VAN CHICAGO TOT NEW ORLEANS

Wanneer je de Mississippi stroomafwaarts volgt, passeer je enkele plaatsen die, zeker in het kader van de Blues, de moeite waard zijn om te bezoeken. Hieronder een beschrijving, de highlights of in het oog springende (historische) feiten van de diverse steden.

CHICAGO

Om te beginnen Chicago, Illinois, zo'n 855 km ten noorden van Memphis. De "Windy City" genoemd, door de altijd aanwezige wind vanwege de ligging aan het grote meer Lake Michigan. De Mississippi stroomt op zo'n 125 kilometer afstand links van Chicago zuidwaarts.

foto: Chicago in de staat Illinois

In de eerste twee decennia van de 20ste eeuw begonnen zoals gezegd veel steden aardig vol te lopen. Maar liefst 6.000.000 'African-Americans' verlieten hun huizen in het zuiden en trokken naar de staten in het noorden en Westen van de VS (de zgn. "Great Migration" of Great Northern Drive, die duurde tot 1950). Denk niet dat de situatie veel verbeterde voor veel ex-slaven.


foto: Dat Chicago een Bluesstad is getuigen de grote afbeeldingen die je her en der in de stad tegenkomt. "Blue Chicago" is trouwens een Bluescafe met twee vestigingen in de stad.

Vanaf 1910 reisden velen naar Chicago, vooral om de slechte economische en materiële omstandigheden achter zich te laten, maar kwamen toch weer in apart afgebakende wijken terecht. Meestal zonder riolering en andere openbare voorzieningen. De segregatie (scheiding, in deze context tussen blank en zwart) bleef in stand ook in bv. het onderwijs ondanks de wetten die het verboden. Zwarten werden nog altijd als bedreigend gezien. De Blues rukte verder mee op, later ook westwaarts.

foto: Belangrijke vertegenwoordigers van de Chicago Blues zijn ongetwijfeld Buddy Guy en McKinley Morganfield uit Rollingfork (Miss.), beter bekend als Muddy Waters (resp. links en rechts op de foto).

Om muziek te kunnen blijven spelen en goed geld te verdienen konden muzikanten contracten sluiten bij platenmaatschappijen die grotendeels in Chicago gevestigd waren. Ook Muddy vertrok naar Chicago voor zijn eerste plaatopnames in 1941 om via Big Bill Broonzy (foto beneden) in de grotere Bluesclubs te worden geïntroduceerd.

foto: Big Bill Broonzy (26 juni 1903 - 14 augustus 1958)

De echte Chicagosound werd vormgegeven toen artiesten als Little Walter Jacobs (op harmonica) en pianist Otis Spann deel gingen uitmaken van de band van Muddy Waters. Jimmy Rogers was gitarist in de band.

foto: Otis Spann (21 maart 1930 - 24 april 1970)

Ook de techniek bleef niet achter: versterkte instrumenten en PA-systemen maakten het mogelijk sinds eind jaren 40 in grote en luidruchtige zalen te spelen en toch gehoord te worden.

foto: "The Loop", het centrum/zakendistrict van Chicago, en de Chicago River die er dwars doorheen stroomt foto: "House Of Blues", een keten van concertzalen met cafe-restaurants verspreid over de VS met live optredens van Bluesartiesten en -bands

Iets verderop in Detroit had John Lee Hooker succes met zijn "footbeat" en Boogie. Muddy Waters wordt dan wel de pionier van de Elektrische Blues genoemd, maar die eer komt volgens Lester William Polsfuss (alias gitaarbouwer Les Paul) eigenlijk toe aan

foto: Chester Arthur Burnett alias Howlin' Wolf (10 juni 1910 - 10 januari 1976)

