om voor hun vrijheid te kiezen ('You choose for freedom or you die"). Uiteindelijk kreeg ze een prijs van 40.000 dollar op haar hoofd, maar werd nooit gepakt.

    top pagina

    5. Blues, Gospel & Jazz (New Orleans)

    Al in het begin van de 19de eeuw begon de Afrikaans beïnvloede muziek zich stilaan te verspreiden van het platteland vanaf de Delta naar de steden in het noorden en zuiden, naar b.v. New Orleans. De grote import van slaven was eind 18de eeuw niet de enige reden van de verdubbeling van het aantal inwoners in die stad. De Haïtiaanse Revolutie (1791 - 1804, een opstand die werd gecataliseerd door de Franse Revolutie) was de eerste en enige succesvolle slavenopstand op het Westelijk halfrond. Deze vond plaats in de toenmalige Franse kolonie Saint-Domingue en leidde tot de vrije zwarte republiek Haïti. De revolutie kon slagen doordat er een overmacht van vijftien keer zoveel slaven als kolonisten was. Haïtiaanse vluchtelingen kwamen met boten vol via Cuba naar New Orleans.

    De Afrikaanse en Haïtiaanse slaven waren gelovig, en gingen op zondag naar de kerk, dè plaats van samenkomst. Hun enige vrije dag, vastgelegd in de Code Noir, een decreet uit 1685 van de Franse koning Lodewijk XIV over de omgang met zwarte slaven, dat bleef gelden tot 1848. Niet werken, geen slaag die dag.

    In die periode begonnen in de Methodisten- en Baptistenkerken de traditionele religieuze volksliederen van de slaven (negrospirituals) samen te smelten met de westerse hymnen en psalmen. Zo ontstond de GOSPEL (Engels voor evangelie). Een direct resultaat van zwarte muziek gecombineerd met blanke psalmen. Een belangrijk verschil tussen zwarte spirituals en psalmen zit in de tekst, waarschijnlijk als gevolg van de ietwat beperkte woordenschat van de slaven. Ze gebruikten het lyrisch concept van de psalmen en gaven er hun eigen invulling aan. De teksten zijn christelijk geïnspireerd, vaak met verwijzingen naar het Oude Testament. De melodieën zijn eenvoudig en verlopen in een swingend ritme. Oorspronkelijk werden deze liederen a capella (zonder instrumenten) uitgevoerd met onderscheid tussen een solist en een (meerstemmige) groep, waarbij ook een call and response-patroon gehanteerd werd. Precies als bij de field hollers. De uitvoering laat heel wat spontane muzikaliteit en betrokkenheid van de gemeenschap toe in de vorm van kreten, gejuich en handgeklap. Ook door het zingen van negrospirituals vonden de zwarte slaven troost voor de situatie waarin zij leefden en deelden ze elkanders armoede en ellendige omstandigheden. Met of zonder zelfgemaakte instrumenten, maar het was de manier om zowel hun lijden uit te drukken als te verzachten.

    Na de kerk ging het richting Congo Square (Place Congo, een deel van het huidige Louis Armstrong Park, wat ligt in de Tremé-area (de oudste Afro-Amerikaanse buitenwijk van Amerika ten noorden van het French Quarter) van New Orleans. Deze buurt staat nog bekend om zijn "African-American music" en de eerste wijk waar vrije kleurlingen huizen konden kopen, een eigen marktplaats hadden waar ze handel dreven en producten verkochten die ze zelf hadden geteeld. Maar ook maakten ze daar hun kruiden, konden ze zich zelfs wassen of hun haren vlechten, en maakten en bespeelden ze hun trommels (bongo's) en dansten ze de Bamboula en Calimba, net als hun voorouders deden. De trommels, zgn. "talking drums" waren het communicatiemiddel tussen de verschillende stammen in Afrika, en werden hier gebruikt om hun ontsnappingsplannen mee te communiceren, zodat ze ook deden in de fieldhollers. Opzichters van de plantages kregen het in de gaten en stonden alleen nog religieuze liederen toe. Die vervolgens vol zaten met verborgen boodschappen. Bovendien kwam het trommelen in langdurig dezelfde ritmes angstaanjagend over bij de blanken. Ze noemden het voodoo. In 1808 werd daarom dansen en trommelen op pleinen in de stad verboden. Op trommelen kwam zelfs de doodstraf te staan in de staten Mississippi, South Carolina en Georgia. Behalve op Congo Square: de blanke heersers hielden de zwarten liever op 1 plek geconcentreerd, om ze beter in de gaten te kunnen houden. Daarmee werd het aantal zwarten op de zondag op het plein vertienvoudigd, en groeide het uit tot attractie nummer 1 voor de toeristen.

    Terwijl het feest was op Congo Square op zondag, speelden iets verderop (militaire) fanfares en brassbands met veel blaasinstrumenten op het Jackson Square. Er waren bands in Europese stijl, er waren slavenorkesten, en er was Creoolse zang en dans van de Haïtianen. Europese volksliedjes hadden een grote invloed op de zwarte bevolking. Er ontstond een unieke verbinding met Afrikaans muzikaal idioom. Deze mengelmoes van stijlen begon elkaar te beïnvloeden, en uit uiteenlopende muzikale tradities ontstonden de vrije dans- en muziekritmes: Jass, later Jazz. Het woord "jazz" is West-Afrikaans (de Madi-taal) voor seks. Het is tevens een Frans woord, en betekent kwebbelen. Maar het belangrijkste element, zo niet de kern van de Jazz is de Blues. Blues is voor Jazz als bloed voor het lichaam, en daarom ook in veel titels van jazznummers terug te vinden: St. Louis Blues, Franklin Street Blues, Savoy Blues, Burgundy Street Blues. De eerste generatie, de pioniers van de Jazz in New Orleans, waren trompettist Louis Armstrong, zijn mentor King Oliver en bandleider Kid Ory van Ory's Sunshine Orchestra (de eerste zwarte jazzband die een plaat maakte).

    top pagina

    6. De Amerikaanse Burgeroorlog

    Ook de noordelijke staten in Amerika besloten, in navolging van een groot deel van Europa, de slavernij af te schaffen. In het zuiden van de Verenigde Staten, waar de plantage-economie grotendeels was gebaseerd op slavenarbeid, wilde de rijke grootgrondbezitters en plantagehouders hier echter niet in meegaan. Zij hadden hierbij de zuidelijke legers op hun hand. Het zorgde voor grote politieke spanningen tussen de noordelijke en de zuidelijke staten.

    De Republikeinse Abraham Lincoln, (<<) een succesvol advocaat, (geb. Hodgenville, 12 februari 1809 - ovl. Washington D.C., 15 april 1865) was in 1860 gekozen tot de 16de president van de Verenigde Staten met een meerderheid van stemmen, ondanks dat hij niet eens voorkwam op de stemlijsten van 10 zuidelijke staten. Het zuiden was namelijk bang dat de Republikeinse partij van plan was hen te dwingen de slavernij af te schaffen. Het was een van de belangrijkste beweegredenen voor het zuiden om zich af te scheiden van de Verenigde Staten en ze vormden de Geconfedereerde Staten van Amerika. Lincoln maakte hierdoor in zijn eerste ambtstermijn al onmiddellijk de grootste interne crisis mee die de Verenigde Staten zouden kennen: de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865).

    Met als inzet afschaffing van de slavernij, begon op 12 april 1861 het vier jaar durend bloedig conflict in de Verenigde Staten tussen de Noordelijke Staten (de Unie) en de Zuidelijke Staten (de Confederatie). Er vielen naar schatting 618.000 doden en 500.000 gewonden.

    In een poging zijn tegenstander te verzwakken riep de Noordelijke generaal Butler alle slaven in het Zuiden op om naar het Noorden te vluchten, om ze vervolgens te rekruteren in zijn eigen leger. Op 1 januari 1863 nam Lincoln deze strategie over met de uitvaardiging van zijn 'Emancipation Proclamation', waarin hij de naar schatting vier miljoen slaven in het Zuiden tot vrije burgers verklaarde. Enkele honderdduizenden gaven gehoor aan de oproep en vluchtten naar het Noorden, waar minstens 200.000 van hen vervolgens in dienst traden in het Noordelijke leger of bij de marine.

    Ondanks het grote verlies aan mensenlevens bleef president Lincoln vasthouden aan zijn compromisloze houding tegen het zuiden. Op 9 april 1865 tekende de Zuidelijke generaal Lee de overgave, waarmee het verzet van de afgescheiden Zuidelijke Staten praktisch ten einde kwam, en ze alsnog de afschaffing van de slavernij moesten accepteren. President Lincoln werd (als eerste president van de V.S. tijdens zijn ambt) vermoord op 14 april 1865 (Goede Vrijdag) in Ford's Theatre (een schouwburg in Washington). Neergeschoten door John Wilkes Booth, een fanatieke aanhanger van de Geconfedereerde Staten. De president werd in het achterhoofd getroffen door een kogel en stierf de volgende dag in het Petersen House op 56-jarige leeftijd. Met de proclamatie van het Dertiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet, op 18 december 1865, kwam een einde aan de slavernij in de Verenigde Staten. Net na Nederland, dat inmiddels ook was overtuigd, en (na bijna 250 jaar!) één van de laatste landen was die op 1 juli 1863 de slavernij afschafte.

    -/- Noot: Tot op heden werd aangenomen dat het aantal slachtoffers van de Amerikaanse Burgeroorlog rond de 620.000 lag, waarvan 360.000 uit het noorden en 260.000 uit het zuiden. Dit getal was grotendeels het werk van twee amateurhistorici uit de 19e eeuw: William F. Fox en Thomas Leonard Livermoreeen. Op 16-02-2017 volgt een publicatie van David Hacker, demografisch historicus aan de Binghampton University te New York. Het aantal dodelijke slachtoffers van de Amerikaanse Burgeroorlog ligt ruim twintig procent hoger dan eerder gedacht. Deze conclusie trekt hij na het bestuderen van onlangs vrijgegeven bevolkingsregisters. In totaal zijn er volgens hem minstens 750.000 Amerikanen omgekomen in de strijd tussen het noorden en het zuiden.

    (Lees HIER alles over de Amerikaanse Burgeroorlog.)

    Het einde van de Burgeroorlog betekende niet het einde van de plantage-economie. De plantages bestonden nog en zwarten deden nog altijd het werk, maar nu via een systeem van pachters. Voormalige slaven bewerkten de velden van de blanke landeigenaren in ruil voor een aandeel in de oogst, het zgn. "sharecropping". De landeigenaren bezaten de gereedschappen, leverden kleding en beheerden de winkels waar de arbeiders hun levensbehoeften insloegen. Een ongelijk, schulden genererend systeem. De toestroom van zwarte arbeiders ging door tot de Eerste Wereldoorlog. Toen waren er vier zwarten op één blanke in het gebied. Het feodale deelpachtsysteem bleef tot ver in de 20-ste eeuw bestaan, tot katoenplukrnachines in de jaren vijftig een einde maakte aan de plantage-economie.

    Sharecropping na de slavernij bracht feitelijk niet heel veel verbetering: Na de moord op president Lincoln pardonneerde diens opvolger, voormalig vicepresident en Democraat Andrew Johnson, de Zuidelijke leiders van de verslagen voormalige Confederatie waarna die sterk discriminerende wetten tegen zwarten (Black Codes) afkondigden. De segregatie (scheiding der rassen) was een feit. Zwarten mochten niet naar parken, bibliotheken, restaurants of bioscopen, en moesten achteraan plaatsnemen in het openbaar vervoer. In kledingwinkels moesten ze hun maat schatten, i.p.v. kleding te passen. Met de Black Codes werd de bevrijding van de slaven vrijwel teruggedraaid. Het Amerikaanse Congres verklaarde deze wetten in december 1865 nietig en besloot over te gaan tot Reconstructie (gedwongen hervorming) van de meeste Zuidelijke staten. In die periode ontstond ook de Ku Klux Klan in Pulaski (Tennessee) als een lokale club. Volgens de schrijver Wyn Craig Wade begon de organisatie als een grap van zes werkloze soldaten die terugkwamen uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Ze verkleedden zich als spoken te paard. Al snel begonnen ze de pas van slavernij bevrijde zwarte bevolking te intimideren en te terroriseren, en was er sprake van veel lynchpartijen. In grote delen van Tennessee vond hun voorbeeld navolging en werden afdelingen van de KKK opgericht. Rond de eeuwwisseling kwam de Burgerrechtenbeweging voor de zwarten op. Maar het zou bijna honderd jaar duren voor zwarten in het Zuiden hun kiesrecht konden uitoefenen. Na president Ulysses Simpson Grant, generaal en opperbevelhebber van de Noordelijke strijdkrachten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, en 18e president van de Verenigde Staten (1869 tot 1877) had pas president Kennedy weer belangstelling voor de burgerrechten van de zwarten.

    top pagina

    7. Urbanisatie & Migratie: verspreiding en ontwikkeling van de DeltaBlues

    Na afschaffing van de slavernij in 1865 bleven veel voormalige slaven dus op de plantages werken en wonen, maar ook een groot aantal vertrok naar andere streken in de Verenigde Staten om hun geluk daar te beproeven. Vooral na 1869 toen de eerste transcontinentale spoorlijn werd voltooid. De grote industriesteden in het noorden zoals Memphis, Detroit en Chicago waren populair. New Orleans en Baton Bouge waren favoriet bij de zwarten die zuidwaarts trokken. Gelokt door een beter economisch vooruitzicht verspreidden de negers zich met hun muziek over de VS, en er ontstond tegelijk een hele traditie van zwarte en blanke spoorwegliedjes. Een van de beroemdste was "John Henry" (>>), het verhaal van een zwarte spoorwegwerker. Het is een werelds volkslied met religieuze sporen in de tekst. Lees de tekst hier of luister HIER naar de John Henry-(folk)song, in een uitvoering van Joe Uehlein.

    Veel bevrijde slaven zochten, behalve bij de spoorwegen, werk op stoomboten, in de mijnen, de fabrieken, in houthakkerskampen, vleeshandel en aan de dijken. Ook was in de slavenwet uit de Spaanse tijd iets voorzien wat coartación heette, wat een mogelijkheid gaf jezelf of familie vrij te kopen. Maar vrij of niet: al te vaak kwamen ze om het kleinste vergrijp in de gevangenis terecht. Opgesloten door de blanken uit het zuiden die hen nog altijd beschouwden als mindere mensen met wie ze konden doen wat ze wilden. Niet altijd onterecht: na hun vrijheid lapten vele voormalige slaven de regels aan hun laars, en de criminaliteit was hoog. Dat ook de zwarten niet allemaal lieverdjes waren, bewijst het verhaal van LEAD BELLY (zie beneden). Een markant en veelbesproken figuur, die ondanks zijn gewelddadig leven toch zou uitgroeien tot Blues- en folkicoon. Een groot aantal nummers van Lead Belly zouden later vooral bekend worden in een uitvoering door andere artiesten.


    Leadbelly

    Huddie William Ledbetter, een Amerikaans Blues- en folkmuzikant, werd op 20 januari 1889 geboren op de "Jeter Plantation" in het uiterste noordwesten van Louisiana, vlakbij Mooringsport. Hij werd onder de naam Lead Belly bekend als zanger en gitarist.

    Hoewel veel van zijn nummers zijn uitgebracht onder de naam Leadbelly (als één woord), spelde hij zijn naam zelf als Lead Belly. Zo staat het ook op zijn grafsteen en de naar hem vernoemde Lead Belly Foundation gebruikt ook deze spelling. Hij was de eerste zwarte zanger die door de blanke intellectuelen werd omarmd. Zijn repertoire was met name gericht op folk en Blues. Tot zijn bekendste nummers behoren The House of the Rising Sun, The Midnight Special, Goodnight Irene, en Rock Island Line (zie beneden).

    Leadbelly heeft lange tijd samengewerkt met Blind Lemon Jefferson (<<), een van de meest populaire Blueszangers in de jaren '20 (en volgens sommigen een van de grootste zangers in de geschiedenis van de Blues), en met John Lomax.

    Lead Belly was een icoon binnen de Amerikaanse folk- en Bluesmuzikanten: voor zijn sterke zang en andere muzikaliteten, zijn virtuositeit op de 12-snarige gitaar, en niet te vergeten: hij was het die de "folk standards" introduceerde. Een multi-instrumentalist: speelde behalve de gitaar ook piano, mandoline, accordeon, viool, and "windjammer" (diatonische accordeon, ook wel trekzak of melodeon). In sommige nummers begeleidt hij zichzelf met handgeklap of "footstomping". Zijn muziek bestond uit gospel, folk, Blues en rock 'n roll. Zijn teksten gingen over vrouwen, drank, het harde leven in de gevangenis, racisme. Maar hij zong ook over mensen die op dat moment in het nieuws waren, zoals Franklin D. Roosevelt, Adolf Hitler, Jean Harlow, Jack Johnson, the Scottsboro Boys and Howard Hughes.

    Maar een legende werd hij vooral door zijn gewelddadige leven wat hem meerdere malen gevangenisstraf opleverde. In 1916 ontsnapte hij uit die van Texas, waarna hij twee jaar door het leven ging onder de naam 'Walter Boyd'. Toen vermoordde hij een man, waarna hij tot 30 jaar cel werd veroordeeld. In 1925 werd hem gratie verleend. Zijn gratieverzoek aan Pat Morris Neff, de 28-ste Gouverneur van Texas (1921-1925), had hij muzikaal gebracht, met een liedje getiteld "Pardon Song for Governor Neff" met de volgende tekst:

    "Please, Governor Neff, Be good 'n' kind - Have mercy on my great long time... - I don't see to save my soul - If I don't get a pardon, try me on a parole... - If I had you, Governor Neff, like you got me - I'd wake up in the mornin' and I'd set you free".