MEMPHIS

Memphis in de staat Tennessee is een stad die bol staat van de historie op Bluesgebied. Memphis was populair bij de rondtrekkende muzikanten. Logisch: hier was het toegestaan om op straat muziek te spelen en het was goed bereikbaar: een groot kruispunt van spoorlijnen en Highway 51 en 61. Daar kon je als artiest optreden en geld verdienen in de jukejoints en de honky tonks: niet meer dan een uit golfplaten en hout opgetrokken hut wat als dorpsdancing dienst deed. Er werden eenvoudige gitaren, dobro's of banjo's gebruikt. Gemakkelijk te vervoeren instrumenten. De begeleiding was ondergeschikt aan de zang en de tekst. Het verhalende element was het belangrijkste. Over lokale situaties, alledaagse, herkenbare beslommeringen en gebeurtenissen. Zo werd Memphis het centrum, het "Mekka van de Blues".

Geleidelijk aan ontwikkelden zich expressievere gitaarstijlen zoals de slide met behulp van bottlenecks. Maar die muziek werd door de Europese kolonisten niet zo gewaardeerd, eerder als onaangenaam aangeduid.

foto's: De naam Memphis doet Egyptisch aan. Net als de grote glazen piramide in de stad, de obelisk nabij de dierentuin en andere Egyptische beelden, zoals dat van farao Ramses II.

Plaatsnamen in de buurt zoals Cairo doen vermoeden dat pioniers hier een tweede Egypte hebben willen stichten. Hoe dan ook: we bevinden ons in zoals genoemd het "Mekka van de Blues" en niet te vergeten de "Birthplace of Rock 'n Roll". Waar namen als Chuck Berry, Bill Haley, Little Richard en Elvis Presley onsterfelijk zijn geworden.

foto: Elvis Aaron Presley, The King of Rock and Roll (8 januari 1935 - 16 augustus 1977)

Elvis werd geboren in Tupelo (MS) zo'n 150 km ten zuidoosten van Memphis. Hij vertrok met zijn ouders naar Memphis in 1948 en is daar uitgegroeid tot een ware cultfiguur. Een bezoek aan zijn landgoed Graceland is de moeite waard voor een bezichtiging van zijn huis, de squashroom die is volgehangen met gouden platen, vitrines met de kostuums en gitaren, de graven van Elvis, zijn ouders en oma en (doodgeboren) tweelingbroer buiten in de tuin. Natuurlijk is er ook een souvenirsshop (ook online) en aan de overkant op Elvis Presley Boulevard kun je de twee vlieguigen waarmee Elvis zich verplaatste, van binnen en buiten bewonderen: de Hound Dog II voor binnenlandse, de Lisa Marie (genoemd naar zijn dochter) voor intercontinentale vluchten. Anno 1922 staan beide vliegtuigen te koop.

foto: Graceland, het landgoed van "The King"

Voor een uitgebreide foto-impressie van Graceland:


foto: Het graf van Elvis, zijn ouders en oma

Maar het Blueshart van Memphis is nog steeds Beale Street. Begin jaren 70 heeft hier helaas de slopershamer zijn werk grondig gedaan. De oude Beale-area is verdwenen. Alleen de hier en daar gestutte gevels zijn bewaard gebleven zodat het nog iets van de

Beale Street, het Blueshart van Memphis

vroegere sfeer uitademt. Hier was het waar de zwarten vochten om hun bestaan, probeerden hun brood te verdienen met de Blues en in de 50'er en 60'er jaren onder leiding van Martin Luther King, de Amerikaanse burgerrechtenactivist, hun vredelievende marsen hielden voor gelijke burgerrechten.