    In 1976 werd een ruim 2 uur durende film gemaakt over Lead Belly door regisseur Gordon Parks met in de hoofdrol Roger E. Mosley. Op YouTube vind je een fragment waarin hij "Good Night Irene" vertolkt voor zijn medegevangenen en het muzikale verzoek "Pardon Song for Governor Neff" doet aan de Gouverneur van Texas . Bekijk fragment van "LEAD BELLY"

    Vijf jaar had hij plezier van zijn vrijheid. In 1930 werd Lead Belly opnieuw veroordeeld wegens poging tot moord na een steekincident. In juli 1933 werd hij in de gevangenis bezocht door John en Alan Lomax, met wie hij tal van nummers opnam. In 1934 diende hij opnieuw een muzikaal gratieverzoek in, dat ingewilligd werd. Vervolgens ging hij toeren met Lomax. Nadat Lead Belly in 1940 Lomax had bedreigd met een mes, beëindigde deze de vriendschap.

    Vervolgens belandde hij in New York om zich als muzikant te vestigen. Zijn muziek werd omarmd door artiesten als Woody Guthrie en Pete Seeger. In maart 1939 werd Lead Belly hij weer gearresteerd voor het neersteken van een man en moest 8 jaar de cel in. Na zijn vrijlating verscheen Lead Belly in twee radioprogramma's "Folk Music of America" and "Back Where I Come From". Ook nam hij het album "The Midnight Special and Other Southern Prison Songs" op. Een paar jaar later vertrok hij naar de West Coast en kreeg daar een eigen wekelijks radioprogramma. In Los Angeles tekende hij een contract bij Capitol Records en eindeljk kon hij gaan opnemen. In 1949 begon Lead Belly aan zijn eerste Europese tournee, maar werd ziek voordat hij deze kon afmaken. Later dat jaar, op 6 december, overleed hij in New York aan de gevolgen van A.L.S., een uiteindelijk dodelijke neurologische ziekte, 60 jaar oud. Hij werd begraven in Caddo Parish (Louisiana). Zijn grafsteen (zie foto beneden) draagt behalve de tekst "King Of The 12 String Guitar" een overzicht van de verschillende "Hall of Fame 's" waarin hij is opgenomen (vanaf 1972).

    Hieronder een aantal bekende nummers van Lead Belly:

    - Where Did you Sleep Last Night

    - Mr. Hitler

    - Pick A Bale Of Cotton

    - Rock Island Line

    - Goodnight Irene

    "Good night Irene" werd later gecovered door o.a.

    - Black Betty (gecovered door de Amerikaanse Ram Jam)

    - House Of The Rising Sun (gecovered door The Animals)

    - Midnight Special (gecovered door Creedence Clearwater Revival)

    - Somebody's Diggin' My Potatoes (gecovered door o.a. Ferry Grignard)


    Meer over Leadbelly op The Official Lead Belly Page of op Wikipedia





    Onderstaand een tour van New Orleans tot aan Memphis.

    top pagina



    8. New Orleans tot Chicago

    New Orleans

    De trip begint in New Orleans, Home of the Jazz (zoals boven beschreven). Gelegen in het midden in het mondingsgebied van de rivier. Niet de hoofdstad, wel de grootste stad van de staat Louisiana. New Orleans is een van de grootste havensteden van de wereld waar met name olie, suiker en graan wordt verscheept. Hoewel New Orleans vooral bekend staat als de bakermat van de Jazz is ook de Blues volop aanwezig in deze nog steeds overwegend Franse stad. Behalve Blues en Jazz kom je hier nog een bijzondere muziekvorm tegen: zydeco en cajun. Opdwepend, dan weer melancholisch, en getypeerd door gebruik van instrumenten als de van oorsprong Franse accordeon, het wasbord met de lepels en de viool.

    Zydeco: "Zydeco a Pas Sale" - Jeffery Broussard & the Creole Cowboys Cajun: "Lacassine Special" - Lee Benoit


    In Louisiana spreekt men nog steeds Frans met een 17e eeuws accent. Op menukaarten in restaurants zijn de spicey cajungerechten volop aanwezig. Voor een tocht over de Mississippi kan je terecht op de steamboats, voor een rondvaart door de bayous en de swamps kan je terecht in de omgeving van de stad. Tussen de moerassen en kreken, de krabben en de kaaimannen wonen de "Arcadians" (Cajuns), veelal levend van de visserij. Het meest sfeervolle, en toeristische deel van New Orleans is ongetwijfeld "French Quarter" met als centrum Bourbon Street (<< foto boven). Kroegen, uitpuilende souvenirshops, restaurants en stripteasetenten, maar vooral muziek. In een overigens toch meer Spaans dan Franse ambiance, wat logisch is aangezien het in de tijd van de Spaanse overheersing is gebouwd. En natuurlijk Place Congo.



    Vicksburg

    Even noordelijker ligt Vicksburg. Een klein onbeduidend stadje aan de Mississippi, waar de rivier een bijna haakse bocht maakt. We verlaten de Delta, en komen in het gebied waar de monding begint te ontstaan van zo'n 400 kilometer, tot hij zich uitstort in de Golf van Mexico. De rivier was hier getuige van een van de bloedigste confrontaties tussen de Noordelijke en Zuidelijke legers ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog.

    Alleen al in de heuvels rondom Vicksburg sneuvelden tienduizenden soldaten. Diverse monumenten in Vickburg houden de herinnering levend. Een van de stadjes ook aan de rivier waar een kolossale gokboot van de keten "Harrah's Casino's" is gelegen aan de kade. Gokken is op land verboden, niet op het water (....).


    In het Biedenharn Candy Company-gebouw, nu het Coca Cola Museum, staat een apparaat waarmee de eerste Coco-Cola zou zijn vervaardigd. De uitvinder: John Pemberton.

    John Stith Pemberton (Knoxville (Georgia), 8 juli 1831 - 16 augustus 1888) was een Amerikaanse arts en apotheker maar is vooral bekend als de bedenker van de drank Coca-Cola.

    Zijn jeugd bracht hij door in Rome (Georgia). Hij studeerde af aan het Southern Botanico Medical College in Georgia in 1850. In mei 1862 ging Pemberton in dienst bij het leger van de Geconfedereerde Staten (Zuiden) van Amerika en was eerste luitenant tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Tijdens zijn laatste gevecht raakte hij gewond aan zijn borst door een sabel. Hij gebruikte verdovingsmiddelen tegen de pijn en als gevolg hiervan raakte hij verslaafd aan morfine.

    In 1869 verhuisde Pemberton naar Atlanta, waar hij een lucratieve handel begon in een door hem ontwikkeld drankje dat hij met veel succes verkocht onder de naam "Pemberton's French Wine Coca". Dit drankje was gebaseerd op een vergelijkbaar Europees drankje, genaamd "Vin Mariani" van de Corsicaan Angelo Mariani (1838 - 1914). Mariani ontwikkelde deze drank uit een combinatie van Bordeauxwijn en een extract van bladen van de cocaplant. In die tijd werd het coca-extract vooral gebruikt in geneesmiddelen, voor drankjes ter bevordering van de seksuele drift en behandeling van spijsverteringsproblemen, voor zenuwkalmerende middelen en als drankje tegen veroudering. Nadat in Atlanta in 1885 een verbod op alcoholische drank werd uitgevaardigd, verving Pemberton de wijn in zijn drankje door suikerstroop. Op 18 mei 1886 besloot Pemberton een definitieve keuze te maken voor de formule van zijn nieuwe drank en Frank Robinson, een van Pembertons partners en deels eigenaar van zijn bedrijf, bedacht de naam Coca-Cola, het handelsmerk en logo. Op 28 juni 1887 werd aan het Coca-Cola handelsmerk een patent toegekend. Jacobs Pharmacy in Atlanta, Georgia, was de eerste zaak waar Coca-Cola werd verkocht. De cocaïne werd pas in 1905 uit het drankje verwijderd, waardoor de definitieve formule ontstond zoals we deze tegenwoordig nog kennen.

    Pemberton raakte, ondanks het succes van de drank en mede doordat hij verslaafd was aan cocaïne, in financiële problemen en hierdoor raakte hij zijn aandeel in de onderneming uiteindelijk kwijt. Coca-Cola groeide inmiddels echter uit tot een van de meest bloeiende ondernemingen in de Verenigde Staten. John Pemberton overleed op 57-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij liet nog een aantal onvoltooide recepten na. Zijn zoon Charles overleed enkele jaren later aan een overdosis ruwe morfine.

    Greenville

    Halverwege Vicksburg en Clarksdale ligt Greenville, waar jaarlijks in september het Delta Blues & Heritage Festival wordt gehouden, ver buiten het centrum. Nog altijd een van de grootste Bluesfestivals in de Verenigde Staten. Met de originele Blues, gespeeld door locale en regionale artiesten, zoals Little Milton en Willie Foster. In Greenville zelf moet je voor de authentieke Bluesmuziek zijn in Nelson Street. Bijvoorbeeld in de "Flowin'Fountain", voor de vaste klanten nog steeds "Annie Mae's Cafe".(>>)


    Clarksdale

    Tussen de uitgestrekte moerassen van Louisiana en Memphis komen we in de streek van de katoenplantages en zien de riante landgoederen (<<) van de voormalige plantagehouders in schril contrast met de behuizing van de arbeiders. (>>)

    Parallel aan de rivier volg je de Highway 61. We zitten hier 600 km. boven de monding van de Mississippi en het is of de tijd heeft stilgestaan. Nauwelijks activiteit. Alleen het water van de rivier schijnt te bewegen. Maar met zo'n hitte kan het ook niet anders. We zijn nu echt in de streek van de katoen en de Blues. De sfeer die je je voorstelt, bij het denken aan het zuiden van de Verenigde Staten.

    We rijden Clarksdale binnen, kruising (Crossroads) van Highway 49 en 61, geboorteplaats van o.a. Sam Cooke, ZZ Top e.a. Rondom niets dan katoenvelden, zover als het oog reiken kan. Het is in deze streek waar Bluesgrootheden als Muddy Waters, Huddy Ledbetter (Leadbelly), B.B. King, Willie Foster e.d. opgroeiden. Hier geen wolkenkrabbers, maar de sfeer van vroeger. Met ook hier nog steeds de negers bij elkaar in de armste wijken. Met hier en daar gigantische muurschilderingen die de sfeer en ellende van vroeger uitademen. En ook hier kiezen de blanken hun eigen stadsdeel. Hoe het ook zij: 's avonds live Bluesmuziek in de plaatselijke jukejoints. Nog steeds.

    Arbeiders van nu verdienen nog steeds hun boterham in dienst van King Cotton. Plantagefamilies verdienen nog steeds fortuinen. Terwijl locale grootheden van toen nog regelmatig hun deuntjes spelen voor hun klanten. De plaatselijke kapper Wade Walton bijvoorbeeld, tot zijn dood op 10-01-2000 (zie pagina: Blues-Concertverleden, onderaan Bluestrips-2e Bluestrip: Verenigde Staten)Wade Walton.

    Clarksdale is het centrum van de Delta Blues. Het is niet voor niets dat hier het Delta Blues Museum (<<) is gevestigd. Hier hangen portretten, is literatuur en muziek verkrijgbaar van de grondleggers van de Blues, er hangen talloze gitaren van Bluesgrootheden zoals Muddy Waters, waarvan ook een wassen beeld is te bewonderen.



    Memphis

    Memphis was populair bij de rondtrekkende muzikanten, het was toegestaan om op straat muziek te spelen, en goed bereikbaar. Een groot kruispunt van spoorlijnen en Highway 51 en 61. Daar kon je als artiest optreden en geld verdienen in de jukejoints en de honky tonks: vaak niet meer dan een uit golfplaten en hout opgetrokken hut wat als dorpsdancing fungeerde. Er werden eenvoudige gitaren, dobro's of banjo's gebruikt, (>> Uncle John Scruggs - Little Log Cabin in the Lane) gemakkelijk te vervoeren instrumenten. De begeleiding was ondergeschikt aan de zang/tekst. Het verhalende element was het belangrijkste. Over lokale situaties, alledaagse, herkenbare beslommeringen en gebeurtenissen. Zo werd Memphis het centrum, het "Mekka van de Blues".

    Geleidelijk aan ontwikkelden zich expressievere gitaarstijlen, zoals de slide, met behulp van bottlenecks. Maar hun muziek werd door de Europese kolonisten niet zo gewaardeerd, eerder als onaangenaam aangeduid.

    De naam Memphis doet Egyptisch aan. Net als de grote glazen pyramide in de stad, de obelisk (<<) en ander Egyptische beelden. Namen in de buurt, zoals Cairo, doen vermoeden dat pioniers hier een tweede Egypte hebben willen stichten.

    Hoe dan ook: we bevinden ons in het Mekka van de Blues en "Birthplace of Rock 'n Roll". Waar namen als Chuck Berry, Bill Haley, Little Richard en Elvis onsterfelijk zijn geworden. Elvis Presley (<<), geboren in Tupelo (MS), zo'n 150 km. ten zuidoosten van Memphis, vertrok met zijn ouders naar Memphis in 1948 en is daar uitgegroeid tot een ware cultfiguur. Een bezoek aan Graceland (>>), zijn landgoed, is de moeite waard. Maar het Blueshart van Memphis is nog steeds Beale Street. Begin jaren '70 heeft hier helaas de slopershamer zijn werk grondig gedaan. De oude Beale-area is verdwenen. Alleen de gevels zijn bewaard gebleven, zodat het nog iets van de vroegere sfeer uitademt (>>). Hier was het waar de negers vochten om hun bestaan, probeerden hun brood te verdienen met de Blues, en in de 50-er en 60-er jaren o.l.v. Martin Luther King, de Amerikaanse burgerrechtenactivist, hun vredelievende marsen hielden voor gelijke burgerrechten. Het National Civil Rights Museum (Amerikaanse Nationale Burgerrechtenmuseum) is gevestigd in het voormalige Lorraine Motel in Memphis, waar op 4 april 1968 Martin Luther King werd vermoord.

    Een revolutionair bolwerk dus. Wellicht dat de overheid daarom elke herinnering hieraan, onder het mom van vernieuwing, wilde laten verdwijnen. Maar ook hier in het centrum een aaneenschakeling van cafe's (waaronder "B.B. Kings' Blues Club"), restaurants, en winkels, elke avond live muziek in de kroegen en vaak op straat en met in het midden van "Beale" een bronzen buste van de (God)Father of the Blues: W.C. Handy, in het naar hem genoemde "park" (vooral bestaande uit klinkers en beton).(<<)

    Op de hoek van Union Street en Marshall Road ligt de Sun Studio. (>>) Een oude sportwagengarage omgebouwd tot opnamestudio door Sam Phillips. (>>) Hij was tevens producer en maakte namen als Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Albert Perkins, Johnny Cash (het zgn. Million Dollar Quartet), Howlin' Wolf, B.B. King en vele anderen onsterfelijk en tot kassuccessen. Het was op deze historische plaats waar de eerste rock 'n roll op de plaat werd gezet.

    Tijdens de rondleiding tussen "originele" (want dat weet je maar nooit in de States) instrumenten en met de "allereerste" tapeopnamen van b.v. Elvis (Blue Moon) waan je jezelf "back in the fifties". Ook nu worden er nog steeds opnames gemaakt in de authentieke omgeving van toen en vinden artiesten hun inspiratie in Memphis en in de Sun Studio's.

    De eerste grote hit die Sun op zijn naam kon schrijven was van een locale DJ genaamd Rufus Thomas. (<<) De naam van het nummer was "Bear Cat", zijn reactie op Willie Mae "Big Mama" Thornton's "Hound Dog", wat Elvis Presley later ook nog eens op plaat zette. Beluister het nummer HIER.




    In 1918 verliep het patent op "het registreren van trilling met een zijwaartse naaldbeweging op een schijf". Het gevolg was dat vele bedrijven zich stortten op de productie van grammofoonplaten waardoor de populariteit van dit nieuwe medium enorm stijgt. De verspreiding van de Blues ging niet langer meer via de mondelinge overlevering. Het was in het Peabodyhotel in Memphis (>>) waar eind jaren '20 de eerste opnamen werden gemaakt van (country)Bluesartiesten zoals Tommy Johnson en Robert Wilkins. Deze eerste beweerde dat hij zo goed gitaar kon spelen omdat hij ergens op een kruispunt in de Mississippi-delta zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel. Zo ontstond de legende rondom de Crossroads. Later, en meer bekend ook, werd de legende in verband gebracht met Robert Johnson, de King of the Delta Blues (<<) (geen familie van Tommie). Hij was de grootste van de Delta-Bluesmannen en kon de Blues laten striemen als hagel. In '36 en '37 werden van hem 29 opnames gemaakt. Er heerste veel bijgeloof en geloof in zwarte magie onder de zwarte bevolking in die tijd: het jankende gitaargeluid werd uitgelegd als gehuil van de weerwolf, van de duivel, en bovendien was het maken van opnames jezelf onsterfelijk maken. Eén van zijn nummers, "Me and the devil Blues", gaat daar ook over. Daarom werd van ook van hem gezegd dat hij zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel, voor zogenaamde "fame en fortune". Op 16-8-1938 stierf hij op 26-jarige leeftijd, straatarm. Vergiftigd. Pas na zijn dood is men zijn werk gaan waarderen en wordt zijn muziek nog wereldwijd verkocht. Langs de weg en in de muziek wordt die legende van de Crossroads nu nog levend gehouden. Duidelijk zal zijn dat de Kerken de Blues ten stelligste afwezen.