Een revolutionair bolwerk dus. Misschien dat de overheid daarom elke herinnering hieraan, onder het mom van vernieuwing, wilde laten verdwijnen? Maar Beale is en blijft een attractie. Een aaneenschakeling van cafés, restaurants, en winkels en natuurlijk "B.B. Kings' Blues Club".

foto: Nogmaals Beale Steet met op de hoek van Beale en Second Street "B.B. Kings Blues Club" Martin Luther King (15 januari 1929 – 4 april 1968)

Het National Civil Rights Museum (Amerikaanse Nationale Burgerrechtenmuseum) is gevestigd in het voormalige Lorraine Motel in Memphis, waar op 4 april 1968 Martin Luther King werd vermoord.

foto: Het voormalige Lorraine Motel, nu het National Civil Rights Museum in Memphis

Uiteraard elke avond live muziek in de kroegen en op straat. In het midden van "Beale" een bronzen buste van de (God)Father of the Blues: W.C. Handy, in het naar hem genoemde park (nou ja, park: vooral bestaande uit klinkers en beton).

foto: Handy Park op Beale Street

Op de hoek van Union Street en Marshall Road ligt de Sun Studio.

Een voormalige sportwagengarage omgebouwd tot opnamestudio door

(foto) de ontdekker en ook producer van o.a. Elvis Presley.

Maar hij maakte ook Jerry Lee Lewis, Albert Perkins, Johnny Cash (het zgn. Million Dollar Quartet), Howlin' Wolf, B.B. King en vele anderen onsterfelijk en tot kassuccessen. Het was op deze historische plaats waar de eerste Rock-'n-Roll op de plaat werd gezet.

Tijdens de rondleiding tussen "originele" (want dat weet je maar nooit in de VS) instrumenten en met de "allereerste" tapeopname van bv. Elvis (Blue Moon) waan je jezelf "back in the fifties".


Elvis Presley - "Blue Moon"

Ook nu worden er nog steeds opnames gemaakt in de authentieke omgeving van toen en vinden artiesten hun inspiratie in Memphis en in de Sun Studio's. De eerste grote hit die Sun op zijn naam kon schrijven was van een lokale DJ genaamd Rufus Thomas. De naam van het nummer was "Bear Cat".


Rufus Thomas - "Bear cat"

Het was zijn reactie op Willie Mae ("Big Mama") Thornton's "Hound Dog", wat Elvis Presley later ook nog eens op plaat zette.

foto: Willie Mae "Big Mama" Thornton (11 december 1926 – 25 juli 1984)

In 1918 verliep het patent op "het registreren van trilling met een zijwaartse naaldbeweging op een schijf". Het gevolg was dat vele bedrijven zich stortten op de productie van grammofoonplaten waardoor de populariteit van dit nieuwe medium enorm steeg. De verspreiding van de Blues ging niet langer meer via de mondelinge overlevering. Het was in het Peabodyhotel in Memphis waar eind jaren 20 de eerste opnamen werden gemaakt van (country)Bluesartiesten zoals Tommy Johnson (geen familie van Robert Johnson) en Robert Wilkins.

foto: The Peabody Hotel aan de Union Avenue in Memphis

Andere grote namen als dè vertolkers van de akoestische Delta Blues, naast Robert Johnson zijn Son House, Willy Brown en Charlie Patton. Deze laatste is de belangrijkste om niet te zeggen het prototype van de eerste Bluesmuzikanten door zijn invloed op en inspiratie voor anderen. Hij bracht 5000 tot 6000 bezoekers op de been tijdens een optreden. Ieder betaalde 25 dollarcent. Zo verdiende hij op een avond meer dan de anderen in een maand. Dergelijke concerten vonden plaats in grote schuren of overdekte hooiplaatsen. Er was in die tijd geen radio of stroom. Er waren in de Delta geen kroegen of clubs om Blues te spelen. Minder bekende Blueszangers betaalden daarom bewoners van een huis die alle meubels er uit haalden. Olielampen werden voor spiegels geplaatst. De band stelde zich op terwijl buiten op grote barbequeputten varkens of koeien werden geroosterd waarna het feest kon beginnen. Met drank, prostituees, gokken en Blues. Het ging er ruig aan toe op die grote party's. Dikwijls ook met ruzies, vechtpartijen of erger. Sheriffs en burgemeesters joegen de muzikanten daarom vaak vooraf al hun dorp uit. Pas later ontstonden de zogenaamde barrelhouses ook wel jukejoints genoemd, gevestigd in oude gebouwen die waren opgetrokken uit houten balken en golfplaten en eigenlijk hun beste tijd hadden gehad.