    Andere grote namen als dè vertolkers van de akoestische DeltaBlues, naast Robert Johnson, zijn Son House, Willy Brown en Charlie Patton. Deze laatste is de belangrijkste, om niet te zeggen het prototype, van de eerste Bluesmuzikanten door zijn invloed op en inspiratie op anderen. Hij bracht 5000 tot 6000 bezoekers op de been tijdens een optreden. Ieder betaalde 25 dollarcent. Zo verdiende hij op één avond meer dan de anderen in een maand.

    Dergelijke concerten vonden plaats in grote schuren of overdekte hooiplaatsen. Er was in die tijd geen radio, geen stroom. Er waren in de Delta geen kroegen of clubs om Blues te spelen: minder bekende Blueszangers betaalden bewoners van een huis, die alle meubels er uit haalden. Olielampen werden voor spiegels geplaatst. De band stelde zich op, buiten op grote BBQ-putten werden varkens of koeien geroosterd. (<<) Het feest kon beginnen. Met drank, prostituees, gokken en Blues. Het ging er ruig aan toe op die grote partys, dikwijls ook met ruzies, vechtpartijen of erger. Sherrifs en burgemeesters joegen de muzikanten daarom vaak vooraf al hun dorp uit. Pas later ontstonden de zogenaamde barrelhouses, ook wel juke joints genoemd, gevestigd in oude gebouwen die hun beste tijd hadden gehad, opgetrokken uit houten balken en golfplaten. (>>)

    De Blues kreeg een meer up-tempo 'stedelijk' geluid', dat vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw voornamelijk gekenmerkt zou worden door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. The Blues got electrified. Vooral artiesten als Albert Nelson (Albert King), Bukka White en zijn neef B.B. King werden hier beroemd. De tweede om zijn slide-tecniek, de derde om het introduceren van de zgn. handvibrato. Het was in deze periode dat de Rhythm & Blues ontstond.

    Al die varianten zouden de oorspronkelijke Blues enigszins naar de achtergrond verdringen. In de jaren '60 neemt de belangstelling dan ook af af bij het jongere publiek, maar later, eind jaren '60 en '70 leefde het genre weer op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, The Rolling Stones en Led Zeppelin, Jeff Beck e.a. opnieuw Blues gingen spelen.


    top pagina

    Chicago

    In de eerste twee decennia van de 20-ste eeuw begonnen zoals gezegd veel steden aardig vol te lopen. Denk niet dat de situatie veel verbeterde voor veel ex-slaven. Na de Great Migration van 1910 naar Chicago, kwamen ze toch weer in aparte, afgebakende wijken terecht, meestal zonder riolering en andere openbare voorzieningen en de segregatie bleef in stand, ook in b.v. onderwijs ondanks de wetten die het verboden. Zwarten werden nog altijd als bedreigend gezien. De Blues rukt verder mee op, en later ook westwaarts. Belangrijke vertegenwoordigers van de ChicagoBlues zijn ongetwijfeld Buddy Guy en McKinley Morganfield uit Rollingfork (Miss.), beter bekend als Muddy Waters (>>). Om muziek te kunnen blijven spelen en goed geld te verdienen konden muzikanten contracten sluiten bij platenmaatschappijen, die grotendeels in Chicago gevestigd waren. Ook Muddy vertrok naar Chicago voor zijn eerste plaatopnames in 1941, om via Big Bill Broonzy (<<) in de grotere Bluesclubs te worden geïntroduceerd. De echte Chicagosound werd vormgegeven toen artiesten als Little Walter Jacobs en pianist Otis Spann deel gingen uitmaken van de band. Ook de techniek bleef niet achter: versterkte instrumenten en PA-systemen maakten het mogelijk sinds eind jaren '40 in grote en luidruchtige zalen te spelen en toch gehoord te worden. Iets verderop in Detroit had John Lee Hooker succes met zijn "footbeat" en boogie. Muddy Waters wordt dan weliswaar de pionier van de electrische Blues genoemd, maar die eer komt volgens Les Paul eigenlijk toe aan Howlin' Wolf.

    top pagina

    9. William Christopher Handy

    Samenvattend kan je de Blues dus definiëren als een meltingpot, een smeltkroes van muziekstijlen die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan. Een verzamelnaam, die haar oorsprong vindt in enerzijds de muziek (lees: de ritmes en klanken) die slaven uit Afrika in het Zuiden van de Verenigde Staten maakten, anderzijds in de muziekstijlen en instrumenten die met de immigranten uit Europa meekwamen naar met name New Orleans e.o. vanaf 1820 (Immigratiegolf VS; zie elders op deze website). Daar liggen de roots van de Blues, het ontstaan gebeurt in de delta van de machtige rivier de Mississippi in de Verenigde Staten. Op de oevers van de rivier op de uitgestrekte plantagevelden, tussen Memphis en Vicksburg en de omgeving van New Orleans.

    De muziek onderging alle invloeden en vanaf de laatste decennia van de 19de eeuw veranderde die snel. Zonder enige twijfel kwam dit voor een deel door de bevrijding van de slaven, maar ook doordat Amerika zelf veranderde. De ontwikkeling van de steden en de groei van het land, met name door de spoorlijnen, gaven vorm aan de muzikale landkaart van Amerika. Veel muzikanten die rondtrokken ontmoetten elkaar, gingen vaak als groepen verder rondtrekken of vestigden zich in kleine stadjes als Clarksdale, Greenville, en Vicksburg. Men nam ideeën van elkaar over, beïnvloedden elkaar, en zo ontstonden nieuwe stijlen, waar later namen aan werden toegekend als African Blues, Atlanta Blues, Chicago Blues, Delta Blues, Memphis Blues, enz. (Zie onderaan de pagina de geografie van de Blues). Velen verdienden met muziek meer dan met het plukken van katoen.

    De term "Blues" doet officieel pas rond 1912 zijn entree op bladmuziek van William Christopher Handy (1873-1958)(<<) uit Memphis, zo wordt verteld, en hij heet dan ook niet voor niets "The (God)Father of the Blues". Terecht? Charles Joseph "Buddy" Bolden (6 September 1877 - 4 November 1931), een African-American cornetspeler, was een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de New Orleanse stijl van rag-time music. "Buddy Boldens Blues" was zijn beroemdste nummer, HIER in een uitvoering van Jelly Roll Morton. Het jaartal van het nummer is niet terug te vinden, waarschijnlijk 1895, maar in ieder geval stamt het uit de periode voor 1907. Het is dus aannemelijk dat "Blues" eerder bestond en vooral in veel zuidelijke steden te horen was.

    Op Handy's officiële "claim" op de term Blues, was de reactie van deze Morton: "In 1908 Handy didn't know anything about the Blues and he doesn't know anything about jazz and stomps to this day. I myself figured out the peculiar form of mathematics and harmonies that was strange to all the world but me". Het zal 'm geen vriendschap hebben opgeleverd.

    Foto links: The Bolden Band rond 1905. Boven: Jimmy Johnson (bas), Bolden (cornet), Willy Cornish (trombone), Willy Warner (klarinet. Beneden: Brock Mumford (gitaar), Frank Lewis (klarinet).

    Overigens: "Buddy Boldens Blues" heette eerst "Funky Butt", en dat is een van de eerste keren dat het woord FUNK in een nummer voorkomt. Funk betekent van origine lichaamsgeur of de geur van geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk woord ervaren. In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam, riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan dus gezien worden als een subgenre binnen Rhythm-and-Blues en de term wordt sinds medio jaren zestig als genreaanduiding gebruikt. "The Funky Butt" was geen dans, maar een beweging: een vrouw die haar rok optrok en suggestieve bewegingen maakte met haar heupen. Ene Coot Grant beschreef het duidelijk: "While she raised her skirt she would grind her rear end like an Alligator crawling up a bank". Ik kan me daar een beeld bij vormen.

    Maar goed, de credits dus voor W.C. Handy. In 1903 werkte Handy in Tutwiler bij Clarksdale als dirigent van de Knights of Pythias Band toen hij voor het eerst 'de Blues' hoorde. Hij was het die in 1909 zijn eerste Bluessong schreef: "Mr.Crump", dat rond 1912 de nieuwe titel "Memphis Blues" (1*) kreeg. Het nummer, geen Blues maar een instrumentale mengelmoes, zou gebaseerd zijn op een campagnelied in de verkiezingen van Edward Crump, burgemeesterskandidaat in Memphis. Andere Memphis-muzikanten zeggen dat het geschreven zou zijn door Handy's klarinetspeler Paul Wyer. Volgens hen matcht de tekst van "Mr. Crump", gepikt van de oude folksong "Mama don' 'low", (2*) niet met de melody van "Memphis Blues". Velen denken dat "Mr. Crump" waarschijnlijk hetzelfde nummer is als "Mr. Crump Don't Like It", (3*) later (1927) op plaat gezet door Frank Stokes van de "Beale Street Sheiks". Hoe dan ook: het bleek uiteindelijk de basis voor de specifieke Bluesstijl die in Memphis is ontstaan. Ook van Handy's hand is "Beale Street Blues" (4*). Dit nummer heeft ervoor gezorgd dat Beale Avenue in 1916 werd omgedoopt in Beale Street. Het maakte de plek in één klap onsterfelijk.

    In 1920 zette Mamie Smith "Crazy Blues" (5*) op plaat. Van de single werden een miljoen exemplaren verkocht, waarmee het nummer de eerste hit werd van de Bluesmuziek.

    Luister hier naar: Artiest Jaar
    "(1*)MEMPHIS BLUES" W.C. Handy 1912
    "(2*)MAMA DON' 'LOW" Bukka White (1928), gebaseerd op "Mr. Crump Don't Allow No Easy Riders" uit 1907 1928
    "(3*)MR. CRUMP DON'T LIKE IT" Beale Street Sheiks 1927
    "(4*)BEALE STREET BLUES" W.C. Handy, in een uitvoering van Marion Harris 1921
    "(5*)CRAZY BLUES" Mamie Smith 1920

    Blues was niet langer van het platteland: "the Blues got urbanized in Memphis". Maar daarmee deed ook de commercie zijn intrede. Dat de omstandigheden voor de zwarten verbeterden, is vanaf dan ook merkbaar in de ontwikkeling van de Blues. Sneller, vrolijker: Blues wordt een product van entertainment. Ook blanke Amerikanen gingen zich bezighouden met de Blues.

    Al was de slavernij dan officieel afgeschaft, in de praktijk zou de behandeling van de zwarten nog lang hetzelfde, dus slecht, blijven, vooral in het conservatieve zuiden van de VS.

    top pagina

    10. Geografie van de Blues

    Hierboven had ik het over de muzikale landkaart van Amerika. De Blues breidde zich verder en verder uit, en nieuwe Bluesstijlen ontstonden, zoals:

  • Memphis
    De Memphis-Blues kent 2 totaal verschillende stijlen van muziek: die van de jaren twintig en die van de jaren vijftig. De eerste ontwikkelde zich in de tijd van de tent- en medicineshows (medicineshows waren groepen rondreizende muzikanten die zich ook bezighielden met kuurtjes en elixirs tegen allerlei aandoeningen). Begin jaren vijftig ging de Memphis-Blues op de elektrische toer. De Memphis-Blues wordt gekenmerkt door flink versterkt, soms extreem vervormd gitaarwerk, en door agressieve en donderende drumpartijen. De zang die nogal gepassioneerd is, maakt de muziek nog indrukwekkender.
  • West Coast
    De West Coast-Blues ontleent een groot deel van haar swingtempo en ritmische cadans aan de naoorlogse Texas-Blues, wat gemakkelijk te verklaren is. Veel enthousiaste beoefenaars van de west Coast-Blues waren namelijk oorspronkelijk afkomstig uit Texas. De West Coast-Blues wordt gekenmerkt door vloeiende gitaarsolo's en jazzy improvisaties. Zowel Los Angeles als het gebied rond de Baai van San Francisco hebben een actieve Blues- en R&B-scene gehad sinds het eind van de jaren veertig. Bekende Bluesartiesten uit het westkustgebied zijn onder anderen Wynonie Harris, Etta James en Pee Wee Crayton.
  • Louisiana
    Louisiana is een staat die rijk is aan inheemse muzikale stijlen, waaronder jazz, cajun, zydeco. Daarnaast heeft de Louisiana-Blues wat haar sound betreft veel te danken aan de naoorlogse elektrische Chicago-Blues. Kenmerkend is de losse Blues, veel minder emotioneel beladen dan andere varianten, luie ritmes, overladen echo's. Als je je afvraagt waar en wanneer de swampBlues van Louisiana is ontstaan, dan moet je zijn in Baton Rouge in de jaren vijftig. Een subgenre van bluesmuziek en een variatie van Louisiana-blues die in de jaren zestig een piek bereikte. Het heeft over het algemeen een langzaam tempo en bevat invloeden uit andere genres van muziek, met name de regionale stijlen van Zydeco en Cajun-muziek. De meest succesvolle voorstanders waren onder meer Slim Harpo en Lightnin' Slim.
  • New Orleans
    De Blues van New Orleans heeft veel weg van feestmuziek. Deze Blues wordt gekenmerkt door dartelende pianoritmes, energieke blazerssecties, tal van Jump Blues-artiesten en onderscheid zich door krachtige Caribische ritmes en de grote verscheidenheid aan stijlen. New Orleans, de Crescent City, heeft een lange en rijke muziektraditie. Het muzikale spectrum van de stad varieert van Blues (Guitar Slim) tot jazz (Louis Armstrong, King Oliver) en R&B en soul (Professor Longhair, Irma Thomas).
  • Chicago
    Deze stad wordt algemeen beschouwd als het centrum van de moderne Blues. Waarschijnlijk de populairste en meest beluisterde vorm van Blues. Het populaire beeld van een piepklein podiumpje in een rokerig zaaltje met daarop een groep muzikanten die staan te jammen op elektrische gitaren, een versterkte mondharmonica, piano, bas en drums is rechtstreeks terug te voeren tot de vroege Chicago-stijl. In de befaamde Chess-studio in deze stad namen Howlin' Wolf, Little Walter, Muddy Waters en nog vele anderen hun beste muziek op en schreven daarmee in de jaren vijftig en zestig Bluesgeschiedenis.
  • Texas
    De Texas-Blues bestaat al bijna een eeuw en kende in die tijd twee keer een bloeiperiode. De eerste in de jaren twintig en de tweede na de Tweede Wereldoorlog. Tot de kenmerken van de Texas-Blues behoren verder de relaxte, ontspannen speelstijl en een sterk swingritme, dat doet denken aan het ritme van groepen die jazz uit de jaren dertig en veertig spelen. Dallas, Houston en Austin speelden alle drie een grote rol in de ontwikkeling en geschiedenis van de Texas-Blues. Beroemde Bluesartiesten die in Texas werden geboren en werkten zijn o.a. Stevie Ray Vaughan, Johnny Winter en T-Bone Walker.
  • Kansas City (Missouri)
    In de jaren dertig en veertig was Kansas City een centrum voor zowel de Blues als de Jazz. De stad maakte in de jaren zestig naam in de muziek door de Rock 'n Roll-klassieker 'Kansas City' van Wilbert Harrison.
  • Mississippi-Delta
    Het landbouwgebied van de staat dat algemeen wordt beschouwd als de geboorteplaats van de Blues. De Delta-Blues wordt ook wel de Mississippi-Blues genoemd, maar beide benamingen verwijzen naar de Bluesstijl uit het Delta-gebied van Mississippi. De meeste Delta-Blues wordt akoestisch gespeeld, zoals op de originele platen uit de jaren twintig en dertig, met gitaren met een holle klankkast die werden gemaakt voordat de elektrische gitaar aan het eind van de jaren veertig zijn intrede deed in de Blues. De Delta-Blues wordt gekenmerkt door fantastisch gitaarspel, snijdend slidewerk en diepe boogieritmes, alles gebracht met een emotionele diepte die van de plaat druipt. Tot de artiesten die in dit gebied werden geboren en werkten, behoren onder anderen Son House, Robert Johnson, Charlie Patton en Muddy Waters. Veel artiesten gebruikten de Mississippi in hun naam, zoals Mississippi John Hurt en Mississippi Fred McDowell. Deze laatste was een van de inspiratiebronnen voor de Rolling Stones (zoals te zien in het filmpje rechts). De Rolling Stones (van oorsprong een bluesband) dankt zijn naam aan de titel van een Muddy Waters-nummer.
  • Piedmont
    Piedmont is een gebied dat zich uitstrekt over delen van North en South Carolina en Georgia. Het gebied is beroemd vanwege de grote akoestische Bluesartiesten die er in de jaren twintig en dertig vandaan kwamen, onder wie Blind Blake, Brownie McGhee, Blind Willie McTell en Ma Rainey.
  • St. Louis
    Een stad die in de Bluesgeschiedenis is vereeuwigd door de song 'St. Louis Blues' van W.C. Handy. Rocker Chuck Berry, R&B artiest Ike Turner en de Bluesartiesten Albert King en Little Milton werkten hier in de jaren vijftig.