foto: Een barrelhouse ook wel jukejoint genoemd

De Blues kreeg een meer up-tempo 'stedelijk' geluid' dat vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw voornamelijk gekenmerkt zou worden door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. The Blues got electrified. Vooral artiesten als Albert Nelson (Albert King), Bukka White en zijn neef B.B. King werden hier beroemd.

foto: Riley B. King, alias B.B. King (16 september 1925 - 14 mei 2015)

De tweede om zijn slidetechniek, de derde om het introduceren van de zgn. handvibrato. Het was in deze periode dat de Rhythm & Blues ontstond (niet te verwarren met de tegenwoordige R&B). Al die varianten zouden de oorspronkelijke Blues enigszins naar de achtergrond verdringen. In de jaren 60 neemt de belangstelling dan ook af bij het jongere publiek. Later, eind jaren 60 en 70 leefde het genre weer op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, The Rolling Stones en Led Zeppelin, Jeff Beck e.a. opnieuw Blues gingen spelen.

CLARKSDALE

Clarksdale, het kruispunt (Crossroads) van Highway 49 en 61, geboorteplaats van o.a. Sam Cooke, ZZ Top e.a. Rondom niets dan katoenvelden, zover als het oog reiken kan. Het is in deze streek waar Bluesgrootheden als Muddy Waters, Huddy Ledbetter (Lead Belly), B.B. King, Willie Foster e.d. opgroeiden.

foto: The Crossroads, waar Highway 49 en 61 elkaar kruisen

Geen wolkenkrabbers, maar de sfeer van vroeger. Ook hier kiezen de blanken hun eigen stadsdeel en woont de zwarte bevolking in de armste wijken. Op sommige plaatsen grote muurschilderingen van de Blues: met afbeeldingen van Robert Johnson, B.B. King e.a. En 's avonds nog steeds live Bluesmuziek in de plaatselijke jukejoints of een vervallen bluesclub.

Arbeiders van nu verdienen, net als vroeger, hun boterham in dienst van "King Cotton". Plantagefamilies verdienen nog steeds fortuinen. Terwijl plaatselijke grootheden van toen regelmatig hun deuntjes spelen voor hun publiek of klanten. Zoals de plaatselijke kapper, Bluesmuzikant en leider van de Civil Rights Movement in Mississippi, Wade Walton. Eerder ooit de kapper van Ike Turner.

foto: In september 1999 bracht ik met twee toenmalige collega's een bezoek aan de kappersshop van Wade Walton (10 oktober 1919 - 10 januari 2000) voor een knipbeurt van een van hen. Slechts vier maanden later zou Walton overlijden.

Clarksdale is het centrum van de Delta Blues. Het is niet voor niets dat hier het Delta Bluesmuseum is gevestigd. Hier hangen portretten, is literatuur en muziek verkrijgbaar van de grondleggers van de Blues, en er hangen talloze gitaren van Bluesgrootheden zoals Muddy Waters, van wie ook een wassen beeld is te bewonderen.

foto: Het Delta Blues Museum in Clarksdale (buiten en binnen)

GREENVILLE

Halverwege Vicksburg en Clarksdale ligt Greenville, een klein industriestadje waar verder weinig te beleven valt. Dat was vroeger wel anders als we het opschrift op het bord mogen geloven.