  • 11. Muziekstromingen gerelateerd aan / onstaan uit de Blues

    Behalve de grote diversiteit in stijlen ligt de Blues ook aan de basis van diverse andere muziekstromingen, zoals

  • 1. GOSPEL
  • Een muziekgenre in de christelijke muziek. Het woord komt van "good spell" wat betekent goede/blijde boodschap/nieuws. De gospelmuziek werd geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika. Het is zwarte religieuze muziek die sterk beïnvloed werd door zowel de ritmische muziek die de slaven meebrachten uit Afrika alsook door de 'bevindelijke' manier van geloven van de blanken. Het leven na de dood, vaak aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan, is een zeer vaak terugkerend thema. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'zwarte' en 'blanke' gospelmuziek.

    -/-"Black gospel" kan zowel traditioneel zijn, met grote koren met solisten uit zwarte kerken, of hedendaags, verwant aan de muziek die te horen is op 'zwarte' radiostations. Het maakt deel uit van de toenmalige slavencultuur van dit land, terwijl andere invloeden komen uit de blanke cultuur van met name Britse straatliederen en gezangen, en uit ervaringen in de strijd om gelijke burgerrechten.

    -/- "White gospel" kan worden onderverdeeld in drie grote categorieën:

    - "Southern gospel", gelijkend op countrymuziek en typisch gebracht door een mannelijk kwartet

    - inspirerende of kerkmuziek, afgestemd op de kerkbezoekers en in het algemeen gezongen door koren tijdens een dienst

    - en ten slotte hedendaagse christelijke muziek, liedjes van de populaire cultuur met christelijke teksten voor consumenten op de markt gebracht via netwerken van christelijke platenmaatschappijen en onder meer aangeboden via christelijke boekwinkels.

    Belangrijke vertolkers van de oervorm van de (zwarte) gospel waren/zijn Mahalia Jackson, die algemeen als 'de koningin van de gospelmuziek' wordt beschouwd, de Staples Singers en The Five Blind Boys of Alabama. Ook Elvis Presley zong veel gospels. Voornamelijk met vrienden, maar ook tijdens optredens. Ook Sam Cooke, Jackie Wilson en John Legend zijn beïnvloed door gospelmuziek.

  • 2. JAZZ
  • Met jazz wordt een op improvisatie gebaseerde muziekstijl bedoeld die beïnvloed is door West-Afrikaanse ritmes en ontstaan is in New Orleans uit een kruisbestuiving van ragtime en Blues, folk, negrospirituals en Franse marsmuziek. Oorspronkelijk betekende het woord jazz een "zeer energieke dans". Jazz werd in de beginjaren door het grote publiek niet erg geaccepteerd, vooral omdat deze soort muziek geassocieerd werd met losse zeden en een lage sociale status. Toen blanke en gemengde jazzorkesten zoals dat van Benny Goodman vanaf de jaren dertig deze muziek begonnen te spelen, werd het ook voor blanken een aanvaarde vorm van entertainment. De swingperiode die toen begon betekende een hoogtepunt in de populariteit van jazz, iets dat voornamelijk te danken was aan het feit dat jazz toen nog steeds uitsluitend dansmuziek was. Toen jazz vanaf de jaren vijftig evolueerde naar meer experimentele muzikale vormen, en vanwege de opkomst van opwindende dansmuziek zoals rock-'n-roll, ging de verkoop van jazzplaten sterk achteruit. De jazzmuziek is echter gebleven, en blijft zich vernieuwen.

    Een "geboortedatum" van de stijl is - net als bij Blues - niet aan te duiden. Grof gezegd kan gesteld worden, dat tussen 1870 (kort na de afschaffing van de slavernij) en 1920 de muziek zich in verschillende gedaanten manifesteerde. De pianisten die deze stijl beheersten waren zeer geliefd, omdat ze naast het spelen van boogiewoogie ook verhalen vertelden, nieuwtjes doorgaven en diverse volksliedjes konden zingen. Hierdoor waren ze gevrijwaard van het vele geweld dat plaatsvond en konden ze tamelijk ongestoord rondreizen. Dat optreden deden ze in goedkope kroegen, barrelhouses of jukejoints genaamd, waar gedanst en gefeest kon worden. Tijdens die grote feesten zou de boogiewoogie-stijl zijn ontstaan. Anderen schrijven ook de trein, met name de cadans van de wielen, een rol toe in het ontstaan van deze muziek. Veel mensen hadden een zwervend bestaan als landarbeider en liftten vaak mee op de goederentreinen. Een feit is dat in veel Bluessongs de trein een belangrijk onderwerp is.

  • 3. BOOGIE(WOOGIE)
  • Een pianospeelstijl ontstaan aan het eind van de 19e eeuw in de Verenigde Staten. Het is een opwindende, ritmische pianoBlues, waarbij de linkerhand een zeer strak ritme speelt en de rechterhand allerlei Bluesloopjes in verschillende maatvoering mag spelen. Die gesyncopeerde stijl kwam in die tijd ook via de ragtime in de belangstelling.

  • 4. ROCK' N ROLL
  • (Of voluit rock and roll) is een muziek- en dansstijl die in de jaren 1950-60 in de Verenigde Staten opkwam. Als muziekstijl is het een stijl in de popmuziek waarin vooral gebruik wordt gemaakt van zang (vaak meerstemmig), elektrische gitaren, saxofoon (in de beginjaren) en drumstel. Een kenmerkend facet is de sterke afterbeat (op de tweede en vierde tel in een 4/4-maat). Het combineert invloeden uit boogiewoogie, jazz, r&b, folk, gospel, country en Blues.

    Men gaat ervan uit dat de Amerikaanse diskjockey Alan Freed degene was die de term rock-'n'-roll voor het eerst gebruikte in zijn radioprogramma om de nieuwe muzieksoort aan te duiden. Hij ontleende de naam aan het nummer "My Baby Rocks Me with one Steady Roll". De naam werd in elk geval in 1947 al gebruikt en moet al in de jaren 1920 zijn opgedoken in het 'slang' van de zwarte Amerikanen: de term stond toen voor de geslachtsdaad. De eerste keer dat de term rock-n-roll gebruikt werd in een lied was in het nummer The Camp Meeting Jubilee uit 1916. In dat lied hoor je de tekst: "We've been rockin' an' rolling in your arms / Rockin' and rolling in your arms / In the arms of Moses."

    De eerste rock-'n-rollnummers werden opgenomen door Afro-Amerikaanse artiesten zoals Chuck Berry. Over het algemeen wordt Rocket 88 (een type auto van het merk Oldsmobile) van Jackie Brenston and his Delta Cats, opgenomen op 3 maart 1951, beschouwd als de eerste echte rock-'n-rollplaat. Het nummer staat op naam van Jackie Brenston, maar Ike Turner is de werkelijke componist en met zijn band The Kings of Rhythm tevens de werkelijke uitvoerende. De bekendste artiest uit de beginjaren was echter de blanke Bill Haley, die western swing met countrymuziek dacht te verbinden en zo bij een muzieksoort uitkwam die vooral de jongeren scheen te begeesteren. Door de film Round Up of Rhythm uit 1954 (de eerste rock-'n-rollfilm) en de bekendere film Rock Around the Clock uit 1956 werd deze muziek wereldberoemd.

    Chuck Berry en Little Richard waren onder de eerste artiesten die hun rock-'n-rollnummers zelf schreven. De bekendste en meest populaire artiesten waren Bill Haley en Elvis Presley. Chuck Berry schreef teksten die zowel zwarte als blanke jongeren aanspraken. Zijn gitaarspel zou toonaangevend worden voor andere gitaristen in de popmuziek. Andere belangrijke namen zijn Bo Diddley, Fats Domino en Jerry Lee Lewis.

    Dat de Blues de oorsprong is van de Rock 'n Roll, daarvan proberen James Cotton, Johnny Winter en Muddy Waters je te overtuigen in "The Blues Had A Baby And They Called It Rock 'N' Roll", gereleased op 26 Feb. 1977. En Memphis blijft voor eeuwig de "Birthplace of...".

    Sister Rosetta Tharpe

    De eerste rock 'n roll zou vooral in de jaren '50 en '60 populair worden, maar Sister Rosetta Tharpe, (Cotton Plant, 20 maart 1915 - Philadelphia, 9 oktober 1973) een Amerikaanse zangeres, componist en gitarist, werd in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw bekend met haar unieke interpretatie van gospelmuziek; zij gaf deze een unieke touch door de tekst van spirituals te combineren met een ritmische (rock)begeleiding. Rosetta durfde het aan de lijn tussen "het heilige" en "het profane" te doorbreken. Ze bracht haar interpretaties van spirituals net zo goed ten gehore in nachtclubs als in de kerk. Tharpe is dan ook van invloed op de opkomst van de pop-gospelmuziek. Ook al choqueerde Sister Rosetta met haar uitstapjes naar de popmuziek enkele van de wat meer conservatieve kerkgangers, de gospelmuziek heeft ze nooit verlaten.

    Met haar muziek had ze invloed op rock-'n-roll-artiesten als Little Richard, Johnny Cash, Elvis Presley en Jerry Lee Lewis. Terecht is daarom de titel van een BBC-documentaire over haar carrière: "The Godmother of Rock n' Roll: Sister Rosetta Tharpe".

  • 5. RHYTM & BLUES
  • Een muziekgenre met invloeden uit jazz, gospel en Blues dat ontstond in de Afro-Amerikaanse cultuur in de jaren veertig van de 20e eeuw. Op zijn beurt leidde Rhythm-and-Blues mede tot het ontstaan van onder meer rock-'n-roll en soul, funk en country, en beïnvloedde ook Europese rockgroepen. In bredere zin wordt de term Rhythm-and-Blues ook wel gebruikt als benaming voor Afro-Amerikaanse popmuziek in het algemeen.

  • 6. SWING
  • Ook wel bekend als swing jazz of gewoon swing, is een vorm van jazz die in de Verenigde Staten ontstond in het begin van de jaren 1930 en zich tegen 1935 ontwikkelde tot een kenmerkende stijl. Onder impuls van bigbands zoals die van Fletcher Henderson, Count Basie en Duke Ellington werd deze muziek met haar opwindende ritmes vooral populair als dansmuziek. De bloeiperiode van de swing liep van ongeveer 1930 tot midden jaren veertig.





  • 7. COUNTRY
  • De verzamelnaam voor verschillende muziekstijlen van Amerikaanse muziek, die ontstaan is op het platteland in het zuidelijke deel van de Verenigde Staten en zijn wortels in de Amerikaanse volksmuziek heeft. Doorgaans betreft het een zangstem die wordt begeleid door een aantal eenvoudige instrumenten: steelgitaar, viool en akoestische gitaar zijn de traditionele, maar tegenwoordig worden ook elektrische gitaar en drums gebruikt. Sinds 1944 publiceert het tijdschrift Billboard wekelijks een aparte hitlijst voor countrymuziek, vanaf 2005 onder de naam Hot Country Songs. De oorsprong ligt in de smeltkroes van alle nationaliteiten, die in de 18e eeuw naar de Nieuwe Wereld trokken om daar een nieuw leven te beginnen. Veel emigranten brachten natuurlijk hun muziekinstrumenten mee en na een week hard werken kwam men op zaterdag bij elkaar om te ontspannen en muziek te maken. Hier ligt de oorsprong van de hedendaagse country-and-western.

  • 8. FOLK
  • Een benaming voor een muziekstijl gebaseerd op de oorspronkelijk van generatie op generatie overgedragen volkseigen of regionale muziek, bestaande uit verhalende liederen voor elke gemoedstoestand en gelegenheid: liefde, blijdschap, verdriet, bruiloft, werk, overspel, ziekte, dood, enzovoorts. Het kent daardoor zeer veel uiteenlopende gezichten, al worden in het Westen meestal de Noord-Amerikaanse en Engelse variant bedoeld. Belangrijk kenmerk van de muziek is het gebruik van traditionele muziekinstrumenten zoals viool, tin-whistle (fluit), banjo, accordeon (of trekharmonica) en dergelijke. Als muziekgenre is het in de jaren vijftig opgekomen, en floreerde het in de jaren zestig en zeventig tot heden. Artiesten binnen het genre zijn Bob Dylan, Woody Guthrie, Joan Baez en Iain Matthews.

  • 9. SOUL
  • Uit de gospelmuziek kwam in de jaren vijftig en zestig de soul voort, met invloeden uit de rhythm & Blues. Het religieuze karakter is hierbij weggevallen. De term gospelmuziek wordt soms ook gebruikt als algemene aanduiding voor christelijke muziek. Feitelijk is dit onjuist, aangezien gospel verwijst naar een bepaald muziekgenre en christelijke muziek in alle muziekgenres wordt gemaakt.




  • 10. FUNK
  • Het woord "funk" betekent van origine lichaamsgeur of de geur van geslachtsgemeenschap en werd in het algemeen als een onfatsoenlijk woord ervaren. In de Afro-Amerikaanse muziek gebruikte men de aanduiding "funky" om dat deel van de muziek aan te geven dat los, sexy, langzaam, riff-georiënteerd en/of dansbaar was. Funk kan dus gezien worden als een subgenre binnen rhythm-and-Blues en de term wordt sinds medio jaren zestig als genreaanduiding gebruikt. In de jaren zestig ontstond funk als muziekgenre, voornamelijk ontwikkeld door James Brown en de groep muzikanten rondom hem en later ook door de The Meters, beide uit de Verenigde Staten. Artiesten van het eerste uur waren onder meer Bootsy Collins, George Clinton, Maceo Parker, Sly & the Family Stone, de Commodores en The Isley Brothers.

  • 11. ROCK
  • Rock is een muziekgenre, dat traditioneel gekenmerkt wordt door een bezetting van gitaar, basgitaar en drums, aangevuld met zang en/of andere instrumenten. Rock werd populair in de Verenigde Staten tijdens de jaren 50, waar het evolueerde uit bestaande genres zoals rhythm-and-blues en country. Waar het in de jaren '50 alleen uit rock-'n-roll en rockabilly bestond, groeide rock uit tot een muziekstroming met vele verschillende subgenres.

  • 12. CAJUN
  • Cajunmuziek is een muziekstijl verwant aan de blues die teruggaat tot de achttiende eeuw. De muziek is ontstaan in het Frans sprekende deel van Louisiana (rondom Lafayette) in de Verenigde Staten uit een mengeling van de volksmuziek van de Cajun en de muziek van de zwarte bevolking. De cajunmuziek wordt gezongen in het Cajun-Frans; de oorspronkelijke bezetting van de instrumenten was voornamelijk de viool, de accordeon of diatonische accordeon en de triangel ('tit fer ofwel: klein ijzertje), instrumenten die tamelijk zeldzaam zijn in de traditionele blues. Bij de huidige bezetting (meestal drie muzikanten) is in de meeste gevallen een gitarist aanwezig. De cajunmuziek die door de Creolen gemaakt wordt noemt men ook wel zydeco. De bevolking maakt dankbaar gebruik van de muziek door er op te dansen.

  • 13. ZYDECO
  • Een muziekvorm die ontstond in het begin van de twintigste eeuw onder de creoolse bevolking van Zuidwest-Louisiana onder invloed van Franssprekende Cajuns. De muziek is hevig gesyncopeerd, meestal uptempo, en ze wordt gedomineerd door de diatonische accordeon (en/of de melodeon) en een soort wasbord dat rub-board of frottoir genoemd wordt. Verder gebruikt men ook drums, gitaar, koperblazers en basgitaar. Het genre ontstond als een samensmelting van traditionele cajunmuziek met Afrikaans-Amerikaanse tradities die ook de basis waren voor de r&b en de blues. Amede Ardoin maakte de eerste opnamen van wat later zydeco zou worden genoemd in 1928. De muziek raakte in het midden van de jaren vijftig breder bekend dankzij Clifton Chenier (bijnaam "The King of Zydeco") en Boozoo Chavis. De verrassingshit 'My Toot Toot' van Rockin' Sidney bracht een revival van de zydeco in het midden van de jaren tachtig, gesteund door het internationale succes van Buckwheat Zydeco. Jonge zydecomuzikanten zoals Chubby Carrier, CJ Chenier (zoon van Clifton Chenier, die in 1987 overleed) en Rosie LeDet kwamen op in de jaren negentig.



    12. Epiloog

    Ging en gaat de Blues vaak over verdriet, een verloren liefde, zelfs een lekkend dak en alle andere vormen van narigheid en zorgen, ze kan ook sociale thema's behandelen of over seks gaan. Bluesnummers zijn ook vaak doorspekt met humor of beeldspraken. De realiteit waarin de meeste zwarte mensen verkeerden na de Burgeroorlog en aan het begin van de 20ste eeuw maakt het niet verrassend dat er ook een ruime dosis treurigheid in voorkomt. Maar of je Blues tòen beleefde, of tegenwoordig bij een concert: als het goed is moet je de doorleefdheid van de zangers en muzikanten van toen kunnen voelen, de diepte van hun emoties en de kracht van hun gevoel in hun zang en hun gitaarspel. Dat is precies waar het bij de Blues om gaat.

    Portret boven: Theo Reijnders, Deurne

    top pagina