De tekst, vertaald in het Nederlands, luidt:

Nelson Street was ooit het epicentrum van de Afro-Amerikaanse zaken en amusement in de Delta. Nachtclubs, cafés, kerken, kruidenierswinkels, vismarkten, kapperszaken, wasserijen, platenzaken en andere ondernemingen dreven een bruisende handel. Beroemde Bluesclubs in de straat waren de Casablanca, de Flowing Fountain en de Playboy Club. Willie Love groette de straat in zijn opname "Nelson Street Blues" uit 1951.

foto: Willie Love (4 november 1906 - 19 augustus 1953)


Willie Love - "Nelson Street Blues" (1951)

In Nelson Street kun je hier en daar nog wel terecht voor de authentieke Blues, maar niet meer in Bluesclub de "Flowin'Fountain". Die sloot haar deuren in 2000. Artiesten als Ike & Tina Turner, Elmore James, Little Milton, Little Willie John traden hier regelmatig op.

Greenville is vooral bekend om zijn jaarlijkse "Delta Blues & Heritage Festival" (in 2022 de 45ste editie), ver buiten het centrum. Nog altijd een van de grootste Bluesfestivals in de Verenigde Staten. Met de originele Blues, gespeeld door lokale en regionale artiesten, zoals vroeger Little Milton en Willie Foster. Onderstaand twee foto's, genomen op het 22ste Delta Blues & Heritage Festival op 18 september 1999:

foto: Concert van Little Milton op de mainstage foto: John Horton aan het werk in de Juke House. De aanduiding van optredens (artiest en tijd) hangen boven het podium gepunaised.

Tussen de uitgestrekte moerassen van Louisiana en Memphis bevindt zich de streek van de katoenplantages, met riante landgoederen van de voormalige plantagehouders in schril contrast met de behuizing van de arbeiders.

VICKSBURG

Even zuidelijker ligt Vicksburg. Geen Bluesplaats van betekenis. Een klein onbeduidend stadje pal aan de Mississippi.

foto: Bij Vicksburg maakt de Mississippi een bijna haakse bocht

De rivier was hier getuige van een van de bloedigste confrontaties tussen de Noordelijke en Zuidelijke legers in de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Alleen al in de heuvels rondom Vicksburg sneuvelden tienduizenden soldaten. Diverse monumenten in Vicksburg houden de herinnering levend, zoals het Civil War Museum en het Battlefield Museum.

De vroegere slagvelden vormen nu het National Military Park:

Aan de kade liggen kolossale gokboten van de keten "Harrah's Casino's" en "Ameristar". In bepaalde staten van de VS is gokken op het land nu eenmaal verboden, niet op het water.

In het gebouw van de voormalige Biedenharn Candy Company is sinds jaren het Coca Cola Museum gevestigd: The Biedenharn Coca-Cola Museum. Met een winkel waar je werkelijk alles kunt kopen aan gadgets van het grootste colamerk ter wereld.

foto: Rechts het Coca Cola Museum. Het gebouw stamt uit 1890 en ligt in de Washington Street

foto: Het apparaat waarmee de eerste Coca-Cola zou zijn gebotteld door Joseph Biedenharn in 1894

JOHN PEMBERTON

Pemberton was een Amerikaanse arts en apotheker, maar vooral bekend geworden als de bedenker van de drank Coca-Cola.

foto: De uitvinder van de Coca Cola: John Pemberton uit Knoxville, Georgia (8 juli 1831 - 16 augustus 1888)

Zijn jeugd bracht hij door in Rome (Georgia). Hij studeerde af aan het Southern Botanico Medical College in Georgia in 1850. In mei 1862 ging Pemberton in dienst bij het leger van de Geconfedereerde Staten (Zuiden) van Amerika en was eerste luitenant tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Tijdens zijn laatste gevecht raakte hij gewond aan zijn borst door een sabel. Hij gebruikte verdovingsmiddelen tegen de pijn en als gevolg hiervan raakte hij verslaafd aan morfine. In 1869 verhuisde Pemberton naar Atlanta waar hij een lucratieve handel begon in een door hem ontwikkeld drankje dat hij met veel succes verkocht onder de naam "Pemberton's French Wine Coca". Dit drankje was gebaseerd op een vergelijkbaar Europees drankje, genaamd "Vin Mariani" van de Corsicaan Angelo Mariani (1838 - 1914). Mariani ontwikkelde deze drank uit een combinatie van Bordeauxwijn en een extract van bladen van de cocaplant. In die tijd werd het coca-extract vooral gebruikt in genees- en zenuwkalmerende middelen en in drankjes ter bevordering van de seksuele drift, behandeling van spijsverteringsproblemen en tegen veroudering. Nadat in Atlanta in 1885 een verbod op alcoholische drank werd uitgevaardigd verving Pemberton de wijn in zijn drankje door suikerstroop. Op 18 mei 1886 besloot Pemberton (afbeelding) een definitieve keuze te maken voor de formule van zijn nieuwe drank. Frank Robinson, een van Pembertons partners en deels eigenaar van zijn bedrijf, bedacht de naam Coca-Cola evenals het handelsmerk en logo.

foto: Frank Mason Robinson 12 september 1845 – 8 juli 1923), de bedenker van het handelsmerk en logo van Coca Cola

Op 28 juni 1887 werd aan het Coca-Colahandelsmerk een patent toegekend. Jacobs Pharmacy in Atlanta (Georgia) was de eerste zaak waar Coca-Cola werd verkocht. De cocaïne werd pas in 1905 uit het drankje verwijderd waardoor de definitieve formule ontstond zoals we die tegenwoordig nog kennen. Pemberton raakte ondanks het succes van de drank, maar ook doordat hij verslaafd was aan cocaïne in financiële problemen. Hierdoor raakte hij zijn aandeel in de onderneming uiteindelijk kwijt. Coca-Cola groeide uit tot een van de bloeiendste ondernemingen in de Verenigde Staten en is inmiddels een wereldwijde multinational. John Pemberton overleed op 57-jarige leeftijd aan maagkanker. Hij liet nog enkele onvoltooide recepten na. Zijn zoon Charles overleed enkele jaren later aan een overdosis ruwe morfine.

Voorbij Vicksburg verlaten we de Delta en komen in het gebied waar de monding van de Mississippi begint te ontstaan, maar dan duurt het nog zo'n 400 kilometer voor hij zich uitstort in de Golf van Mexico.

NEW ORLEANS

New Orleans, Home of the Jazz. Een van de oudste steden van de VS. Gelegen in het midden in het mondingsgebied van de Mississippi. Niet de hoofdstad (dat is Baton Rouge), wel de grootste stad van de staat Louisiana. New Orleans is een van de grootste havensteden van de wereld waar vooral olie, suiker en graan wordt verscheept.

foto: De haven van de stad op de achtergrond: New Orleans foto: Highway Interstate 10 (I10) over de Mississippi bij New Orlans

Ondanks dat New Orleans vooral bekend staat als de bakermat van de Jazz is ook de Blues volop aanwezig in deze nog steeds overwegend Franse stad. Behalve Blues en Jazz kom je hier in de stad en streek nog twee bijzondere muziekvormen tegen, namelijk Zydeco en Cajun, die nauw aan elkaar verbonden zijn. Opzwepend, dan weer melancholisch en getypeerd door gebruik van instrumenten als de van oorsprong Franse accordeon, het wasbord met de lepels en de viool.

In Louisiana wordt, naast Engels natuurlijk, nog steeds Frans gesproken met een 17e-eeuws accent. Op menukaarten in restaurants zijn de spicy cajungerechten volop aanwezig. Voor een tocht over de Mississippi kun je terecht op de steamboats (zie de pagina over de Mississippi). Ook zijn volop rondvaarten mogelijk door de kreken (bayous) en de swamps (moerassen) met zijn vele krabben en kaaimannen. De omgeving waar de "A(r)cadians" (Cajuns) wonen, voornamelijk levend van de visserij.

Het sfeervolste en toeristische deel van New Orleans is ongetwijfeld "French Quarter". Rijk aan historische plekjes en gebouwen, sociale verhalen en iconische gebouwen.

Bourbon Street. De bekendste straat in New Orleans. Ze dateert uit 1718 toen New Orleans werd opgericht door Jean-Baptiste Le Moyne de Bienville. De Franse ingenieur Adrien de Pauger legde in 1721 de straten van New Orleans aan en koos er een om de naam van de toenmalige Franse koninklijke familie te dragen, Rue Bourbon.

foto: Bourbon Street in het French Quarter Nu is het een lange straat met alleen kroegen, uitpuilende souvenirshops, restaurants, stripteasetenten en ook het jaarlijkse Mardi Grass-festival (soort carnaval). En natuurlijk vooral muziek, in de kroegen en op straat in een toch meer Spaans dan Franse ambiance. Wat logisch is omdat het in de tijd van de Spaanse overheersing is gebouwd.

foto: Jazzorkestjes op straat zorgen voor sfeer in de stad

De straat is de enige in de VS waar alcohol op straat genuttigd mag worden, en trekt (misschien daarom ook) zo'n 18 miljoen toeristische bezoekers per jaar. En natuurlijk is er in New Orleans het Louis Armstrong Parc, met Place Congo (zie pagina over ontstaan van de Blues en de Jazz).

HOUSE OF THE RISING SUN

Wie kent niet "The House of the Rising Sun" (vertaald: het huis van de rijzende zon), een zogenaamde "traditional". Een traditioneel volkslied uit de Verenigde Staten. De oudste gevonden tekst is opgeschreven door William F. Burroughs en gepubliceerd in 1925. Oorspronkelijk had het lied meer een bluegrassgeluid dat voor het eerst werd opgenomen door Clarence "Tom" Ashley en Gwen Stanley Foster in 1928 en later door onder meer Woody Guthrie (in 1940) als Folk Blues. Later is het uitgebracht in folkversies door onder meer Joan Baez in 1960, door Nina Simone in 1961 en door Bob Dylan in 1962. Vele malen opgenomen dus, maar vooral bekend door een rock-'n-rollversie van The Animals (1964). In 1969 had de Amerikaanse rockband Frijid Pink er opnieuw een hit mee, veel rauwer dan de andere versies.

De tekst, althans delen ervan, gaat volgens sommige bronnen terug tot de 16e eeuw en de melodie zou zijn afgeleid van Engelse folk. Er is veel gespeculeerd over de herkomst en de betekenis van The House of the Rising Sun. De zanger vertelt dat hij zijn leven heeft vergooid in een gebouw met deze naam. Dit verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een gevangenis of een bordeel. De term Rising Sun werd vaker gebruikt in traditionele Amerikaanse en Engelse volksliederen en was een tersluikse verwijzing naar bordelen. In sommige versies van het nummer is de hoofdpersoon een man, in andere een vrouw. Omdat het nummer al uit de 18e eeuw stamt (of nog eerder) is niet meer te achterhalen of het wel of niet verwijst naar een bestaand gebouw. Wel zijn er meerdere theorieën:

  • Van 1820 tot 1822 heeft er in het French Quarter van New Orleans een hotel gestaan met de naam Rising Sun. Dit hotel werd zeer waarschijnlijk voor prostitutie gebruikt. Het brandde in 1822 af.
  • Van 1862 tot 1874 stond aan de Esplanade Avenue in New Orleans een bordeel dat eigendom was van een zekere Madam Marianne LeSoleil Levant dat "Mevrouw Marianne de opkomende zon" betekent.
  • Een vroegere vrouwengevangenis, de New Orleans Prison for Women, had precies in het midden van de gevel een groot rond raam dat door de gevangenen de opkomende zon genoemd werd.
  • In de 19e eeuw stond er in Carrollton, net buiten New Orleans, een gebouw dat de Rising Sun Hall heette.
  • Wat waar is is niet of moeilijk te achterhalen. Typ op Google of andere zoekmachine maar eens "House of the Rising Sun New Orleans" en zie hoeveel verschillende afbeeldingen worden getoond.